zaterdag 31 oktober 2015

Pompoenvlaai met hazelnoot



Oké, ik ben net niet meer op tijd voor Halloween, maar deze vlaai kun je ook gewoon lekker de hele herfst door eten. Ik ben dol op vlaai en bij de bakker hier krijg je ook hele lekkere! Maar dat zijn dat wel meestal de standaard soorten. En af en toe vind ik het wel leuk om iets anders met dit tradioneel Limburgs gebak te doen. En het seizoen vraagt gewoon om een vlaai met pompoen. Op de enige druilerige dag in deze herfstvakantie, heb ik me daarom gewaagd aan het bedenken van een pompoenvlaai.

Altijd een beetje een gok om zelf iets te verzinnen, maar deze keer pakte het goed uit. Het was een verdraaid lekkere vlaai! Een Victoriavlaai is normaal een vlaai met een topping van geschaafde amandelen, suiker en wat eiwit. Ik heb de amandelen vervangen door gehakte hazelnoten. Erg Lekker! Paste prima bij de pompoensmaak.

Bodem
250 gram bloem
15 gram verse gist of 3 gram gedroogde gist
1 dl lauwwarme melk
20 gram boter
1 ei
15 gram suiker
3 gram zout

Vulling
1 pompoen
50 gr bruine basterdsuiker
3 eetlepels Golden Syrup (of honing bij gebrek aan Golden Syrup)
1 theelepel kaneel
1 theelepel gemberpoeder
2 eieren
50 ml slagroom

Victoriatopping
175 gr gehakte hazelnoot
100 gr suiker
Beetje eiwit

Voor de bodem: Verwarm voor het deeg de melk en de gist totdat het lauwwarm is. Doe de bloem in een kom en maak een kuiltje in het midden. Doe hierin de rest van de ingrediënten, behalve het zout. Strooi dit op de bloem. Zout vermindert namelijk de werking van het gist. Voeg de melk toe aan de ingrediënten in het kuiltje en meng alles door elkaar. Neem steeds een beetje bloem mee totdat het een egale deegmassa is geworden. Kneed het deeg nog even door en laat het in de kom met een doek erover rijzen op een warme plek totdat het deeg in volume is verdubbeld. Dit duurt ongeveer 45 minuten.

Verwarm de oven voor op 180 graden. Snijd ondertussen de pompoen in dikke plakken en verwijder het zachte binnenste en de zaden. Leg de plakken pompoen op een met bakpapier beklede bakplaat. Besprenkel met wat olie en zout, en rooster de pompoen ongeveer 20 minuten in de oven. De pompoen is klaar wanneer hij helemaal zacht is geworden. Laat de pompoen iets afkoelen.

Wanneer het deeg voldoende is gerezen kan het worden uitgerold tot een lap. Bekleed hier een ingevette vlaaivorm mee en laat het deeg nog even ijzen totdat de bodem ietwat gezwollen is. 


Verwarm de oven ondertussen voor op 200 graden. Prak voor de vulling de pompoenen tot puree en meng er alle ingrediënten voor de vulling doorheen. Meng alles met een garde tot een egale massa. Giet deze op de vlaaibodem.
Meng voor de topping de suiker en gehakte hazelnoot met een beetje eiwit. Voeg steeds wat eiwit toe, net zolang tot de suiker aan de hazelnoten plakt. Verdeel dit over het pompoenmengsel en zet de vlaai dan in de oven. De vlaai moet ongeveer 25 minuten bakken. De topping moet een beetje goudgeel zijn. Laat de vlaai daarna afkoelen. Normaal moet vlaai afgekoeld worden gegeten, maar wij waren ongeduldig en proefden al toen de vlaai nog lauw was. En dat was lekker!!!

zaterdag 3 oktober 2015

Chocolade-olijfoliecake met grapefruit


Al enige tijd ben ik in het bezit van het bakboek 'Homemade' van Yvette van Boven. Een heel fijn boek. Leuke recepten, mooie foto’s en een leuke styling.
In september was Yvette van Boven op TV met het programma ‘Koken met van Boven’. Dat hebben we hier met erg veel plezier gekeken. Ik houd wel van haar stijl. Vaak wordt er gezegd dat bakken zo’n precieze bezigheid is. Alles moet nauwkeurig worden afgewogen en de baktijd moet exact worden aangehouden. Dat klopt ook wel grotendeels, maar een beetje mag er wel gesjoemeld worden. Vind je een bepaalde smaak erg lekker, wees er dan scheutig mee. Proef en pas aan. En dan die baktijden. Het zijn altijd richtlijnen. Iedere oven is anders, dus kijk en voel vooral aan je baksels. Doet Yvette en doe ik ook. Zo ontwikkel je een zekere bakintuïtie en dat maakt nou juist dat je baksels helemaal top worden.

Deze cake is echt overheerlijk door de hele berg grapefruit die erin gaat. Maar houd je daar nou echt niet van of wil je eens wat anders, gooi er mandarijnenrasp of sinaasappelrasp in. Huppa, gewoon proberen. En voelen aan die cake. Hij moet net gaar zijn, dus niet te zacht, maar zeker ook niet te hard. Succes!

200 gram pure chocolade van goede kwaliteit
100 ml olijfolie extra vergine
200 gram kristalsuiker (verdeeld in 2 delen van elk 100 gram)
5 eieren, gesplitst
70 gram amandelmeel (heel fijn gemalen amandelen)
Rasp van 2 grapefruits
Een snuf zout
Cacao om te bestrooien

Dit was mijn extra toevoeging;
Slagroom met grapefruitsap
250 ml slagroom
25 gram suiker
Sap van een halve tot hele grapefruit, net hoeveel je lekker vindt

Verwarm de oven voor op 175 graden. Vet een springvorm van 26 cm doorsnede in met boter en bekleed de bodem met bakpapier.

Smelt de chocolade au bain marie, zet het vuur uit zodra het water kookt en laat de chocolade rustig smelten. Roer dan de olijfolie erdoor tot een egale saus.
Klop 100 gram suiker, de eierdooiers, het amandelmeel, de grapefruitsap en het zout erdoor met de mixer. Klop in een andere brandschone kom de eiwitten stijf met wat zout. Voeg scheut voor scheut de andere 100 gram suiker toe en klop tot alle suiker is opgenomen. Spatel dan eerst een klein beetje eiwit door het chocolademengsel en daarna de rest. Spatel alles voorzichtig door elkaar tot een egaal mengsel. Giet dit in de vorm en bak de taart in 35-40 minuten in het midden van de oven net gaar. Laat de taart helemaal afkoelen. Hij zal inzakken, maar dat hoort.


Ik heb er grapefruitslagroom bij gemaakt omdat er toch nog 2 grapefruits waren. Daarvoor heb ik de slagroom met de suiker half stijf geklopt en er daarna naar smaak grapefruitsap aan toegevoegd. Vervolgens heb ik de slagroom verder geklopt. Wij vonden dit er heel erg goed bij smaken. De cacaopoeder hebben we weggelaten. De taart was hier een groot succes! Op voordat we er erg in hadden!

zondag 13 september 2015

Kokosrijstevlaai met slagroom en passievrucht



Oke, hier volgt mijn definitie van vlaai:
- Een vlaai heeft een bodem van gistdeeg of linzendeeg.
- Een vlaai heeft geen geribbelde, maar een gladde rand.
- Een vlaai heeft een vulling die meegebakken wordt. Bijvoorbeeld een fruit-, pudding of rijstvulling.
- Een vlaai wordt afgewerkt met kruimels, een raster, eiwitschuim of slagroom.

Daarom zat ik afgelopen week met kromme tenen op de bank bij het kijken naar Heel Holland Bakt. Mijn Limburgse haren gingen overeind staan van alle baksels die daar door moesten gaan voor vlaai. Ik zag weinig van het bovenstaande terug. Heel creatief, vast lekker, maar beslist geen Limburgse Vlaaien waren dat. En bleke bodems! Nee, zo ziet een vlaai er echt niet uit! Daarom voelde ik mij geroepen om iets te maken wat ook creatief en anders is, maar wel voldoet aan het bovenstaande. Deze vlaai dus. En neem maar van mij aan dat-ie lekker was!!

Bodem
250 gram bloem
15 gram verse gist of 3 gram gedroogde gist
1 dl lauwwarme melk
20 gram boter
1 ei
15 gram suiker
3 gram zout

Vulling
1000 gram kokosmelk
100 gram dessertrijst
135 gram suiker
Sap van 1 limoen
Rasp van een halve limoen
Snuf zout
Melk
2 eierdooiers
3 eiwitten

Topping
250 ml slagroom
25 gram suiker
Pulp van 4 passievruchten

Voor de bodem: Verwarm voor het deeg de melk en de gist totdat het lauwwarm is. Doe de bloem in een kom en maak een kuiltje in het midden. Doe hierin de rest van de ingrediënten, behalve het zout. Strooi dit op de bloem. Zout vermindert namelijk de werking van het gist. Voeg de melk toe aan de ingrediënten in het kuiltje en meng alles door elkaar. Neem steeds een beetje bloem mee totdat het een egale deegmassa is geworden. Kneed het deeg nog even door en laat het in de kom met een doek erover rijzen totdat het deeg in volume is verdubbeld.

Maak ondertussen de rijstpudding. Doe daarvoor de kokosmelk, rijst en suiker in een pan. Breng dit aan de kook en laat het vervolgens op laag vuur in 20 minuten gaar koken. Wel erbij blijven en af en toe roeren. Laat de pudding daarna afkoelen. Breng de rijstpudding op smaak met het limoensap en de snuf zout. De rijstpudding moet vloeibaar zijn. Meestal is de pap na het koken wat dik. Meng er daarom melk doorheen totdat het een dikvloeibare pap is. Meng daar de eierdooiers doorheen.
Klop in een schone, vetvrije kom de eiwitten stijf.




Na ongeveer 45 minuten is het deeg in volume verdubbeld. Rol het uit tot een lap. Vet een vlaaivorm van 28 cm doorsnede in met boter en bekleed de vorm met het deeg.
Verwarm de oven voor op 200 graden. Doe de helft van het eiwit door de rijstepap. Doe daarvan de helft in de vlaaivorm. Meng het overgebleven eiwit door de overbleven rijstepap en doe ook dit in de vlaaivorm. Bak de vlaai gaar in ongeveer 30-35 minuten. De vlaai mag nog wat wiebelig zijn in het midden. Hij zal wat rijzen tijdens het bakken, maar tijdens het afkoelen zakt hij weer in. Eenmaal afgekoeld kan de topping erop. Klop de slagroom stijf met de suiker. Verdeel de slagroom over de vlaai en verdeel daar de passievruchtenpulp over. Mmmm, heel lekker!!!

zondag 6 september 2015

Kanelsnegle


Deze zomer zijn wij op vakantie geweest in Denemarken. En dat is erg goed bevallen. Na een weekje ietwat minder weer, hebben we genoten van heerlijke temperaturen, mooie landschappen, leuke uitstapjes, Legoland en natuurlijk van gebak. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus heb ik ook op vakantie gewoon gebakken. We hebben zo’n klein campingoventje dat niet helemaal optimaal werkt, maar het goed genoeg doet om wat pizzaatjes op te warmen, broodjes af te bakken of ….. eenvoudige baksels te maken. Uit mijn kleine campingoventje toverde ik pruimencrumble en een cake die met wat yoghurt en verse aardbeien werd getransformeerd in een héél smakelijk taartje. Jammie!



Maar natuurlijk moest er ook geproefd worden van de lokale zoetigheden. Dat haal je in Denemarken bij een ‘bageri’. Bakkerij dus. Al snel hadden we een favoriet gebakje: kanelsnegle! Een Deens kaneelbroodje. Héél erg lekker. Eenmaal thuis wilde ik, om het vakantiegevoel vast te houden, zelf aan de bak om snegles te maken. Op youtube vond ik een leuk filmpje van een Deense dame die samen met haar dochters snegles bakte. Dat leek me wel wat, echt origineel Deens. Het recept en de bereidingswijze stonden erbij ….. in het Deens uiteraard.

Deens is een maf taaltje. Bij het lezen van het recept, begreep ik ongeveer de helft, maar bij het afspelen van het filmpje kon ik er geen touw aan vastknopen. Het klinkt nogal anders dan dat je het schrijft. Zo hebben wij in Denemarken steeds snegle besteld, uitgesproken zoals je het schrijft. Aangezien ze ons steeds begrepen en het juiste gebak aanreikten, dachten wij dit in zeer goed Deens uit te spreken. De dame op het filmpje zegt echter ‘sneile’, iets wat meer op het Engelse ‘snail’ lijkt. En, aha, nu begrepen we opeens ook de naam: het gebak lijkt op een slak! Weer iets geleerd.



En daar bleef het niet bij. Ik heb een middagje erover gedaan om het recept uit te pluizen en te vertalen in het Nederlands en ik geloof dat het is gelukt. Pin me er niet op vast, misschien klopt het niet helemaal, maar de ‘sneiles’ waren heerlijk. Overheerlijk! Hier volgt dus mijn versie van het recept, vrij vertaald. En ik heb de hoeveelheid kaneel in de vulling aangepast. Voor zover ik kan opmaken uit het recept moeten dat twee theelepels zijn, maar dat vond ik te weinig, dus heb ik er twee eetlepels van gemaakt. En neem maar van mij aan dat dat smaakte!

Wil je zelf de Deense dame in actie zien, kijk dan hier.

Deeg
3 dl melk
50 gram verse gist, of 10 gram gedroogde gist
4 eieren
Merg van een vanillestokje
1 theelepel kaneel
1 theelepel gemalen kardamom
1 theelepel gemberpoeder
100 gram suiker
½ theelepel zout
200 gram boter
750 tot 800 gram bloem

Vulling
250 gram zachte roomboter
200 gram lichtbruine basterdsuiker
2 eetlepels kaneel
2 eierdooiers, losgeklopt om de snegles mee te bestrijken voordat ze de oven in gaan.

Doe de melk in een pannetje en verwarm totdat het lauwwarm is. Doe de eieren met de suiker, vanille, kaneel, gemberpoeder en het zout in een kom. Voeg daar de lauwwarme melk en gist en een paar eetlepels van de bloem aan toe. Gebruik een mixer met deeghaken om dit te kneden. Voeg dan de boter toe en kneed dit erdoor. Voeg daarna steeds lepels bloem toe totdat er een deeg is ontstaan dat net niet meer aan de kom plakt tijdens het kneden. Het recept geeft geen precieze hoeveelheid bloem, maar ik had ongeveer 800 gram nodig. Volgens de Deense dame is de hoeveelheid bloem afhankelijk van het meeltype!? Tenminste dat denk ik dat er staat. Het deeg moet in ieder geval glad en soepel zijn. Laat het deeg dan ongeveer 15 minuten rusten/rijzen op kamertemperatuur.

Doe ondertussen de boter, suiker en kaneel voor de vulling in een kom en mix dit tot een glad mengsel. Bestrooi een werkblad met wat bloem, leg hier het deeg op en rol het vervolgens uit tot een lap van 50 x 40 cm. Smeer hier de vulling over uit en rol het deeg dan op tot een lange worst van 50 cm. Snijd van deze worst plakken van ongeveer 1 ½ cm dik. Leg de plakken op een met bakpapier beklede bakplaat. Ik had drie bakplaten nodig.

De Deense dame doet de snegles in aluminium bakvormpjes, maar die had ik niet en zo gaat het ook. Zonder vormpje blijven ze wat platter, maar dat vind ik juist mooier. Laat de snegles vervolgens rijzen op kamertemperatuur. Ze hebben ongeveer 35 minuten nodig. Zorg dat ze niet te koud of in de tocht staan, dat is niet bevorderlijk voor het rijzen.



Verwarm de oven ondertussen op 185 graden en klop de eierdooiers los. Bestrijk de snegles voor het bakken met de losgeklopte eierdooiers en bak ze vervolgens gaar in 15-18 minuten. In Denemarken zat er vaak wat chocolade op of een poedersuikerglazuur. De Deense dame doet het laatste erop. Zij verwarmt poedersuiker met wat water tot een glazuur en smeert dat op de snegles. Wij vonden de glazuur overbodig, dus ik heb mijn snegles zonder gemaakt. En ze waren verslavend lekker!!!

vrijdag 21 augustus 2015

Eclairs met blauwe bessen en lemoncurd


Volgende week komen er nog een paar zomerse dagen aan en dat is dit wel een heel fijn gebakje. Lekker fris en mooi! Heel geschikt voor een high-tea of een lekker luxe toetje of gewoon zomaar. En eigenlijk helemaal niet zo moeilijk. Oké, je moet even aan de slag met soezendeeg, maar de rest is simpel. Zeker als je, net als ik, kant en klare lemoncurd gebruikt. Tuurlijk, zelfgemaakte lemoncurd is lekkerder, maar in dit recept werkt lemoncurd uit een potje ook heel erg goed. Heb je meteen tijd over om nog even van de zon te genieten! In plaats van blauwe bessen kun je ook frambozen gebruiken. Bij mij waren net toevallig de blauwe bessen rijp in de tuin, dus heb ik die gebruikt.

Soezendeeg
125 gram melk
125 gram water
100 gram boter, in blokjes
½ theelepel zout
1 eetlepel fijne kristalsuiker
150 gram bloem
5 eieren

Vulling
375 ml slagroom
30 gram suiker
100 gram lemoncurd
Extra lemoncurd om in de eclairs te lepelen
250 gram blauwe bessen, houd er een paar achter als garnering

Glazuur
125 gram poedersuiker
Theelepel lemoncurd
Water

Begin met de eclairs. Verwarm de oven voor op 220 graden en bekleed een bakplaat met bakpapier.
Doe voor het soezendeeg de melk, boter, suiker in een pan met het water en het zout. Breng dit aan de kook en haal daarna de pan meteen van het vuur. Doe de bloem erbij en roer alles met een houten lepel tot een gladde massa. Zet de pan dan weer op een middelmatig vuur en roer 1 minuut onafgebroken om het deegmengsel te laten drogen. Je hoort het dan een beetje sissen. Doe daarna het deegmengsel in een kom en voeg één voor één de eieren toe. In het begin lijkt het alsof de eieren niet goed worden opgenomen, maar na even roeren, wordt het toch een egaal mengsel. Pas het volgende ei toevoegen als je merkt dat het eerder toegevoegde ei helemaal is opgenomen. Uiteindelijk moet het een gladde, glimmende massa worden. Het moet als een heel dik lint van een houten lepel aflopen.
Doe het beslag in een spuitzak met een rond spuitmondje en spuit worstjes van ongeveer 10 cm lang op de met bakpapier beklede bakplaat. Bak de eclairs gaar in 25 -30 minuten. Ze moeten mooi goudbruin zijn. Laat ze vervolgens helemaal afkoelen. Uit dit recept gaan aardig wat eclairs. De meest mooie (zo’n 15 eclairs) gebruik ik om te vullen, de rest eten we gewoon zo op. Mijn zoontjes zijn dol op eclairs zonder vulling.

Doe voor de vulling de slagroom met de suiker in een kom en klop de slagroom stijf. Voeg er op het laatste moment de lemoncurd aan toe en klop dit even mee zodat het goed door de slagroom gemengd wordt.

Snijd dan de 15 mooiste eclairs open en verspreid een theelepel lemoncurd op de bodem van elke eclair. Verdeel de blauwe bessen over de eclairbodems. Houd wat blauwe bessen over ter garnering. Doe de slagroom in een spuitzak met een kartelmondje en spuit de slagroom in de eclairs. Vervolgens kunnen de bovenkantjes erop.

Meng voor het glazuur de poedersuiker met de lemoncurd en voeg dan steeds een heel klein beetje water toe terwijl je roert. Stop met het toevoegen van water als het een dikke, gladde pasta is. Ik heb het glazuur en in spuitzak gedaan en een plat, dun spuitmondje. Daarmee heb ik op elke eclair een streepje glazuur gespoten. Daarop nog wat besjes en je hebt een prachtig, overheerlijk gebakje!

vrijdag 3 juli 2015

Blueberry Daydream


'Blueberry Daydream' heet een nummer van één van de favoriete bands (Motorpsycho, voor de belangstellenden onder jullie) van mijn man. Bij het zien van deze taart moest hij meteen aan dit nummer denken. Niet verwonderlijk ook, want dit is echt een droom van een blauwe bessentaart.
Enkele jaren geleden kochten we een blauwe bessentaart bij een patisserie in Frankrijk en hebben toen gesmuld van het deeg, de frangipane en de bessen. Héérlijk! Eenmaal thuis heb ik altijd gedacht de taart nog eens zelf te maken, maar steeds kwamen er weer andere taarten tussendoor die er ook om smeekten om gebakken te worden. Tot nu! Opeens had ik er gewoon ontzettend veel zin in om deze taart te bakken en te eten. Het is natuurlijk altijd maar de vraag of mijn zelfbedachte recept dan ook in de buurt komt van die taart in Frankrijk, maar er was geen twijfel mogelijk: een echte 'Blueberry Daydream'!

Bodem
100 gram witte basterdsuiker
200 gram boter
300 gram zelfrijzend bakmeel
1 ei mespunt zout
rasp van een halve citroen

Frangipane
250 gram suiker
250 gram amandelen (of amandelmeel)
3 eieren
150 gram zachte boter
Rasp van 1 citroen
30 gram bloem

600 gram blauwe bessen (diepvriesbessen geen probleem)
15 gram suiker
3 eetlepels Crème de Cassis

Begin met het deeg. Meng daarvoor in een kom de boter met de basterdsuiker, de citroenrasp en het zout. Voeg dan het ei toe en als laatste het zelfrijzend bakmeel. Kneed alles tot een deeg. Wikkel het deeg dan in plasticfolie en laat het een uur rusten in de koelkast.
Maak ondertussen de frangipane. Maal daarvoor de amandelen heel fijn (of gebruik amandelmeel). Meng vervolgens alle ingrediënten voor de frangipane door elkaar tot een glad mengsel.

Doe de bessen in een kom en sprenkel de suiker en de Crème de Cassis erdoor. Je kunt de Crème de Cassis ook weglaten, maar ik vind het een lekker smaakje geven. Een scheut citroensap haalt de smaak van de bessen ook op, dus dat is ook een optie. Gebruik dan het sap van een halve grote citroen. Mix alles goed door elkaar en laat het staan. Wanneer je diepvriesbessen gebruikt is het goed om te weten dat deze ontdooid moeten zijn alvorens ze de taart op kunnen. Zorg er in dat geval voor dat je de bessen ruim van te voren al uit de diepvries haalt. Bij voorkeur voordat je met de bodem begint.

Verwarm dan de oven voor op 190 graden en vet een bakvorm van 28 cm doorsnede in met boter. Haal het deeg uit de koelkast en rol het uit tot een mooie, grote lap waarmee je de bakvorm bekleed. Vul de bodem met de frangipane en zet de taart in de oven. Bak de taart ongeveer 25 minuten. De frangipane is dan al een beetje gestold aan de bovenkant.
Verdeel dan de blauwe bessen erover en bak de taart nog eens 20 minuten totdat de bessen net een beetje zacht aan het worden zijn, maar hun vorm nog behouden. Is dit na 20 minuten nog niet het geval, draai dan de oven terug naar 150 graden en wacht tot dit wel gebeurt. Ik doe de bessen er pas halverwege op, omdat ze anders te veel mengen met de frangipane en dat wordt een beetje een klef mengsel. Door de bessen later mee te bakken, blijven de laagjes van de taart zichtbaar en ziet de taart er ook nog eens mooier uit. Laat de taart goed afkoelen en geniet dan van deze droom van een taart!

dinsdag 2 juni 2015

Citroen-yoghurt Tulband


Deze tulband maakte ik jaren geleden heel vaak. Het recept komt uit het allereerste bakboek dat ik ooit kocht, 'Best Ever Baking'. De laatste jaren heb ik ook veel uit andere boeken gebakken en zelf recepten bedacht en daardoor was ik deze cake helemaal vergeten. Totdat ik het boek weer eens inkeek en bedacht hoe lekker deze tulband altijd was. Dat was hij nu ook weer.
In het recept staat dat je Bicarbonate of Soda moet gebruiken. Via internet is dit te verkrijgen, gewoon even googlen. Ik had het dit niet in huis en heb proberen te smokkelen door alleen bakpoeder te gebruiken. Maar dat werkte niet helemaal want mijn cake zakte na het bakken iets in. Dat deed verder niets af aan de smaak, want die was weer fantastisch. Een cake om je vingers bij af te likken.

225 gram boter op kamertemperatuur
300 gram suiker
4 eieren, dooiers en eiwit gescheiden
2 theelepels geraspte citroenschil
85 ml citroensap
250 gram volle yoghurt
285 gram bloem
2 theelepels bakpoeder
1 theelepel Bicarbonate of Soda
½ theelepel zout

Voor de icing:
115 gram poedersuiker
2 eetlepels citroensap
3-4 eetlepels yoghurt

Deze keer heb ik mijn icing gemaakt door het sap van 1 citroen te mengsel met poedersuiker totdat het dik, egaal mengsel werd. Deze icing is net iets dikker, maar ook zuurder dan de officiële icing en dat vind ik net wat mooier uitzien én lekkerder smaken.

Verwarm de oven voor op 180 graden en vet een tulbandvorm in met boter.
Mix de boter en de suiker totdat het een luchtig mengsel is. Mix dan de eierdooiers één voor één erdoor. Voeg de citroenrasp, het citroensap en de yoghurt toe en meng alles weer goed door elkaar. 
Zeef in een andere kom de bloem, bakpoeder en bicarbonate of soda en meng dit door elkaar. Gebruik weer een andere schone, vetvrije kom om de eiwitten met het zout tot stijve pieken te mixen. Voeg dan de droge ingrediënten bij de natte ingrediënten en meng alles door elkaar. Voeg dan een lepel van het stijf geslagen eiwit toe. Vouw dit met een spatel door elkaar en voeg dan de rest van het eiwit toe en vouw dit ook weer door elkaar.

Doe het beslag in de tulbandvorm en bak de cake in ongeveer 50 minuten gaar. Een satéprikker die je in het midden van de tulband steekt, moet er schoon weer uitkomen. Laat de cake ongeveer 15 minuten afkoelen in de vorm. Haal hem dan eruit en laat hem verder afkoelen op een rooster. Eenmaal afgekoeld kan de icing erop. Meng daarvoor alle ingrediënten door elkaar en verdeel dit over de bovenkant van de cake.

woensdag 20 mei 2015

Far breton aux pruneaux


Enkele jaren geleden zijn we in Bretagne (Frankrijk) op vakantie geweest. Een aanrader; prachtige natuur en cultuur. Far Breton aux pruneaux kon je er bij elke patisserie kopen. Een gebak van een soort vaste custard met daarin gedroogde, gewelde pruimen. Erg lekker, dus toen ik het recept ervoor vond in ‘Homebaked’ van Yvette van Boven, heb ik de Far meteen gemaakt. Het ziet er na het bakken erg vast en machtig uit, maar hapt oh zo lekker weg!

100 ml goede bruine rum (gewone thee kan ook bij gebrek aan rum)
500 gram gedroogde pruimen zonder pit
250 gram bloem
200 gram suiker
Een snuf zout
8 eieren
1 liter volle melk
Merg uit 1 vanillestokje

Verwarm de rum in een steelpannetje tot hij bijna kookt, draai het vuur dan uit en voeg de pruimen toe. Laat deze 30 minuten wellen in de rum.
Verwarm de oven voor op 200 graden en vet een ronde bakvorm van 24 cm doorsnede in met boter en bekleed de bodem met bakpapier. Gebruik een bakvorm met een vaste bodem. Een springvorm met losse bodem lekte bij mij.

Meng de bloem met de suiker en het snufje zout. Klop de eieren per twee tegelijk erdoor tot een lekker dik beslag. Doe daarbij het merg uit het vanillestokje. Giet dan de melk al kloppend in een straaltje bij dit mengsel en voeg ook de rum die niet door de pruimen is opgezogen toe. Roer het beslag goed door. Verdeel de pruimen over de bodem van de bakvorm en giet daar het beslag op. Bak de taart in ongeveer een uur gaar. Laat hem goed afkoelen voordat je hem aansnijdt. Hij wordt lekkerder met de dag, maar is het moeilijk om hem niet meteen op te eten.

maandag 27 april 2015

Brownies met koffieboontjes


Brownies doen het hier altijd goed. Koffieboontjes zijn ook favoriet. Dus wat is er dan lekkerder dan brownies met koffieboontjes? Deze heb ik op verzoek van mijn zoontjes gebakken. De lekkerste brownie ooit was hun oordeel. Daar heb ik verder niks aan toe te voegen!

Brownie
250 gram koffieboontjes
175 gram ongezouten boter, in blokjes
225 gram fijne kristelsuiker
3 grote eieren, losgeklopt
50 gram bloem

Ganache
200 gram chocola
150 gram slagroom

Koffieboontjes voor de garnering

Verwarm de oven voor op 180 graden celsius. Vet een bakvorm van 20 x 20 cm in met boter en bekleed de bodem met een velletje bakpapier.

Doe 100 gram koffieboontjes in een kom en voeg de boter toe. Zet de kom op een pan met kokend water. De kom mag het water niet raken. Laat de boter en chocola onder voortdurend roeren smelten. Neem dan de kom van het vuur en roer eerst de suiker en vervolgens de losgekopte eieren door het mengsel. Wanneer alles opgenomen is, mag de bloem erbij. Spatel als laatste de overgebleven 150 gram koffieboontjes door het mengsel. Schep het beslag in de bakvorm en strijk de bovenkant glad. Bak de brownie ongeveer 25 tot 30 minuten in de voorverwarmde oven. Een houten prikker die je halverwege het midden en de rand steekt, moet er nagenoeg schoon weer uit komen.

Laat de brownie vervolgens afkoelen voordat je de ganache maakt. Verwarm voor de ganache de slagroom in een pannetje totdat deze bijna kookt. Doe de koffieboontjes in een kom en giet daar de hete slagroom bovenop. Roer alles door elkaar totdat de chocola is gesmolten en je een verrukkelijke dikke chocolademassa hebt. Giet dit over de brownie en garneer vervolgens met koffieboontjes. Ontzettend lekker!!!

woensdag 25 februari 2015

Witte chocoladecheesecake met frambozensaus


Enkele weken geleden eindigden we op een gure zondagmiddag na een museumbezoekje bij Bagels & Beans. Voor een lekker sapje en een stuk taart. Waaronder cheesecake. Die ging er wel in bij onze jongens. Dus het weekend daarna kwam er een verzoek voor cheesecake, die van Bagels & Beans welteverstaan. Het recept daarvoor kun je van hun website afhalen. Nou ben ik alleen wat eigenwijs en wilde ik zelf een cheesecake bedenken. Deze is het geworden. Na enige aarzeling ('Het is niet die van B&B!') werd hij toch met veel smaak door de jongens opgepeuzeld. Oordeel: Die van mama is toch nog lekkerder! Kijk, daar doe je het voor!

Bodem 
250 gr havermoutkoekjes
100 gram boter

Vulling
500 gram mascarpone
250 gram crème fraîche
150 gram suiker
200 gram witte chocolade
4 eieren
1 zakje vanillesuiker
1 eetlepel maïzena 

Frambozensaus
500 gram (diepvriesframbozen)
50 gram suiker (of meer naar smaak)

Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een bakvorm van 24 cm doorsnede in met boter en bekleed de bodem met een velletje bakpapier.

Maal de koekjes fijn en smelt ondertussen de boter in een pannetje. Voeg de gesmolten boter bij de koekkruimels en meng alles goed door elkaar. Doe dit in de springvorm en druk het mengsel met de bolle kant van een lepel goed aan. Zet de bodem 10 minuten in de oven en laat hem daarna afkoelen.

Verlaag dan de oventemperatuur naar 150 graden.
Smelt voor de vulling de witte chocolade au bain Marie. Laat de chocolade vervolgens iets afkoelen. Meng met een mixer in een kom de mascarpone, crème fraîche en suiker door elkaar. Voeg dan één voor één de eieren toe en mix deze door het mengsel. Voeg als laatste de gesmolten witte chocolade en de maïzena toe. Giet de vulling in de springvorm en plaats de taart in de oven. Bak de taart gaar in 1 uur en 30 minuten. De taart zal dan nog een beetje wiebelig zijn. Zet dan de oven uit en laat de taart in de oven, met de ovendeur op een kier, afkoelen. Als de taart is afgekoeld, kan hij de koelkast in om verder op te stijven.

Wij vinden het lekker om de taart uiteindelijk op kamertemperatuur te eten. Dan is hij iets smeuïger dan wanneer hij direct uit de koelkast komt. Wij halen hem dus een halfuurtje voor het serveren uit de koelkast. 

Doe voor de saus de frambozen en de suiker in een pannetje en verwarm dit totdat de frambozen zacht zijn en uit elkaar vallen. Laat de compote nog een paar minuutjes doorpruttelen en vervolgens afkoelen. De saus is met deze hoeveelheid nog wat zuur. Ik vind dat lekker bij het zoete van de witte chocolade in de cheesecake. Proef de saus even terwijl hij opstaat, dan kun ji altijd nog suiker naar smaak toevoegen. Het is een royale hoeveelheid saus, maar bij ons ging die bijna helemaal op. Restjes saus zijn bijvoorbeeld ook nog lekker in de yoghurt.

donderdag 15 januari 2015

Tarte aux profiteroles


Knapperige taart met slagroomsoesjes en chocoladesaus! En oh ja... Ook nog een heerlijk laagje banketbakkersroom. Profiteroles zijn eigenlijk een Frans nagerecht van slagroomsoesjes overgoten met chocoladesaus. In Frankrijk krijg je ze bij de supermarkt bij de kant en klare toetjes en dat smaakt oké, maar ooit heb ik ze ook als toetje gegeten na een echte Franse lunch. Zo'n lunch in de zon op een sfeervol terras in een heel mooi Frans stadje. En toen waren ze echt verrukkelijk!

Die kant en klare profiteroles uit de supermarkt deden het de afgelopen vakantie in Frankrijk erg goed bij mijn zoontjes. Dus wilde ik ze graag nog eens verrassen met en een heuse profiterole-taart. Tarte aux profiteroles is het dus geworden. Best een bewerkelijke taart, er moeten heel wat stapjes gevolgd worden voordat de taart klaar is. Maar dan heb je ook wat! Er werd gesmuld hier in huis. Mij oudste zoon, met mijn chocoladegenen, heeft wel drie stukken op een dag weggewerkt. En vroeg toen nog om meer…

Mocht je het nou allemaal te veel werk vinden, dan kun je altijd ervoor kiezen om kant en klare soesjes uit het vriesvak te gebruiken (zeg ik dan, maar ik meen het niet echt, want zelfgemaakte soesjes zijn natuurlijk veel lekkerder!).

Fonceerbodem
250 gram bloem
125 gram niet te koude boter, in blokjes
1 ei
1 eetlepel suiker
Snuf zout
0,4 dl ijskoud water

Soesjes
125 gram melk
125 gram water
100 gram boter, in blokjes
½ theelepel zout
1 eetlepel fijne kristalsuiker
150 gram bloem
5 eieren

Vulling soesjes
350 ml slagroom
35 gram suiker 

Banketbakkersroom
1 vanillestokje
250ml melk
75 gram suiker
2 eidooiers
1 el bloem

Chocoladesaus (ganache)
150 gram slagroom
100 gram pure chocolade, fijngehakt
100 gram melkchocolade, fijngehakt

Begin met het maken van het deeg voor de bodem. Doe de boter, suiker en bloem met de snuf zout in een kom en meng alles door elkaar. Het moet de structuur van broodkruim krijgen. Dit kun je doen door het deeg met je handen te kneden, maar het gaat ook goed met de deeghaken van een mixer. Voeg vervolgens het ei en het water toe en kneed het deeg tot een bal. Laat het deeg daarna, in plastic folie gewikkeld, een half uur rusten in de koelkast.

Maak dan de banketbakkersroom. Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los in een andere kom en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar. Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen. Blijf ondertussen goed roeren. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom.

Nadat het deeg voor de bodem een halfuur heeft gerust in de koelkast, kan het verder verwerkt worden. Verwarm de oven voor op 190 graden en vet een bakvorm van ongeveer 28 cm doorsnede in met boter. Rol het deeg uit tot een grote lap en bekleed hiermee de bakvorm. De bodem moet vervolgens ‘blind’ gebakken worden. Beleg daarvoor de bodem met een vel bakpapier en vul de bodem met een steunvulling van gedroogde bonen, erwten of rijst. Of gebruik echte bakknikkers. Dit zorgt ervoor dat de bodem mooi plat blijft en niet bol gaat staan tijdens het bakken. Bak de taart 40 minuten. Verwijder dan de steunvulling en het bakpapier, draai de oventemperatuur terug naar 150 graden en bak de taart nog ongeveer 10-15 minuten totdat de bodem goudbruin is. Haal de bodem uit de oven en laat goed afkoelen.

Het deeg voor de soesjes kun je maken terwijl de bodem in de oven zit. Doe voor het soezendeeg de melk, boter, suiker in een pan met het water en het zout. Breng dit aan de kook en haal daarna de pan meteen van het vuur. Doe de bloem erbij en roer alles met een houten lepel tot een gladde massa. Zet de pan dan weer op een middelmatig vuur en roer 1 minuut onafgebroken om het deegmengsel te laten drogen. Doe daarna het deegmengsel in een kom en voeg één voor één de eieren toe. In het begin lijkt het alsof de eieren niet goed worden opgenomen, maar na even roeren, wordt het toch een egaal mengsel. Pas het volgende ei toevoegen als je merkt dat het eerder toegevoegde ei helemaal is opgenomen. Uiteindelijk moet het een gladde, glimmende massa worden. Het moet als een heel dik lint van de houten lepel aflopen. Doe het beslag in een spuitzak met een rond spuitmondje van 1 cm doorsnede. Spuit kleine hoopjes op een met bakpapier beklede bakplaat. De hoopjes mogen niet te groot zijn, want het deeg gaat nog flink rijzen in de oven. Formaat kleine walnoot is al groot genoeg. Zorg vervolgens dat de oven een temperatuur heeft van 220 graden en bak de soesjes daarin in 25 minuten mooi bruin. Laat ze vervolgens goed afkoelen. Het recept is voor aardig wat soesjes. Je hebt ongeveer de helft nodig voor de taart. Wij hebben de andere helft gewoon zonder vulling opgegeten. Ook al lekker genoeg.


Eenmaal koud, kunnen de soesjes dus gevuld worden. Klop daarvoor de slagroom met de suiker stijf. Kerf met een mesje een kruisje in de onderkant van de soesjes zodat hierdoor de vulling gespoten kan worden. Vul een spuitzak met een dun spuitmondje met de slagroom en vul de soesjes.

Dan kan de taart samengesteld worden. Verdeel de banketbakkersroom gelijkmatig over de bodem en verdeel daar de soesjes over. Als laatste hoort er natuurlijk nog een lekkere chocoladesaus op. Doe daarvoor de slagroom in een pannetje en verwarm deze tot het bijna kookt. Doe de gehakte chocolades in en kom en stort daar de hete slagroom over. Roer alles door elkaar totdat er een mooie saus is ontstaan. Giet de saus over de soesjes en de taart is eindelijk klaar. Ik geef toe, het is even wat werk, maar dan is het ook echt wel smullen!

vrijdag 9 januari 2015

Appel-karameltaart met pecannoten


Comfort Food: eten dat ervoor zorgt dat je je fijn voelt, eten dat fijne herinneringen oproept. Comfort food is meestal makkelijk te maken, makkelijk te eten. En… bij comfort food wordt er niet zo zeer gelet op de calorietjes.
Deze taart voldoet helemaal aan die beschrijving. Appeltaart, wie wordt er nou niet blij van die geur?! Zoet deeg, zalige karamel, knapperige noten... Wat wil je nog meer? Ok, voor deze taart moet je een karamel maken, maar dat is dan ook echt het enige wat een beetje lastig is. Voor de rest is deze taart makkelijk om te maken, de baktijd is kort en het eten is een genot. Vooral als de taart nog een beetje warm is. Wat crème fraîche erbij, of slagroom. Of nog beter; crème fraîche bij de taart en erbij een kop warme chocomel met slagroom en dan genieten maar. Heerlijk voor deze tijd van het jaar!

Het recept heb ik zelf bij elkaar bedacht en ik ben er trots op!

Deeg
150 gram boter
150 gram suiker
400 gram bloem
2 eieren snuf zout

Vulling
250 gram suiker
250 gram slagroom
1 eetlepel honing
100 gram pecannoten, grofgehakt
600 gram in blokjes gesneden appel
Klein klontje boter

Begin met het deeg. Meng daarvoor de suiker, het zout en de boter door de bloem. Voeg dan de eieren toe en kneed alles tot een soepel deeg. Verpak het deeg in plastic folie en laat het minstens een half uur rusten in de koelkast.

Maak ondertussen de karamel. Doe daarvoor een beetje van de suiker in een ruime pan en laat de suiker op matig vuur karamelliseren. Zorg dat je begint met een dunne laag op de bodem van de pan. Het duurt even voordat de suiker vloeibaar wordt en vervolgens gaat kleuren. Zorg ervoor dat de karamel niet te donker wordt, want dan wordt hij bitter. Wanneer de eerste laag suiker is gekaramelliseerd kan er weer een laagje suiker op worden gestrooid. Voeg zo steeds wat suiker toe tot alle suiker een mooie karamel is geworden.
Verwarm ondertussen in een ander pannetje de slagroom. Voeg deze toe aan de karamel. Door de slagroom eerst te verwarmen, mengt het beter met de karamel. Koude slagroom zorgt ervoor dat de karamel afkoelt en een dikke klont wordt. Dat komt wel weer goed als je alles verwarmt en goed roert, maar warme slagroom voorkomt dit voor een groot deel. Let wel even op als je de slagroom toevoegt; het kan flink borrelen in de pan. Roer alles goed door elkaar op matig vuur totdat het een mooie, egale karamel is geworden. Voeg dan de honing en de pecannoten toe en laat alles wat afkoelen.

Doe wat boter in een koekenpan en bak daarin de appel totdat ze iets zacht zijn. Meng de gebakken appelstukjes door de karamel.

Verwarm dan de oven voor op 220 graden en vet een ronde, lage bakvorm van 28 cm in met boter. Haal het deeg uit de koelkast en rol 2/3 hiervan uit tot en grote ronde lap. Bekleed de bakvorm hiermee. Verdeel het appel-karamel mengsel over de bodem. Maak dan de randen van het deeg nat met een kwastje, rol het resterende deeg uit to een lap en leg dit als deksel op de vulling. Duw de bovenste lap deeg goed op het deeg van de bodem. Doordat je de randjes met water hebt ingekwast, zal het aan elkaar plakken. Snijd overtollig deeg weg en snijd met een mesje een klein rondje in het midden van de deksel zodat vocht en stoom tijdens het bakken kunnen ontsnappen. Bak de taart in ongeveer 20 minuten goudbruin in de oven. Besprenkel hem met suiker wanneer hij net uit de oven komt. Iets laten afkoelen en dan smullen maar!