zondag 13 september 2015

Kokosrijstevlaai met slagroom en passievrucht



Oke, hier volgt mijn definitie van vlaai:
- Een vlaai heeft een bodem van gistdeeg of linzendeeg.
- Een vlaai heeft geen geribbelde, maar een gladde rand.
- Een vlaai heeft een vulling die meegebakken wordt. Bijvoorbeeld een fruit-, pudding of rijstvulling.
- Een vlaai wordt afgewerkt met kruimels, een raster, eiwitschuim of slagroom.

Daarom zat ik afgelopen week met kromme tenen op de bank bij het kijken naar Heel Holland Bakt. Mijn Limburgse haren gingen overeind staan van alle baksels die daar door moesten gaan voor vlaai. Ik zag weinig van het bovenstaande terug. Heel creatief, vast lekker, maar beslist geen Limburgse Vlaaien waren dat. En bleke bodems! Nee, zo ziet een vlaai er echt niet uit! Daarom voelde ik mij geroepen om iets te maken wat ook creatief en anders is, maar wel voldoet aan het bovenstaande. Deze vlaai dus. En neem maar van mij aan dat-ie lekker was!!

Bodem
250 gram bloem
15 gram verse gist of 3 gram gedroogde gist
1 dl lauwwarme melk
20 gram boter
1 ei
15 gram suiker
3 gram zout

Vulling
1000 gram kokosmelk
100 gram dessertrijst
135 gram suiker
Sap van 1 limoen
Rasp van een halve limoen
Snuf zout
Melk
2 eierdooiers
3 eiwitten

Topping
250 ml slagroom
25 gram suiker
Pulp van 4 passievruchten

Voor de bodem: Verwarm voor het deeg de melk en de gist totdat het lauwwarm is. Doe de bloem in een kom en maak een kuiltje in het midden. Doe hierin de rest van de ingrediënten, behalve het zout. Strooi dit op de bloem. Zout vermindert namelijk de werking van het gist. Voeg de melk toe aan de ingrediënten in het kuiltje en meng alles door elkaar. Neem steeds een beetje bloem mee totdat het een egale deegmassa is geworden. Kneed het deeg nog even door en laat het in de kom met een doek erover rijzen totdat het deeg in volume is verdubbeld.

Maak ondertussen de rijstpudding. Doe daarvoor de kokosmelk, rijst en suiker in een pan. Breng dit aan de kook en laat het vervolgens op laag vuur in 20 minuten gaar koken. Wel erbij blijven en af en toe roeren. Laat de pudding daarna afkoelen. Breng de rijstpudding op smaak met het limoensap en de snuf zout. De rijstpudding moet vloeibaar zijn. Meestal is de pap na het koken wat dik. Meng er daarom melk doorheen totdat het een dikvloeibare pap is. Meng daar de eierdooiers doorheen.
Klop in een schone, vetvrije kom de eiwitten stijf.




Na ongeveer 45 minuten is het deeg in volume verdubbeld. Rol het uit tot een lap. Vet een vlaaivorm van 28 cm doorsnede in met boter en bekleed de vorm met het deeg.
Verwarm de oven voor op 200 graden. Doe de helft van het eiwit door de rijstepap. Doe daarvan de helft in de vlaaivorm. Meng het overgebleven eiwit door de overbleven rijstepap en doe ook dit in de vlaaivorm. Bak de vlaai gaar in ongeveer 30-35 minuten. De vlaai mag nog wat wiebelig zijn in het midden. Hij zal wat rijzen tijdens het bakken, maar tijdens het afkoelen zakt hij weer in. Eenmaal afgekoeld kan de topping erop. Klop de slagroom stijf met de suiker. Verdeel de slagroom over de vlaai en verdeel daar de passievruchtenpulp over. Mmmm, heel lekker!!!

zondag 6 september 2015

Kanelsnegle


Deze zomer zijn wij op vakantie geweest in Denemarken. En dat is erg goed bevallen. Na een weekje ietwat minder weer, hebben we genoten van heerlijke temperaturen, mooie landschappen, leuke uitstapjes, Legoland en natuurlijk van gebak. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus heb ik ook op vakantie gewoon gebakken. We hebben zo’n klein campingoventje dat niet helemaal optimaal werkt, maar het goed genoeg doet om wat pizzaatjes op te warmen, broodjes af te bakken of ….. eenvoudige baksels te maken. Uit mijn kleine campingoventje toverde ik pruimencrumble en een cake die met wat yoghurt en verse aardbeien werd getransformeerd in een héél smakelijk taartje. Jammie!



Maar natuurlijk moest er ook geproefd worden van de lokale zoetigheden. Dat haal je in Denemarken bij een ‘bageri’. Bakkerij dus. Al snel hadden we een favoriet gebakje: kanelsnegle! Een Deens kaneelbroodje. Héél erg lekker. Eenmaal thuis wilde ik, om het vakantiegevoel vast te houden, zelf aan de bak om snegles te maken. Op youtube vond ik een leuk filmpje van een Deense dame die samen met haar dochters snegles bakte. Dat leek me wel wat, echt origineel Deens. Het recept en de bereidingswijze stonden erbij ….. in het Deens uiteraard.

Deens is een maf taaltje. Bij het lezen van het recept, begreep ik ongeveer de helft, maar bij het afspelen van het filmpje kon ik er geen touw aan vastknopen. Het klinkt nogal anders dan dat je het schrijft. Zo hebben wij in Denemarken steeds snegle besteld, uitgesproken zoals je het schrijft. Aangezien ze ons steeds begrepen en het juiste gebak aanreikten, dachten wij dit in zeer goed Deens uit te spreken. De dame op het filmpje zegt echter ‘sneile’, iets wat meer op het Engelse ‘snail’ lijkt. En, aha, nu begrepen we opeens ook de naam: het gebak lijkt op een slak! Weer iets geleerd.



En daar bleef het niet bij. Ik heb een middagje erover gedaan om het recept uit te pluizen en te vertalen in het Nederlands en ik geloof dat het is gelukt. Pin me er niet op vast, misschien klopt het niet helemaal, maar de ‘sneiles’ waren heerlijk. Overheerlijk! Hier volgt dus mijn versie van het recept, vrij vertaald. En ik heb de hoeveelheid kaneel in de vulling aangepast. Voor zover ik kan opmaken uit het recept moeten dat twee theelepels zijn, maar dat vond ik te weinig, dus heb ik er twee eetlepels van gemaakt. En neem maar van mij aan dat dat smaakte!

Wil je zelf de Deense dame in actie zien, kijk dan hier.

Deeg
3 dl melk
50 gram verse gist, of 10 gram gedroogde gist
4 eieren
Merg van een vanillestokje
1 theelepel kaneel
1 theelepel gemalen kardamom
1 theelepel gemberpoeder
100 gram suiker
½ theelepel zout
200 gram boter
750 tot 800 gram bloem

Vulling
250 gram zachte roomboter
200 gram lichtbruine basterdsuiker
2 eetlepels kaneel
2 eierdooiers, losgeklopt om de snegles mee te bestrijken voordat ze de oven in gaan.

Doe de melk in een pannetje en verwarm totdat het lauwwarm is. Doe de eieren met de suiker, vanille, kaneel, gemberpoeder en het zout in een kom. Voeg daar de lauwwarme melk en gist en een paar eetlepels van de bloem aan toe. Gebruik een mixer met deeghaken om dit te kneden. Voeg dan de boter toe en kneed dit erdoor. Voeg daarna steeds lepels bloem toe totdat er een deeg is ontstaan dat net niet meer aan de kom plakt tijdens het kneden. Het recept geeft geen precieze hoeveelheid bloem, maar ik had ongeveer 800 gram nodig. Volgens de Deense dame is de hoeveelheid bloem afhankelijk van het meeltype!? Tenminste dat denk ik dat er staat. Het deeg moet in ieder geval glad en soepel zijn. Laat het deeg dan ongeveer 15 minuten rusten/rijzen op kamertemperatuur.

Doe ondertussen de boter, suiker en kaneel voor de vulling in een kom en mix dit tot een glad mengsel. Bestrooi een werkblad met wat bloem, leg hier het deeg op en rol het vervolgens uit tot een lap van 50 x 40 cm. Smeer hier de vulling over uit en rol het deeg dan op tot een lange worst van 50 cm. Snijd van deze worst plakken van ongeveer 1 ½ cm dik. Leg de plakken op een met bakpapier beklede bakplaat. Ik had drie bakplaten nodig.

De Deense dame doet de snegles in aluminium bakvormpjes, maar die had ik niet en zo gaat het ook. Zonder vormpje blijven ze wat platter, maar dat vind ik juist mooier. Laat de snegles vervolgens rijzen op kamertemperatuur. Ze hebben ongeveer 35 minuten nodig. Zorg dat ze niet te koud of in de tocht staan, dat is niet bevorderlijk voor het rijzen.



Verwarm de oven ondertussen op 185 graden en klop de eierdooiers los. Bestrijk de snegles voor het bakken met de losgeklopte eierdooiers en bak ze vervolgens gaar in 15-18 minuten. In Denemarken zat er vaak wat chocolade op of een poedersuikerglazuur. De Deense dame doet het laatste erop. Zij verwarmt poedersuiker met wat water tot een glazuur en smeert dat op de snegles. Wij vonden de glazuur overbodig, dus ik heb mijn snegles zonder gemaakt. En ze waren verslavend lekker!!!