maandag 29 december 2014

Wafels!


Bijna Oud en Nieuw! Dan eten we natuurlijk oliebollen, maar ik bak ook ieder jaar wafels. De lekkerste wafels ooit! Het zijn geen harde en ook geen zachte wafels, maar een beetje er tussenin. En ze zijn te lekker voor woorden. Ik kan ze eten als ontbijt, lunch tussendoortje en toetje. Nou is dat op zich nog niet zo vreemd, want als het aan mij ligt, eet ik het liefst taart in plaats van een gezond ontbijt of een boterham tussen de middag. Maar als zelfs mijn man - die heel erg graag brood eet - zegt dat hij wel een wafel als ontbijt zou lusten, dan weet je dat deze wafels wel heel erg goed zijn. Doen we natuurlijk niet, een wafel als ontbijt eten. We moeten het goede voorbeeld geven voor onze kinderen en iets gezonds nuttigen. Maar als die vervolgens gaan spelen in de kamer, doe ik een graai in de doos met wafels en eten we er stiekem één (of twee) op in de keuken.

Het recept is genoeg voor ongeveer 30 wafels. Dat lijken er heel wat, maar het is altijd weer verbazingwekkend hoe snel ze op zijn. En dat terwijl ze eigenlijk 1 à 2 dagen na het bakken het lekkerst zijn.

1 kg zelfrijzend bakmeel
500 gram witte basterdsuiker
500 gram zachte boter
4 pakjes vanillesuiker
250 ml slagroom, ongeklopt
6 grote eieren
Snuf zout

Doe de basterdsuiker en de vanillesuiker met de boter en de snuf zout in een kom en mix het tot een romig mengsel. Voeg hier één voor één de eieren aan toe. Doe dan geleidelijk het zelfrijzend bakmeel en de slagroom erbij. Mixen totdat alles goed gemengd is. Zorg dat het wafelijzer goed op temperatuur is. Schep dan steeds een beetje deeg op het ijzer. Ik gebruik daarvoor een ijsbollenlepel. Zo krijg ik steeds wafels van ongeveer dezelfde grootte. Bak de wafels enkele minuten totdat ze goudbruin zijn.

dinsdag 23 december 2014

Honinglussen


Deze koeken worden in Italië traditioneel op kerstavond gegeten. Wij aten ze vorig jaar voor het eerst en willen er best een traditie van maken. Ze zijn heerlijk! Eet ze warm, dan smaken ze het best.

Het recept komt uit 'La Dolce Vita' van Ursula Ferigno. Het recept is genoeg voor ongeveer 15 lussen.

Deeg
15 gram verse gist of 3 gram instant gist
Snuf kristalsuiker
150 ml warm water
225 gram bloem
Snuf zout
1 ei, losgeklopt

Garnering
Fijne kristalsuiker, voor het bestrooien
2 theelepels koekkruiden
3 eetlepels honing

Olie voor het frituren

Meng de verse gist met twee eetlepels warm water en de snuf kristalsuiker. Laat dit op een warme plek 15 minuten staan zodat de gist geactiveerd wordt. Wanneer je instant gist gebruikt hoef je dit niet te doen.
Doe de bloem in een kom, maak een kuiltje in het midden en doe daar het verse gistmengsel met het resterende water in. Als je instantgist gebruikt, maak je ook een kuiltje en doe je daar de gist, het water en het snufje suiker in. Meng dit door elkaar en meng dan de bloem erdoor. Het zout strooi je in beide gevallen op de bloem. Probeer te voorkomen dat er zout in het water-gist mengsel komt, want zout vermindert de werking van de gist.

Wanneer alles tot een deeg is gemengd, moet het deeg op een met bloem bestoven werkblad nog 10 minuten doorgekneed worden. Doe het deeg dan in een met olie ingevette kom. Dek de kom af met een schone doek en laat het deeg 20 minuten rusten.
Haal daarna het deeg uit de kom. Verdeel het deeg in kleine balletjes en rol daar worstjes van. Sla de uiteinden over elkaar, zodat er aan één kant een lus ontstaat. Maak zo ongeveer 15 lussen.

Verhit de olie in een pan totdat er een lichte rook vanaf komt. Bak hierin de koeklussen, 5 tegelijk. Haal ze uit de pan als ze naar boven komen drijven en laat ze uitlekken op keukenpapier. Bestrooi de lussen dan met de suiker en de koekkruiden. Stapel ze op een schaal tot een piramide. Verwarm de honing in een pannetje en schenk deze dan over de bovenkant van de piramide. Eet de lussen als ze nog warm zijn. Om je vingers bij af te likken!!!