maandag 19 december 2016

Cranberry-bakewell taart


Kerst komt eraan en daar horen cranberries bij. Wat kunnen die zuur zijn! Dan is het fijn om ze te verwerken in een taart die verder lekker zoet is. Dit recept is van Jamie Oliver. Ooit bakte ik al zijn pruimen-bakewell taart. Heel erg lekker. Ik was er niet zo zeker van of deze taart kon tippen aan die pruimentaart. Maar jawel, ook deze taart is verukkelijk! Ik denk erover om hem volgende week, als het echt kerstmis is, weer te bakken. Dat zegt genoeg, denk ik!

Bodem
500 gram bloem
250 gram koude boter
150 gram poedersuiker
2 eieren
Scheutje melk
Mespuntje zout

Cranberryjam
375 gram cranberries
1 sinaasappel, rasp en sap
150 gram suiker
1 steranijs
1/2 theelepel gemalen kaneel

Frangipane
1 vanillestokje 
300 gram gemalen amandelen
2 flinke eetlepels bloem
300 gram suiker
250 gram boter op kamertemperatuur
2 grote eieren
1 flinke scheut Cointreau

Glazuur
Sap van een halve sinaasappel
100 gram poedersuiker

Begin met de jam. Doe hiervoor alle ingrediënten in een pan en breng dit aan de kook. Voor de frangipane gebruik je het merg van één vanillestokje. Het leeg geschraapte stokje gooi ik ook in de pan voor de jam; het geeft een extra lekker smaakje. Breng alles aan de kook en laat het daarna door pruttelen totdat de cranberries uit elkaar gevallen zijn en het jam geworden is. Laat de jam daarna afkoelen.

De bodem: Meng daarvoor in een kom de boter met de suiker, de bloem en het snufje zout met een mixer totdat het mengsel lijkt op grove broodkruimels. Voeg de eieren toe en een beetje melk. Net genoeg om het tot een samenhangend deeg te maken. Rol het deeg uit tot een plak en bekleed hiermee een bakvorm van 28 cm. Jamie geeft aan één van 23 cm, maar ik snap werkelijk niet hoe hij alles in die vorm gepropt krijt. Een vorm van 28 is maar net groot genoeg voor alle vulling. Van het deeg heb je ook nog over. Dit kun je in de vriezer zeker 3 maanden bewaren of gebruiken met een andere vulling. Zet de bodem even een kwartiertje in de vriezer. Dat voorkomt dat hij straks gaat inzakken tijdens het bakken. Verwarm ondertussen de oven voor op 180 graden. Haal de bodem uit de oven en leg er een vel bakpapier in. Vul de bodem met rijst, gedroogde erwten of gedroogde bonen. Deze steunvulling zorgt ervoor dat de taart zijn vorm behoudt tijdens het bakken. Zet de bodem in de voorverwarmde oven en bak hem 10 minuten. Verwijder dan de steunvulling en het bakpapier en bak de bodem nog eens 15 minuten. Haal de bodem uit de oven en laat hem iets afkoelen.

Maak ondertussen de frangipane door alle ingrediënten in een kom door elkaar mixen totdat het smeuïg is. Verdeel de jam over de bodem en daarna de frangipane. Zet de taart weer n de oven en bak hem gaar in 55 minuten. Laat hem afkoelen. Maak van de poedersuiker en het sinaasappelsap een galzuur door steeds een beete sinaasappelsap toe te voegen. Net zolang totdat het een dik, glad papje is. Verdeel dit over de taart. Aansnijden en genieten maar!

maandag 21 november 2016

Scones met lemoncurd en room


Ze mogen niet ontbreken bij een echte Engelse High Tea, en terecht. Wat zijn ze lekker! Het zijn een soort kleine, zoete broodjes. Makkelijk te maken en zo klaar. In Engeland worden ze traditioneel gegeten met jam en Clotted Cream, een dikke, ingekookte room. Die is hier wat moeilijk te verkrijgen dus daarom gebruik ik gewoon slagroom. Je kunt ook mascarpone gebruiken. Even goed losroeren en eventueel wat poedersuiker naar smaak toevoegen.

Ik ben dol op lemoncurd. Ik kan dat zo uit de pot oplepelen. In het verleden kocht ik nog wel eens een pot in de winkel, maar sinds ik zelf lemoncurd kan maken, gruw ik van de nepsmaak van de winkellemoncurd. Zelf maken is niet moeilijk. Het vraagt alleen een klein beetje geduld aangezien je zo’n 15-20 minuten moet roeren. Maar dan word je beloond met een goddelijk goedje. In een schone pot is het ongeopend een paar maanden houdbaar in de koelkast. Eenmaal geopend, moet het binnen 1 tot 2 weken op. Dat is hier geen probleem, want lemoncurd maakt alles lekker. Denk aan cake, koekjes of vers fruit. Een dot van dit gele goedje erop en je weet niet wat je proeft. Daarom lepel ik het hier op scones met wat slagroom. Om je vingers bij af te likken!

Het recept voor de scones is mijn eigen recept. De lemoncurd komt uit ‘Delicious, het Bakboek’.

Scones
225 gram bloem
30 gram suiker
3 theelepels bakpoeder
Mespunt zout
100 gram boter, in kleine blokjes
125 ml melk

Lemoncurd
Rasp en sap van 2 biologische citroenen
3 eieren
100 gram boter in stukjes
200 gram suiker

250 ml slagroom
3 eetlepels suiker

Begin met de lemoncurd want die moet afkoelen. Meng in een ruime kom alle ingrediënten door elkaar en plaats de kom boven een pan met kokend water. De bodem van de kom mag het water niet raken. Klop het mengsel met een garde gedurende ongeveer 20 minuten, zodat het bindt. Ik haal de lemoncurd altijd nog even door een zeef omdat er soms wat stukjes gestold ei in zitten. Laat het dan iets afkoelen en schenk het in een goed schoongemaakte pot. Laat verder afkoelen met de deksel op de pot.

Verwarm voor de scones de oven voor op 220 graden en bekleed een bakplaat met bakpapier. Doe alle ingrediënten behalve de melk in en kom en mix totdat het mengsel op grove broodkruimels lijkt. Voeg dan de melk toe en kneed het nog even door. Het is een vrij nat deeg, maar dat hoort zo. Bestuif je aanrecht royaal met boem en kneed daarop het deeg nog even door, totdat het niet meer zo plakt. Rol het daarna uit tot een lap van ongeveer 1 cm dikte. Steek hier rondjes uit met een doorsnede van ongeveer 5 cm. Leg de rondjes op een bakplaat en bak ze in 12 minuten goudbruin.

Klop de slagroom op met de suiker. Snijd de scones doormidden en serveer ze met een flinke lik lemoncurd en een dot slagroom. Smullen maar!

woensdag 9 november 2016

Deens gebak met abrikoosjes

 
Dat kan toch niet! Dat ze bij Heel Holland Bakt Deens gebak maken en dat ik dat nog nooit heb gedaan. En dat terwijl wij thuis helemaal Scandinavië-verslaafd zijn op dit moment.
Scandi-mania mag je het wel noemen als je het liefst je huis vol zou zetten met (duur) Scandinavisch design. Op vakantie bent geweest in Zweden en Denemarken.  Op  Netflix alle Scandi-series kijkt. Als je op Facebook zoveel Deense, Zweedse en Noorse pagina’s hebt geliked dat er per een waar bombardement aan Scandinavische interieurs en recepten voorbij ziet   komen. Met de bijbehorende teksten die ik probeer te lezen, wat inmiddels aardig lukt.
Laatst stond er in de krant een verhaal over een jongen die na een hersenschudding door een klap op zijn hoofd vloeiend Spaans sprak. Zou dat bij mij gebeuren dan sprak ik daarna vloeiend Scandi, zo’n mengeling van Deens, Zweeds en Noors.
Kortom, het is eigenlijk een schande dat ik nog nooit Deens gebak had gemaakt. Wel genoeg gegeten op vakantie overigens. Dat dan weer wel.
Maar er moest gebakken worden dus! Deens deeg is een soort bladerdeeg, maar dan met gist erin verwerkt. Heel erg lekker, maar wel wat bewerkelijk. Het is belangrijk dat je het deeg en de boter echt heel erg koud verwerkt. Zo blijven er mooie laagjes boter tussen het deeg. Wanneer de boter te warm wordt raakt het vermengd met het deeg en ontstaan er tijdens het bakken geen laagjes. Ik heb de gebakjes simpel gehouden met banketbakkersroom en een abrikoos.  Je kunt er eindeloos mee variëren, maar voor de eerste keer vond ik dit wel prima! Heerlijk ’s avonds op de bank met een kopje thee tijdens het kijken van onze favoriete Scandi-serie op Netflix van dit moment; Dag, een Noorse komedie met  cynische, zwarte humor. Een aanrader!
Deeg
500 gram bloem
1 zakje gedroogde gist
25 gram roomboter
15 gram suiker
1 ei
250 ml ijskoud water
10 gram zout
225 gram koude boter
Banketbakkersroom
500 ml melk
4 eierdooiers
150 gram suiker
1 vanillestokje
2 eetlepels bloem
 
1 blikje abrikozen
Begin met de boter. Gebruik een pakje boter en haal daar een klein plakje van 25 gram af. Dit gaat door het deeg. Neem de  225 gram boter uit de verpakking en leg het tussen 2 velletjes bakpapier en rol met een deegroller over de boter totdat je een plak boter hebt van 15 x 25 cm.
De boter moet ijskoud zijn. Ik leg hem daarom tot gebruik in de vriezer. Maar houd wel in de gaten dat de boter niet bevriest.
Daarna moet het deeg gemaakt worden doe daarvoor alle ingrediënten behalve het zout in een kom en meng alles door elkaar. Vervolgens mag ook het zout erbij. Zout vermindert de werking van gist, dus vandaar dat het er niet meteen in het begin erbij wordt gedaan.
Kneed vervolgens met je handen of met de deeghaak van de mixer totdat er een soepel deeg is ontstaan. Dit duurt ongeveer 5 minuten.
Leg het deeg vervolgens in de koelkast zodat het weer goed koud wordt.
 
Wanneer het deeg koud is kan het worden uitgerold tot een plak van 15 x 40 cm.
Pak dan de koude plak boter en leg deze op het deeg.  De plak boter zal dan ongeveer 2/3 van het deeg beslaan. Zorg ervoor dat de boter boven zit en het onderste  deel van het deeg geen boter heeft.  Vouw dan het stuk deeg waar geen boter op zit over de helft van de boter heen. Vouw vervolgens het bovenste stuk deeg met boter daar weer overheen. Je hebt dan drie lagen deeg met daartussen boter. De vouwnaden liggen horizontaal.
Leg het deeg daarna in de koelkast zodat het weer helemaal koud wordt.
Maak ondertussen de banketbakkersroom.
Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar.  Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen.  Blijf ondertussen goed roeren. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom.
Haal dan het deeg weer uit de koelkast. Leg het met de vouwnaad verticaal neer en rol het deeg weer uit tot een lap van ongeveer 15 bij 40 cm. Vouw het onderste deel (1/3) weer naar boven en het bovenste deel daar weer overheen zodat je weer drie lagen deeg hebt met een horizontale vouwnaad.
Leg het deeg weer weg in de koelkast.
Haal het na een half uurtje uit de koelkast, draai het weer een kwartslag zodat de vouwnaad verticaal ligt en herhaal bovenstaande procedure.
Leg het deeg weer weg in de koelkast en herhaal dan het uitrollen en vouwen nog twee keer waarbij je het tussendoor steeds weer laat afkoelen in de koelkast.
Het is een heel proces en ik vond het ook best lastig om al die handelingen voor me te zien, maar even zoeken op youtube deed wonderen. Als je zoekt op ‘danish pastry’ kom je meer dan genoeg filmpjes tegen waarbij de techniek van het vouwen en uitrollen uitgelegd wordt.
Na de laatste keer terug koelen kan het deeg worden uitgerold tot en lap van ongeveer 1cm dikte. Snijd uit de lap vierkantjes van 10 x 10 cm.
In dit filmpje  https://www.youtube.com/watch?v=a54Bc2Mbx0A zie je hoe je daarvan leuke vormen kunt maken.
Leg de vormpjes op een met bakpapier beklede bakplaat en laat ze op een warme plek nog 30 minuten rijzen.
Verwarm ondertussen de oven voor op 200 graden.
Doe op elke vormpje een flinke lepel banketbakkersroom en een abrikoosje. Kluts een eitje en bestrijk de deegrandjes met dit eimengsel voor een mooie glans.
Bak de vormpjes dan goudbruin in 20 minuten.
Lekker dat ze dan zijn!

dinsdag 25 oktober 2016

Chocoladecheesecake met pindakaramel



Ik heb in de afgelopen drukke periode een voorliefde voor het bakken van cheesecakes ontwikkeld. Ze moeten wel een tijd in de oven, maar verder zijn ze niet zo moeilijk en lekker snel te maken. En vooral heel erg lekker. En vaak ook heel machtig, dus veel stukken, dus veel en vaak eetplezier!

Eerder maakt ik als eens een chocoladecheesecake met dulce de leche en zeezout en die was een tijd lang zwaar favoriet bij ons thuis en anderen die hem proefden. Maar sinds ik deze taart hebt bedacht en gebakken, is dit de nieuwe topfavoriet. De zachte vulling in combinatie met de harde pinda’s in karamel is echt onweerstaanbaar. Die topping is het enige aan deze taart dat even wat aandacht vraagt, verder is het niet zo spannend.
 
Wij houden hier niet zo van die korrelige cheesecakes. We willen een lekker smeuïg geval. Door de oven niet zo hoog te zetten en de taart daarna wel heel lang te bakken lukt het. Begin dus op tijd, want het bakken en afkoelen duurt lang en dan moet hij eigenlijk ook nog een nachtje in de koelkast om helemaal goed van structuur te worden.
 
Bodem
1 pak Verkade Crunchy koekjes
75 gram roomboter
 
Vulling
500 gram mascarpone
200 gram crème fraîche
275 gram pure chocolade, grof gehakt
200 gram suiker
4 eieren
 
Topping
100 gram zoute pinda’s in stukje gehakt
200 gram suiker
150 ml slagroom
75 gram boter 
een snuf zout
 
Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een bakvorm van 24 cm doorsnede in met boter en bekleed de bodem met een velletje. 
 
Maak de koekje fijn in een keukenmachine. Smelt ondertussen de boter in een pannetje.Voeg de gesmolten boter toe aan de koekkruimels en meng alles goed door elkaar. Doe dit mengsel in de bakvorm en druk met de achterkant van een lepel goed aan. Zet de bodem 10 minuten in de oven en laat hem daarna een beetje afkoelen. 
 
Verlaag de oventemperatuur naar 150 graden. Smelt voor de vulling de vulling de chocolade au bain-marie. Laat vervolgens iets afkoelen.
 
Doe de mascarpone en de crème fraîche samen  met de suiker in een grote kom en mix alles goed door elkaar. Voeg dan één voor één de eieren toe en mix alles  nog kort door elkaar. Spatel als laatst de gesmolten chocolade erdoor. 
 
Zet de taart in de oven en bak hem gaar in 1 uur en 30 minuten. De taart zal dan nog een klein beetje wiebelig aanvoelen, maar dat is niet erg. Zet de oven uit en laat de taart in de dichte oven staan. Na een uurtje kun je de oven op een kiertje zetten. Haal de taart na nog een half uurtje uit de oven en laat hem daarna goed afkoelen. Een nachtje koelkast doet ook wonderen voor smaak en structuur. 
 
Doe voor de topping de suiker in een pan met een dikke bodem laat hem op matig vuur rustig karamelliseren. Blijf er bij, niet roeren. Je mag de pan wel wat ronddraaien om de suikermassa te verspreiden. Zorg dat de karamel niet te donker wordt en sterk gaat ruiken, dan wordt hij bitter. Nooit je vinger erin steken om te proeven, karamel is gloeiend heet. Wanneer de suiker voldoende gekaramelliseerd is, mag de slagroom worden toegevoegd. Pas op, het zal gaan spetteren. De karamel wordt in eerste instantie weer hard. Je kunt dit een beetje voorkomen, door de slagroom te verhitten voordat je het bij de karamel doet.
 
Voeg ook de boter en daarna de pinda’s toe en roer alles tot een mooie massa. Stort deze uit over de taart. Goed af laten koelen en smullen maar.

maandag 10 oktober 2016

Appel-karamelvlaai



Het is alweer heel, heel lang geleden sinds mijn laatste post. Een hele drukke periode zorgde ervoor dat ik even geen tijd en energie had om te bloggen. Bakken wel, daar had ik  altijd tijd voor. Alleen voor het schrijven erover niet.

Maar nu is de tijd en zin er weer. En ik heb nog heel wat lekkere recepten te delen!

Om te beginnen deze vlaai. Appels en karamel, ik vind het een goddelijke combinatie. Daarom deze vlaai! En oei, het is een lekkere vlaai. Gewoon een echte vlaaibodem met een vulling van appels en rozijnen en daarop een topping van karamelroom. Die karamelroom vraagt even wat aandacht en moet je ook ruim van te voren maken, zodat hij goed kan afkoelen. Voor de rest is het niet moeilijk, maar we heel erg smakelijk! 

Karamelroom
150 gram suiker
500 gram slagroom

Bodem
250 gram bloem
1 ei
20 gram boter
15 gram suiker
1 dl lauwwarme melk
4 gram gedroogde gist
Mespunt zout

Vulling
600 gram appel in blokjes
75 gram rozijnen
50 gram suiker
Klontje boter
Water

Begin met de karamelroom. Gebruik een ruime pan met een dikke bodem en verhit daarin op een matig vuur de suiker totdat deze oplost en karamelliseert. De karamel moet de kleur van donkere honing hebben. Het vergt even wat tijd en je moet er goed bij blijven, want de karamel mag niet te donker worden. Als hij sterk begint te ruiken is hij bitter geworden en daarom ook niet lekker.

Wanneer de suiker gekaramelliseerd is mag de slagroom erbij. Let op het gaat flink bubbelen, vandaar ook die ruime pan. In eerste instantie zal de karamel stollen door de koude slagroom, maar na enige tijd koken, lost de karamel weer op. Giet de room in een kom en dek af met plastic folie. Zorg dat de folie de room raakt, anders komt er een vel op de room. Zet de room in de koelkast en laat door en door koud worden. Zorg dat je dit dus echt ruim van te voren doet.

Deeg
Verwarm voor het deeg de melk tot lauwwarm. Doe de bloem in een kom en maak er een kuiltje in. Doe boter, suiker, ei en gist in het kuiltje en strooi het zout aan de rand van de kom op de bloem. Giet de melk bij de ingrediënten in het kuiltje en  roer alles door elkaar. Kneed alles samen tot een mooie deegbol.
Doe het deeg terug in de kom, dek af met plasticfolie en laat op een warme plek zeker 45 minuten rijzen, totdat het deeg in volume is verdubbeld.

Voor de vulling mogen de appelstukjes in een koekenpan met een klontje boter en een klein scheutje water. Voeg de rozijnen en suiker toe en bak de appeltjes totdat ze zacht zijn. Ze mogen niet uit elkaar vallen, dus niet doorbakken totdat het moes is.
Laat de appels vervolgens afkoelen.

Wanneer het deeg voldoende is gerezen kan het uitgerold worden tot een mooi plak. Bekleed hiermee een ingevette vlaaivorm van 30 cm doorsnede. Snijd het overtollige deeg weg en prik met een vork gaatjes in de bodem. Zet het deeg nog even op een warme plek om te rijzen totdat de bodem en randen mooi dik zijn geworden.

Verwarm ondertussen de oven voor op 200 graden celsius
Schep dan de vulling erin en bak de vlaai mooi gaar in 25 minuten. Laat hem vervolgens goed afkoelen.

Klop als laatste de afgekoelde karamelroom tot karamelslagroom met een mixer. Doe de karamelslagroom in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje en spuit mooie rozetten op de vlaai.

Smakelijk!