woensdag 9 november 2016

Deens gebak met abrikoosjes

 
Dat kan toch niet! Dat ze bij Heel Holland Bakt Deens gebak maken en dat ik dat nog nooit heb gedaan. En dat terwijl wij thuis helemaal Scandinavië-verslaafd zijn op dit moment.
Scandi-mania mag je het wel noemen als je het liefst je huis vol zou zetten met (duur) Scandinavisch design. Op vakantie bent geweest in Zweden en Denemarken.  Op  Netflix alle Scandi-series kijkt. Als je op Facebook zoveel Deense, Zweedse en Noorse pagina’s hebt geliked dat er per een waar bombardement aan Scandinavische interieurs en recepten voorbij ziet   komen. Met de bijbehorende teksten die ik probeer te lezen, wat inmiddels aardig lukt.
Laatst stond er in de krant een verhaal over een jongen die na een hersenschudding door een klap op zijn hoofd vloeiend Spaans sprak. Zou dat bij mij gebeuren dan sprak ik daarna vloeiend Scandi, zo’n mengeling van Deens, Zweeds en Noors.
Kortom, het is eigenlijk een schande dat ik nog nooit Deens gebak had gemaakt. Wel genoeg gegeten op vakantie overigens. Dat dan weer wel.
Maar er moest gebakken worden dus! Deens deeg is een soort bladerdeeg, maar dan met gist erin verwerkt. Heel erg lekker, maar wel wat bewerkelijk. Het is belangrijk dat je het deeg en de boter echt heel erg koud verwerkt. Zo blijven er mooie laagjes boter tussen het deeg. Wanneer de boter te warm wordt raakt het vermengd met het deeg en ontstaan er tijdens het bakken geen laagjes. Ik heb de gebakjes simpel gehouden met banketbakkersroom en een abrikoos.  Je kunt er eindeloos mee variëren, maar voor de eerste keer vond ik dit wel prima! Heerlijk ’s avonds op de bank met een kopje thee tijdens het kijken van onze favoriete Scandi-serie op Netflix van dit moment; Dag, een Noorse komedie met  cynische, zwarte humor. Een aanrader!
Deeg
500 gram bloem
1 zakje gedroogde gist
25 gram roomboter
15 gram suiker
1 ei
250 ml ijskoud water
10 gram zout
225 gram koude boter
Banketbakkersroom
500 ml melk
4 eierdooiers
150 gram suiker
1 vanillestokje
2 eetlepels bloem
 
1 blikje abrikozen
Begin met de boter. Gebruik een pakje boter en haal daar een klein plakje van 25 gram af. Dit gaat door het deeg. Neem de  225 gram boter uit de verpakking en leg het tussen 2 velletjes bakpapier en rol met een deegroller over de boter totdat je een plak boter hebt van 15 x 25 cm.
De boter moet ijskoud zijn. Ik leg hem daarom tot gebruik in de vriezer. Maar houd wel in de gaten dat de boter niet bevriest.
Daarna moet het deeg gemaakt worden doe daarvoor alle ingrediënten behalve het zout in een kom en meng alles door elkaar. Vervolgens mag ook het zout erbij. Zout vermindert de werking van gist, dus vandaar dat het er niet meteen in het begin erbij wordt gedaan.
Kneed vervolgens met je handen of met de deeghaak van de mixer totdat er een soepel deeg is ontstaan. Dit duurt ongeveer 5 minuten.
Leg het deeg vervolgens in de koelkast zodat het weer goed koud wordt.
 
Wanneer het deeg koud is kan het worden uitgerold tot een plak van 15 x 40 cm.
Pak dan de koude plak boter en leg deze op het deeg.  De plak boter zal dan ongeveer 2/3 van het deeg beslaan. Zorg ervoor dat de boter boven zit en het onderste  deel van het deeg geen boter heeft.  Vouw dan het stuk deeg waar geen boter op zit over de helft van de boter heen. Vouw vervolgens het bovenste stuk deeg met boter daar weer overheen. Je hebt dan drie lagen deeg met daartussen boter. De vouwnaden liggen horizontaal.
Leg het deeg daarna in de koelkast zodat het weer helemaal koud wordt.
Maak ondertussen de banketbakkersroom.
Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar.  Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen.  Blijf ondertussen goed roeren. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom.
Haal dan het deeg weer uit de koelkast. Leg het met de vouwnaad verticaal neer en rol het deeg weer uit tot een lap van ongeveer 15 bij 40 cm. Vouw het onderste deel (1/3) weer naar boven en het bovenste deel daar weer overheen zodat je weer drie lagen deeg hebt met een horizontale vouwnaad.
Leg het deeg weer weg in de koelkast.
Haal het na een half uurtje uit de koelkast, draai het weer een kwartslag zodat de vouwnaad verticaal ligt en herhaal bovenstaande procedure.
Leg het deeg weer weg in de koelkast en herhaal dan het uitrollen en vouwen nog twee keer waarbij je het tussendoor steeds weer laat afkoelen in de koelkast.
Het is een heel proces en ik vond het ook best lastig om al die handelingen voor me te zien, maar even zoeken op youtube deed wonderen. Als je zoekt op ‘danish pastry’ kom je meer dan genoeg filmpjes tegen waarbij de techniek van het vouwen en uitrollen uitgelegd wordt.
Na de laatste keer terug koelen kan het deeg worden uitgerold tot en lap van ongeveer 1cm dikte. Snijd uit de lap vierkantjes van 10 x 10 cm.
In dit filmpje  https://www.youtube.com/watch?v=a54Bc2Mbx0A zie je hoe je daarvan leuke vormen kunt maken.
Leg de vormpjes op een met bakpapier beklede bakplaat en laat ze op een warme plek nog 30 minuten rijzen.
Verwarm ondertussen de oven voor op 200 graden.
Doe op elke vormpje een flinke lepel banketbakkersroom en een abrikoosje. Kluts een eitje en bestrijk de deegrandjes met dit eimengsel voor een mooie glans.
Bak de vormpjes dan goudbruin in 20 minuten.
Lekker dat ze dan zijn!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten