maandag 29 december 2014

Wafels!


Bijna Oud en Nieuw! Dan eten we natuurlijk oliebollen, maar ik bak ook ieder jaar wafels. De lekkerste wafels ooit! Het zijn geen harde en ook geen zachte wafels, maar een beetje er tussenin. En ze zijn te lekker voor woorden. Ik kan ze eten als ontbijt, lunch tussendoortje en toetje. Nou is dat op zich nog niet zo vreemd, want als het aan mij ligt, eet ik het liefst taart in plaats van een gezond ontbijt of een boterham tussen de middag. Maar als zelfs mijn man - die heel erg graag brood eet - zegt dat hij wel een wafel als ontbijt zou lusten, dan weet je dat deze wafels wel heel erg goed zijn. Doen we natuurlijk niet, een wafel als ontbijt eten. We moeten het goede voorbeeld geven voor onze kinderen en iets gezonds nuttigen. Maar als die vervolgens gaan spelen in de kamer, doe ik een graai in de doos met wafels en eten we er stiekem één (of twee) op in de keuken.

Het recept is genoeg voor ongeveer 30 wafels. Dat lijken er heel wat, maar het is altijd weer verbazingwekkend hoe snel ze op zijn. En dat terwijl ze eigenlijk 1 à 2 dagen na het bakken het lekkerst zijn.

1 kg zelfrijzend bakmeel
500 gram witte basterdsuiker
500 gram zachte boter
4 pakjes vanillesuiker
250 ml slagroom, ongeklopt
6 grote eieren
Snuf zout

Doe de basterdsuiker en de vanillesuiker met de boter en de snuf zout in een kom en mix het tot een romig mengsel. Voeg hier één voor één de eieren aan toe. Doe dan geleidelijk het zelfrijzend bakmeel en de slagroom erbij. Mixen totdat alles goed gemengd is. Zorg dat het wafelijzer goed op temperatuur is. Schep dan steeds een beetje deeg op het ijzer. Ik gebruik daarvoor een ijsbollenlepel. Zo krijg ik steeds wafels van ongeveer dezelfde grootte. Bak de wafels enkele minuten totdat ze goudbruin zijn.

dinsdag 23 december 2014

Honinglussen


Deze koeken worden in Italië traditioneel op kerstavond gegeten. Wij aten ze vorig jaar voor het eerst en willen er best een traditie van maken. Ze zijn heerlijk! Eet ze warm, dan smaken ze het best.

Het recept komt uit 'La Dolce Vita' van Ursula Ferigno. Het recept is genoeg voor ongeveer 15 lussen.

Deeg
15 gram verse gist of 3 gram instant gist
Snuf kristalsuiker
150 ml warm water
225 gram bloem
Snuf zout
1 ei, losgeklopt

Garnering
Fijne kristalsuiker, voor het bestrooien
2 theelepels koekkruiden
3 eetlepels honing

Olie voor het frituren

Meng de verse gist met twee eetlepels warm water en de snuf kristalsuiker. Laat dit op een warme plek 15 minuten staan zodat de gist geactiveerd wordt. Wanneer je instant gist gebruikt hoef je dit niet te doen.
Doe de bloem in een kom, maak een kuiltje in het midden en doe daar het verse gistmengsel met het resterende water in. Als je instantgist gebruikt, maak je ook een kuiltje en doe je daar de gist, het water en het snufje suiker in. Meng dit door elkaar en meng dan de bloem erdoor. Het zout strooi je in beide gevallen op de bloem. Probeer te voorkomen dat er zout in het water-gist mengsel komt, want zout vermindert de werking van de gist.

Wanneer alles tot een deeg is gemengd, moet het deeg op een met bloem bestoven werkblad nog 10 minuten doorgekneed worden. Doe het deeg dan in een met olie ingevette kom. Dek de kom af met een schone doek en laat het deeg 20 minuten rusten.
Haal daarna het deeg uit de kom. Verdeel het deeg in kleine balletjes en rol daar worstjes van. Sla de uiteinden over elkaar, zodat er aan één kant een lus ontstaat. Maak zo ongeveer 15 lussen.

Verhit de olie in een pan totdat er een lichte rook vanaf komt. Bak hierin de koeklussen, 5 tegelijk. Haal ze uit de pan als ze naar boven komen drijven en laat ze uitlekken op keukenpapier. Bestrooi de lussen dan met de suiker en de koekkruiden. Stapel ze op een schaal tot een piramide. Verwarm de honing in een pannetje en schenk deze dan over de bovenkant van de piramide. Eet de lussen als ze nog warm zijn. Om je vingers bij af te likken!!!

zaterdag 29 november 2014

Sinterklaasvlaai


Gisteren heb ik met mijn zoontjes pepernoten gebakken. Altijd leuk! En lekker! Ik wilde ook heel graag nog een 'sinterklaasgebak' maken en kwam toen op deze vlaai. Eigenlijk is het gewoon en pudding-kruimelvlaai, alleen heb ik de kruimels gemaakt van pepernotendeeg. En lekker dat die vlaai was! Volgende week bak ik hem weer voor pakjesavond! Oh ja, dit is meteen een recept voor lekkere pepernoten. Daarvoor hoef je alleen nog 6 eetlepels melk aan de overige ingrediënten toevoegen.

Banketbakkersroom
1 vanillestokje
500 ml melk
150 gram suiker
4 eidooiers
2 el bloem

Bodem
250 gram bloem
15 gram verse gist of 3 gram gedroogde gist
1 dl lauwwarme melk
20 gram boter
1 ei
15 gram suiker
3 gram zout

Voor de pepernootkruimels
250 gram bloem
8 gram bakpoeder
125 gram donkerbruine basterdsuiker
150 gram boter
4 theelepels speculaas- of koekkruiden
Snuf zout
(om pepernoten te maken moet je nog 6 eetlepels melk aan dit deeg toevoegen)

Voor de bodem: Verwarm voor het deeg de melk en de gist totdat het lauwwarm is. Doe de bloem in een kom en maak een kuiltje in het midden. Doe hierin de rest van de ingrediënten, behalve het zout. Strooi dit op de bloem. Zout vermindert namelijk de werking van het gist. Voeg de melk toe aan de ingrediënten in het kuiltje en meng alles door elkaar. Neem steeds een beetje bloem mee totdat het een egale deegmassa is geworden. Kneed het deeg nog even door en laat het in de kom met een doek erover rijzen totdat het deeg in volume is verdubbeld.

Terwijl het deeg staat te rijzen kan de banketbakkersroom worden gemaakt. Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar. Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen. Blijf ondertussen goed roeren. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom.

Maak ondertussen ook de pepernootkruimels. Doe daarvoor alle ingrediënten in een kom en meng het met je vingertoppen tot kruimels. Zet de kruimels tot gebruik nog even in de Vervolgens kun je verder met de bodem. Verwarm ook de oven alvast voor op 200 graden. Na een uur rijzen, zal het deeg voor de bodem in volume verdubbeld zijn. Rol het deeg uit tot een egale lap en bekleed hier een ingevette vlaaivorm mee. Prik de deegbodem in met een vork en laat het deeg dan rijzen totdat het dik en gezwollen is. Doe wat paneermeel op de deegbodem en verdeel de banketbakkersroom hierover. Strooi daar de kruimels over en bak de vlaai gaar in 25 minuten. Lekker bij een beker warme chocomel!

vrijdag 21 november 2014

Decembertaart


‘Sinterklaasje, kom maar binnen met je taart!’

Sinterklaas is weer in het land. Na een week spanning of hij wel zou arriveren, hebben mijn zoontjes de intocht op tv gekeken en opgelucht adem gehaald; hij is in Nederland en de schoentjes mogen gezet worden. Dat vraagt om taart!
In mijn opinie zijn er veel dingen die om taart vragen, maar als we vieren dat Sinterklaas er weer is, moet dat natuurlijk een taart met koekkruiden, kaneel en spijs zijn. Daarom heb ik deze taart bedacht. Een taart met een bodem van harde Wener met koekkruiden, een frangipanevulling (luchtige amandelspijs) met appel en rozijnen en bovenop kaneelslagroom. Wat pepernootjes erop en het zag er spectaculair uit. En lekker dat hij was!!!

Bodem
300 gram Zeeuwse bloem (of gewone bloem)
200 gram boter
100 gram witte basterdsuiker
Snuf zout
6 gram bakpoeder
25 gram koekkruiden
1 ei

Frangipane
175 gram amandelen
175 gram suiker
1 ei
Rasp van een halve citroen
100 gram zachte boter
2 eieren

Vulling
300 gram in blokjes gesneden appel
25 gram rozijnen

Garnering
500 ml slagroom
4 eetlepels suiker
½ theelepel kaneel
Pepernootjes

Tip: als het lukt, maak dan de spijs voor de frangipane tenminste 5 dagen voordat je de taart gaat maken. Zo kan de spijs op smaak komen. Doe daarvoor de amandelen en de suiker met het citroenrasp in en keukenmachine en maal de amandelen helemaal fijn. Voeg het ei toe en meng alles goed door elkaar. Zet de amandelspijs in een goed afgesloten bakje een aantal dagen in de koelkast. Om er frangipane van te maken klop je de boter in een kom, mix er dan de amandelspijs door en voeg als laatste de eieren toe. Meng alles tot een glad mengsel.

Mix voor het deeg de boter, suiker, citroenrasp met een snuf zout tot een romig mengsel. Mix vervolgens het ei door dit mengsel. Meng de Zeeuwse bloem met de koekkruiden en het bakpoeder. Voeg dit toe aan het botermengsel en mix dit alles samen tot een deeg. Leg het deeg vervolgens 30 minuten in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 190 graden.
Vet een bakvorm met een doorsnede van 28- 30 cm doorsnede in met boter. Haal het deeg uit de koelkast en rol het uit tot een grote lap. Bekleed daar de bakvorm mee. Vul de bodem met de frangipane en verdeel daar de appelstukjes en de rozijnen over. Druk deze een beetje in de vulling. Plaats de taart in de oven en bak hem gaar in 40-45 minuten.
Laat de taart goed vervolgens goed afkoelen. Klop de slagroom stijf met de suiker en de kaneel. Spuit met behulp van een spuitzak met kartelmondje mooie toefjes op de taart. Garneer de taart met pepernootjes. Het is een machtige, maar overheerlijke taart!


vrijdag 17 oktober 2014

Witte chocolade-sinaasappeltruffels


Sinaasappel en chocolade is altijd een fijne combinatie. In 'Hét bakboek van Delicious' stonden deze truffels met sinaasappels en witte chocolade en die zagen er niet verkeerd uit. En ze leken me wel makkelijk en snel te maken en dat is soms ook wel heel fijn.
Ik vond ze lekker. Heel erg lekker zelfs! Zo lekker dat ik moet bekennen dat de meeste van deze 30 truffels in mijn mond zijn verdwenen. Oké, man en kinderen hebben ook wat mee mogen snoepen, maar iedere keer als ik in de buurt van de koelkast kwam kon ik het niet laten om er één te pakken.

300 ml vers geperst sinaasappelsap
200 gram witte chocolade, in kleine stukjes
2 eierdooiers
100 gram fijn gemalen amandelen (ik had iets meer nodig, anders was het mengsel te vloeibaar)
100 gram poedersuiker
2 eetlepels sinaasappellikeur (of mandarijnlikeur)
150 gram witte chocoladehagelslag of geschaafde witte chocolade

Breng het sinaasappelsap aan de kook en laat het inkoken tot 100 ml. Het beste kun je dat ook echt even checken met een maatbeker. Ik heb het op het oog laten inkoken, maar waarschijnlijk was het nog iets te veel sap, waardoor ik er in een later stadium meer gemalen amandel door heb moeten doen omdat het mengsel anders nog te vloeibaar was.

Zet het vuur uit en voeg de witte chocolade toe. Laat de chocolade smelten in het hete sap. Voeg meteen nadat de chocolade is gesmolten de 2 eierdooiers toe. Meng alles goed door elkaar en voeg dan pas de gemalen amandel, de poedersuiker en de likeur toe. Meng dit ook weer goed door elkaar en laat de truffelmassa goed afkoelen in de koelkast.

Draai er vervolgens balletjes van te grootte van een grote knikker en rol ze door de witte hagelslag of het chocoladeschaafsel. En dan moeten ze weer even opstijven in de koelkast. Even wachten dus en dan kun je eindelijk proeven en genieten!

zaterdag 4 oktober 2014

Cheesecake met limoen en bramen


Ook bij mij gaat wel eens wat mis. Zo had ik laatst een gevalletje van witte chocola die maar niet wilde smelten. Het werd één dikke klont in plaats van de normale verrukkelijke witte substantie. Ook een tweede poging mislukte en dat was vrij vervelend want de bonndem van de taart was al klaar en behalve de chocola waren alle ingrediënten al gemengd. Dat vroeg om wat improvisatie. Ik had nog wat limoenen liggen en dacht dat dit misschien wel eens lekker zou kunnen smaken bij de bramen. Goed gegokt, want de taart was echt heel erg lekker! De cheesecake was heerlijk zacht van structuur en de limoenen maakten het heerlijk fris. Ik ga hem in het vervolg altijd zo maken!

De taart is geïnspireerd op een cheesecake met witte chocolade en bramen uit ‘Delicious Magazine’, maar ik heb het één en ander aangepast. Ik ben heel erg blij met het resultaat!

Bramenpuree
400 gram bramen
Sap van 1 limoen
2 eetlepels suiker

Bodem
250 gram havermoutkoekjes
100 gram boter

Vulling
500 gram verse roomkaas, op kamertemperatuur
250 ml zure room
150 ml slagroom
250 gram suiker
4 eieren
4 eetlepels bloem
Rasp en sap van 1 limoen

Garnering
150 ml slagroom
1 eetlepel suiker
200 gram bramen
Sap van een halve limoen

Begin met de bramenpuree. Doe de bramen met de suiker en het limoensap in een pannetje verwarm het op middelhoog vuur. Laat 10 minuten zachtjes koken onder af en toe roeren totdat de bramen zacht zijn. Druk de bramen dan door een zeef om de pitjes eruit te zeven. Gebruik de bolle kant van een lepel om alle pulp door de zeef te duwen. Laat de bramenpuree goed afkoelen.

Verwarm de oven voor op 180 graden.
Vet een springvorm van 24 cm doorsnede in met boter en bekleed de bodem met bakpapier. Maal de koekjes fijn en smelt de boter. Meng de gesmolten boter door de koekkruimels en verdeel dit mengsel over de bodem van de bakvorm. Druk het koekmengsel goed aan met de bolle kant van een lepel. Bak de bodem 10 minuten in de voorverwarmde oven.

Maak ondertussen de vulling. Klop daarvoor alle ingrediënten in een kom met een elektrische mixer in 3-4 minuten tot een dik, glad mengsel. Schep de vulling op de bodem en tik dan zachtjes tegen de randen van de springvorm om eventuele luchtbellen te verwijderen. Schep de afgekoelde bramenpuree in een spiraal over de vulling en trek en met een mes of satéprikker een marmerpatroon in.

Bak de cheesecake op 180 graden 1 uur in de oven of totdat hij in het midden bijna gestold is. Zet dan de oven uit en laat de cheesecake 2 uur afkoelen in de oven. Klop voor de garnering de slagroom stijf met de suiker. Laat de bramen even marineren in het limoensap en verdeel ze daarna over de slagroom. Smullen maar!

vrijdag 19 september 2014

Tarte Flavigny


De film ‘Chocolat’ al eens gezien? Ik wel, meerdere keren zelfs. Ik kan er geen genoeg van krijgen. De film gaat over een vrouw die in de jaren '60 een chocolaterie begint in een klein Frans dorpje tijdens de vastentijd. Dat valt niet helemaal goed bij de plaatselijke ‘burgemeester’ dus er moet het een en ander overwonnen worden voordat de chocolaterie volledig geaccepteerd wordt in het dorp. Ik vind het een heerlijke film. Een mooi verhaal met prachtige beelden van chocola in allerlei vormen, een charmant Frans dorp en (voor de liefhebsters) Johnny Depp.
Het charmante dorp uit de film bestaat echt, alleen heet het dan niet Lansquenet zoals in de film, maar Flavigny sur Ozerain. Het ligt in de Bourgogne. En aangezien dat onze vakantiebestemming was de afgelopen zomer, kon een bezoek aan Flavigny niet uitblijven.
 

Flavigny staat in de lijst van ‘100 mooiste dorpen van Frankrijk’. Nou stikt Frankrijk van de pittoreske dorpjes, dus waren de verwachtingen wel enigszins hooggespannen. We gingen er naar toe op één van de weinige warme, zonnige dagen van onze vakantie, dus dat zat al mee. De rit er naar toe was al prachtig, door een geweldig mooi, groen heuvellandschap, om uiteindelijk uit te komen bij Flavigny. En dat stelde niet teleur. Wat een mooi dorp! Het had echt die Franse charme. Smalle straatjes met van die authentiek Franse huisjes. Huisjes waarbij de stenen enigszins verweerd zijn, de ramen ietwat scheef en de luiken eruit zien alsof ze heel erg dringend een likje verf nodig hebben. Een beetje vervallen, maar oh zo charmant! En dan die tuintjes en stokrozen overal! We werden spontaan verliefd op dit dorp en hebben besloten er te gaan wonen, mochten we ooit het geld hebben voor een tweede huis.


Het fijne aan dit dorp was dat het er helemaal niet zo druk en touristisch was. Dat hadden we helemaal niet verwacht. We hebben zelfs even moeten zoeken naar een plekje om te lunchen. Uiteindelijk vonden we midden in het dorp, bij de kerk en tegenover het huis waarvan de voorgevel diende als de buitenkant van de chocolaterie uit de film, een Auberge. Een bord buiten gaf aan dat binnen eten verkrijgbaar was van lokale boeren. Binnen kreeg je al snel een soort La Place idee, met een dienblad moest je in de rij langs een aantal koelvitrines schuifelen om iets uit te zoeken. Niet direct wat we hadden verwacht, maar de zaak zat afgeladen vol en er heerste een gemoedelijke sfeer. Verkrijgbaar waren verschillende soorten quiches, salades met daarbij een keuze uit verschillende soorten kaasjes en de Plat du Jour. Als toetje waren er een aantal taarten. Geen patisserie, maar van die rustieke fruittaarten en chocoladetaart. Wij gingen voor de Plat du jour, rosbief met gebakken aardappeltjes en courgettegratin, een salade en als toetje chocoladetaart. Dit alles werd gemaakt en geserveerd door een aantal stevige, kordate Franse dames die in een rap tempo een hele stroom mensen van eten voorzagen. En koken konden die Franse dames! Het was overheerlijk! Ook het toetje!

Ik neem niet snel ergens de chocoladetaart. Het smaakt nooit zo vol en puur als ik zou willen en zelf maak. Maar deze chocoladetaart (want in het dorp waar Chocolat opgenomen is, moet je toch iets met chocola eten) was echt goed! Brownie-achtig met een lekkere laag pure ganache erop. Eenmaal thuis wilde ik ook z’n soort taart maken. Deze is het dus geworden. De basis is een recept voor brownies van Cees Holtkamp. Ik heb het wat aangepast, maar dan nog stelt Holtkamp niet teleur. Hoeveelheden, baktijden het klopt allemaal.

Flavigny staat trouwens helemaal niet bekend om chocolade maar om ‘Les Anis de Flavigny’. Snoepjes van anijszaad omwikkeld met een suikerlaagje. Die zijn ook erg lekker!

Brownie
175 gram roomboter
160 gram pure chocolade
3 eieren
10 gram vanillesuiker
250 gram suiker
10 gram maïzena
Mespunt zout
125 gram bloem
200 gram gemalen hazelnoot
10 gram cacao

Ganache
150 gram slagroom
200 gram pure chocolade, in kleine stukjes gehakt

Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een rond bakblik van 26 cm doorsnede in met boter en bekleed de bodem met een velletje bakpapier.

Smelt de boter en roer de chocolade erdoor. Haal de pan van het vuur en blijf roeren totdat alle chocolade gesmolten is.
Doe de eieren met de vanillesuiker en suiker in een kom en zet deze op een pan met kokend water. De kom mag het water niet raken. Mix alles op de hoogste stand van de mixer tot een luchtige, bleekgele massa. Spatel daar voorzichtig de chocolade door.
Meng vervolgens de bloem, maïzena, cacao en het zout erdoor. Roer als laatste de fijngemalen hazelnoten door het beslag. Giet het mengsel in het bakblik en bak het 25 minuten in de voorverwarmde oven. Laat de brownie daarna in de vorm afkoelen.

Eenmaal afgekoeld kan de brownie uit de vorm en de ganache erop. Doe voor de ganache de slagroom in een pannetje en verhit dit tot net tegen het kookpunt. Doe de fijngehakte chocolade in een kom en giet daar de hete slagroom op. Roer dit tot een mooie, gladde saus. Laat de ganache enigszins afkoelen en verdeel hem dan over de taart. Heel puur, heel machtig dus snijd kleine stukjes. Genieten maar!
 

donderdag 28 augustus 2014

Nectarinetaart met amarettikruimels


Het is alweer weer even geleden dat ik de laatste taart op mijn blog postte. De tijd ontbrak me even om stukjes te schrijven en recepten uit te werken, maar het bakken kon ik natuurlijk niet laten. Eenmaal terug van vakantie zag ik dat mijn laatste post alweer uit mei dateerde, dus hoog tijd voor een nieuw recept. En dan meteen ook maar een héél goed recept!
Met trots presenteer ik deze nectarinetaart met amarettikruimels. Een eigen recept dat ik heb bedacht op een moment dat er nog heel veel nectarines op de fruitschaal lagen die erg rijp waren en nodig gegeten moesten worden. Het is een makkelijke taart om te maken. Eigenlijk is het schillen en snijden van de nectarines nog het meest tijdrovende klusje. Heb je daar geen zin in, dan kun je de nectarines ook vervangen door perziken uit blik. Dan is het helemaal een makkelijke taart!

Deeg
300 gram zelfrijzend bakmeel
200 gram boter
100 gram witte basterdsuiker
Snuf zout
Rasp van een halve citroen
1 ei

Vulling
8 grote, rijpe nectarines
2 eetlepels amarettolikeur
Paneermeel

Kruimels
50 gram
50 gram amandelen
75 gram bloem
40 gram suiker
40 gram boter, in blokjes

Mix voor het deeg de boter, suiker, citroenrasp met een snuf zout tot een romig mengsel. Mix vervolgens het ei door dit mengsel en voeg als laatste het zelfrijzend bakmeel toe. Meng dit alles samen tot een deeg. Leg het deeg vervolgens 30 minuten in de koelkast.

Schil en ontpit ondertussen de nectarines en snijd ze in grove stukken. Besprenkel de nectarines met de amarettolikeur.
Verkruimel de amarettikoekjes en hak de amandelen. Beiden mogen nog lekker grof zijn. Doe de kruimels en de amandelstukjes in een kom en voeg daar de bloem, suiker en boter aan toe. Meng met je vingertoppen de boter door de rest van de ingrediënten totdat er grove kruimels ontstaan.

Verwarm de oven dan voor op 190 graden.
Vet een springvorm met een doorsnede van 26 cm doorsnede in met boter. Haal het deeg uit de koelkast en rol het uit tot een grote lap. Bekleed de springvorm met het deeg en strooi op de bodem wat paneermeel om het vocht dat tijdens het bakken uit de nectarines komt te absorberen. Leg de nectarines op de bodem en verdeel de kruimels erover. Snijd het deeg dat boven de vulling uitsteekt weg, want anders zakt dit over de vulling heen tijdens het bakken. Zet de taart in de oven en bak hem gaar in 50 minuten. De taart zal dan verrukkelijk ruiken en de kruimels moeten mooi goudbruin zijn. Laten afkoelen en smullen maar!

vrijdag 30 mei 2014

Rabarber-schuimvlaai



De liefde van de man gaat door de maag! Dan is het handig als je een ware keukenprinses bent. En laat ik dat nou niet echt zijn. Maar… wel een bakprinses! Dat is dan weer mijn geluk. En natuurlijk ook dat van mijn man Bas. Met regelmaat mag hij genieten van mijn bakkunsten. Ik hoor hem nooit klagen. Nou ben ik meestal degene die kiest wat er gebakken gaat worden. Verzoekjes mogen ingediend worden, maar het komt er eerlijk gezegd op neer dat ik toch meestal maak waar ik zelf zin in heb.
Tja, en toch moet je soms je man wel een plezier doen. Zeker als die man altijd bereid is om boodschappen te doen voor mijn baksels, het niet erg vindt een handje te helpen tijdens het bakken en soms zelfs de keuken opruimt als ik, net als mijn baksels, gaar ben na een middagje in de keuken. Dan verdient hij toch zeker wel iets lekkers naar eigen keuze op zijn tijd. Deze rabarbervlaai dus.

Rabarber is niet helemaal mijn ding, maar Bas is er dol op. Hij wilde graag een rabarbervlaai met banketbakkersroom en schuim. Nou, dan maak ik dat toch! Zeker nadat ik voor Moederdag ook nog eens zo’n leuke brander kreeg waarmee je schuim van een bruin randje kan voorzien. Bas werd helemaal blij van deze vlaai! Ik vond hem eigenlijk ook heel goed te eten. Het recept is een beetje een samenraapsel, maar het pakte goed uit!

1 kilo rabarber
100 gram suiker

Banketbakkersroom
1 vanillestokje
500ml melk
150 gram suiker
4 eidooiers
2 el bloem

Bodem
250 gram bloem
15 gram verse gist of 3 gram gedroogde gist
1 dl lauwwarme melk
20 gram boter
½ ei
15 gram suiker
3 gram zout

Italiaans schuim
4 eiwitten
Mespuntje zout
100 gram fijne tafelsuiker
100 gram water
300 gram suiker

Was de rabarber en snijd de stengels in stukjes. Doe de stukjes in een pan samen met de suiker en 2 eetlepels water. Breng de rabarber aan de kook en laat het dan een tijdje pruttelen totdat er een compote ontstaat. Inmiddels heb ik dit recept al een aantal keren gemaakt en telkens was de rabarber anders. Zowel van smaak, als van kleur. En ook de kooktijd en hoeveelheid vocht dat vrijkwam tijdens het koken verschilde steeds. Daarom is het moeilijk om precies aan te geven hoe lang de rabarber nodig heeft. De stukjes moeten in ieder geval uiteen zijn gevallen en er moet een dikke brij zijn ontstaan. Laat de compote vervolgens goed afkoelen.

Voor de bodem: verwarm voor het deeg de melk en de gist totdat het lauwwarm is. Doe de bloem in een kom en maak een kuiltje in het midden. Doe hierin de rest van de ingrediënten, behalve het zout. Strooi dit op de bloem. Zout vermindert namelijk de werking van het gist. Voeg de melk toe aan de ingrediënten in het kuiltje en meng alles door elkaar. Neem steeds een beetje bloem mee totdat het een egale deegmassa is geworden. Kneed het deeg nog even door en laat het in de kom met een doek erover rijzen totdat het deeg in volume is verdubbeld.

Terwijl het deeg staat te rijzen kan de banketbakkersroom worden gemaakt. Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar. Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen. Blijf ondertussen goed roeren. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom.

Vervolgens kun je verder met de bodem. Verwarm de oven alvast voor op 200 graden. Na een uur rijzen, zal het deeg in volume verdubbeld zijn. Rol het deeg uit tot een egale lap en bekleed hier een ingevette vlaaivorm mee. Prik de deegbodem in met een vork en laat het deeg dan rijzen totdat het dik en gezwollen is. Doe wat paneermeel op de deegbodem en verdeel de banketbakkersroom hierover. Daarna mag de rabarber erover verdeeld worden. Plaats de vlaai in de voorverwarmde oven en bak hem gaar in ongeveer 25 minuten. Laat hem vervolgens goed afkoelen in de vorm.

Doe voor het Italiaans schuim de eiwitten met een mespuntje zout in een kom. Klop de eiwitten stijf en voeg daarbij geleidelijk de 100 gram tafelsuiker toe. Doe de 300 gram suiker in een pan met het water en breng dit aan de kook. Laat dit doorkoken tot 121 graden. Giet de hete suikersiroop op de eiwitten terwijl je blijft kloppen met de mixer (een standmixer is hierbij echt een must). Het schuim zal door de suikersiroop erg heet worden. Hierdoor garen de eiwitten en kun je ze veilig aan iedereen serveren. Laat de mixer dan doorkloppen totdat het schuim is afgekoeld. Dit duurt zeker een kwartier.


Doe het schuim in een spuitzak en spuit grote toeven op de vlaai. Je kunt het schuim op twee manieren van een bruin randje voorzien. De eerste manier is met een brander. De tweede manier is onder de grill. Verwarm daarvoor de grillstand van de oven voor. Plaats, wanneer de oven op temperatuur is, de vlaai zo hoog mogelijk onder de grill. Laat op deze manier een bruin randje ontstaan op het schuin, maar blijf erbij, want het gaat heel snel. Laat het schuim even afkoelen. Snijd de vlaai en royale punten en genieten maar!

zondag 11 mei 2014

Chocolade-kardamomkoekjes


Meivakantie, dus willen we naar het bos of de speeltuin. Maar helaas, het lijkt wel herfst. Het waait en het regent, er zit dus maar één ding op: koekjes bakken! Ik heb een standaardrecept dat ik steeds gebruik om andere smaakjes aan toe te voegen. Deze keer had ik zin om iets met kardamom te proberen. En potverdikkie… wat werden dat uiteindelijk lekkere koekjes! Chocolade is natuurlijk altijd goed en de kardamom geeft er net een subtiel ander smaakje aan. En heerlijk bros!

Het recept is voor zeker 50 koekjes. Ik verdeel het deeg altijd in vier porties en vries er dan drie in. Je kunt het deeg zo ongeveer 3 maanden bewaren. Ideaal om in huis te hebben. Even laten ontdooien, koekjes vormen, bakken en smullen maar. Mijn mannen waren zo dol op deze koekjes, dat de tweede portie na één dag ook al gebakken werd. Een dankbaar recept. Weinig werk, iedereen blij!

Ik heb Zeeuwse bloem gebruikt in dit recept. Dat maakt de koekjes extra bros. Je kunt het krijgen via www.de-zuidmolen.nl. Maar het hele recept met zelfrijzend bakmeel maken kan ook. Ik heb ook nog wat koffie-extract toegevoegd. Je proeft het niet zo terug in de koekjes, maar ik denk dat het de andere smaken wel versterkt. Van de kardamom gebruik je de zaadjes die in de peulen zitten. Je moet ze wel nog even in een vijzel goed fijnmalen.

250 gram boter
250 gram witte basterdsuiker
250 gram Zeeuwse bloem
210 gram zelfrijzend bakmeel
40 gram cacaopoeder
1 zakje vanillesuiker
Fijngemalen zaadjes van 6 kardamompeulen
3 theelepels koffie-extract
snuf zout
1 ei
1 flinke scheut melk
200 gram fijngehakte pure chocolade

Doe alles behalve het ei, de melk en de fijngehakte chocolade in een kom en gebruik de deeghaken van de mixer om alles door elkaar te mengen tot het de structuur van fijn broodkruim heeft. Voeg dan de melk en het ei toe. Mix alles door elkaar tot een ietwat zacht deeg. Kneed als laatste de fijngehakte chocolade erdoor. Leg het deeg, verpakt in plasticfolie, een half uur in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 180 graden. Maak van het deeg dan balletjes ter grootte van een walnoot. Leg de balletjes op een met bakpapier beklede bakplaat. Druk met de tanden van een vork de bolletjes wat plat. Zo ontstaat ook een mooi patroon. Bak de koekjes in de voorverwarmde oven in ongeveer 17 minuten gaar. Even af laten koelen op de bakplaat en dan smullen van deze heerlijke koekjes!

vrijdag 18 april 2014

Citroencarré's

 

Bijna Pasen! Deze citroencarrés zullen het dan goed doen. Lekker fris en zuur! Liefhebbers van Tarte au Citron zullen dit ook een fijn gebakje vinden. En daarbij is het ook nog eens makkelijker te maken. Het recept komt uit 'Delicious, het bakboek'.

250 gram zachte boter
85 gram poedersuiker
375 gram bloem
3-4 citroenen
4 eieren
2 eierdooiers
400 gram fijne kristalsuiker
1 theelepel bakpoeder, gezeefd

Vet een bakvorm van 30 x 20 cm in met boter en bekleed deze met bakpapier.
Doe de boter en de poedersuiker in een kom en mix alles goed door elkaar. Voeg 300 gram van de bloem toe en mix alles goed door elkaar totdat het een bal vormt. Druk het deeg in de vorm en zet de bakvorm 15 minueten in de koelkast.

Verwarm ondertussen de oven voor op 170 graden. Bak het deeg dan 20 min, neem het uit de oven en laat afkoelen.

Rasp van 2 citroenen de schil en pers vervolgens alle 4 de citroenen uit. Je hebt uiteindelijk 90 ml citroensap nodig. Klop de eieren en de dooiers met de fijne kristalsuiker. Voeg de resterende bloem, bakpoeder, de geraspte citroenschil en het sap toe. Klop alles voorzichtig door elkaar. Schenk het citroenmengsel over de afgekoelde deegbodem en zet het gebak nog 30 minuten in de oven of tot de bovenste laag stevig en licht goudbruin van kleur is. Laat in de vorm afkoelen en snijd het gebak dan in stukken. Bestuif voor het serveren met poedersuiker en eet smakelijk!

dinsdag 8 april 2014

Paris-Brest


Het is alweer vreselijk lang geleden dat ik iets postte op mijn blog. Druk, druk, druk en ook nog ziek geweest. Het kwam er even niet van. Bakken wel, dat kan ik gewoon niet laten! Maar het ontbrak me even aan de energie om er ook nog iets over te schrijven. Tot nu! Deze taart bakte ik dit weekend en ik moet gewoon laten weten hoe lekker die was!

Een Paris-Brest is een Franse patisserieklassieker. Volgens Wikipedia voor het eerst gemaakt in 1891 naar aanleiding van de wielerwedstrijd Paris-Brest. Het is een ring van soezendeeg oorspronkelijk gevuld met pralinéroom. De vorm moet een fietsband voorstellen. Nou wilde ik al heel lang een Paris-Brest maken, maar ik vond de vullingen die ik in mijn receptenboeken kon vinden niet zo speciaal. Gewone slagroom, banketbakkersroom… Niet vies, maar ook niet bijzonder. Totdat ik een recept tegenkwam met pralinébotercrème. Dat leek me wel lekker. En het bleek meer dan lekker te zijn. Deze crème was onweerstaanbaar, verrukkelijk lekker!!!

Het is even wat werk, maar dan weet je echt niet wat je proeft. Iedereen hier in huis was superenthousiast over deze taart! In één dag was hij op. Om maar meteen een reden te hebben om deze taart weer te maken, hebben we even gecheckt wanneer er weer gefietst wordt tussen Paris en Brest, maar het schijnt dat de klad er een beetje in gekomen is bij deze wielerwedstrijd. Het is een wedstrijd voor amateurs, alles wat door menskracht wordt aangedreven mag meedoen dus ook ligfietsen of steps, en vind nog maar eens in de paar jaar plaats. We konden niet echt ontdekken wanneer dat dan nog is. Nou heb ik gelukkig een broer die in z’n vrije tijd aan wielrennen doet en dat vind ik al aanleiding genoeg om deze overheerlijke 'fietsband' weer eens te maken. Eens vragen wanneer de eerstvolgende tocht is…

Het idee voor de pralinébotercrème komt uit  "Encyclopedie van de Patisserie en Desserts". Ik heb wel mijn eigen soezenrecept en recept voor botercrème gebruikt . En daar heb ik veel meer praliné aan toegevoegd dan volgens het recept moest. Naar eigen smaak toevoegen heet dat. En ik houd van sterke smaken.

Botercrème
1 vanillestokje
250ml melk
75 gram suiker
2 eidooiers
1 el bloem
250 gram roomboter
30 gram poedersuiker

Praliné
150 gram suiker
150 gram hazelnoten

Soezenbeslag
125 gram melk
125 gram water
100 gram boter, in blokjes
½ theelepel zout
1 eetlepel fijne kristalsuiker
150 gram bloem
5 eieren

Voor de pralinébotercrème:
Start met de praliné. Rooster daarvoor de hazelnoten in een koekenpan. Je hoeft geen boter of olie toe te voegen. Doe de suiker in een pan met een dikke bodem en verwarm de suiker totdat er een goudbruine karamel ontstaat. Meng de hazelnoten door de karamel, roer alles met een houten lepel door elkaar en stort de praliné dan uit over een vel bakpapier. Laat dit goed afkoelen. Breek de praliné in stukken en doe dit in een keukenmachine. Maal de praliné fijn. Blijf malen totdat er een dikke vloeibare pasta is ontstaan.
Maak dan de banketbakkersroom voor de botercrème. Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar. Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen. Blijf ondertussen goed roeren. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom.
Wanneer de banketbakkersroom afgekoeld is kan er botercrème mee gemaakt worden. Klop daarvoor de poedersuiker en de roomboter goed los met een mixer. Meng dan de banketbakkersroom erdoor en blijf mixen totdat er een romige, egale massa is ontstaan. Voeg hier minstens 80 gram van de praliné aan toe. Ik heb er daarna nog zeker 2 eetlepels aan toegevoegd. Dus toevoegen naar eigen smaak.

Voor de soezenring:
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Doe voor het soezendeeg de melk, boter, suiker in een pan met het water en het zout. Breng dit aan de kook en haal daarna de pan meteen van het vuur. Doe de bloem erbij en roer alles met een houten lepel tot een gladde massa. Zet de pan dan weer op een middelmatig vuur en roer 1 minuut onafgebroken om het deegmengsel te laten drogen. Doe daarna het deegmengsel in een kom en voeg één voor één de eieren toe. In het begin lijkt het alsof de eieren niet goed worden opgenomen, maar na even roeren, wordt het toch een egaal mengsel. Pas het volgende ei toevoegen als je merkt dat het eerder toegevoegde ei helemaal is opgenomen. Uiteindelijk moet het een gladde, glimmende massa worden. Het moet als een heel dik lint van de houten lepel aflopen.
Doe het beslag in een spuitzak met een rond spuitmondje van 1 cm doorsnede. Spuit op een met bakpapier beklede bakplaat een ring van ongeveer 17 cm doorsnede. Spuit daar rondom nog een ring en zorg dat de twee ringen elkaar raken. Spuit in het midden boven beide ringen nog een derde ring. Zet de soezenring in de voorverwarmde oven en bak de ring in ongeveer 25 minuten goudbruin. Laat de ring goed afkoelen.

Snijd de ring dan met een gekarteld mes horizontaal doormidden. Doe de botercrème in een spuitzak met een gekarteld randje en vul daarmee de ring. Bovenkant er weer op en smullen maar!

maandag 3 maart 2014

NY Salted Chocolate Caramel Cheesecake


Sommige taarten zijn gewoon té lekker. Deze taart is zo'n geval! Bij het schrijven van dit stukje loopt het water me alweer in de mond. En dat terwijl ik hem vorige week al twee keer heb gebakken.
De eerste keer voor onszelf, de tweede keer voor mijn man die vanwege zijn verjaardag trakteerde op zijn werk. En geloof me, ik zou hem zo weer willen bakken en eten! Deze taart is smeuïg, zacht, vol van smaak en zoet en zout tegelijk! Héérlijk!

Het zout gaat op de caramel. Lijkt misschien vreemd, maar jaren geleden aten we tijdens een vakantie in Bretagne al 'Crêpes met caramel au beurre salé', dunne flensjes met daarop karamel gemaakt met gezouten boter. Verrukkelijk! Daar in Bretagne weten ze wat lekker is, want deze gezouten karamel verkopen ze daar in smeerbare vorm en als toffees gewoon in de supermarkt.
Deze taart heeft als topping een laagje Dulce de Leche, ook al zoiets verslavends, met daarop Fleur de Sel. Dat laatste is grof zeezout. En dat maakt deze taart zo bijzonder. De combinatie van zoet en zout werkt echt heel goed! Het recept komt uit 'Delicious Magazine'.

1 blikje gecondenseerde melk
100 gram roomboter
200 gram havermoutkoekjes
275 gram pure chocolade, grof gehakt
600 gram verse, stevige roomkaas naturel
125 ml crème fraîche
200 gram suiker
4 eieren
2 theelepels fleur de sel

Begin een dag van tevoren met de Dulce de Leche. Doe daarvoor het blikje gecondenseerde melk in een grote pan met water en breng dit aan de kook. Laat dit vervolgens 3 uur lang rustig doorkoken. Zorg er wel steeds voor dat het blikje helemaal onder water staat, anders bestaat de kans dat het blikje ontploft. Laat het blikje helemaal afkoelen voordat je het opent. Tip: ongeopend kun je Dulce de Leche heel erg lang bewaren. Kook daarom meteen wat meer blikjes mee. Altijd handig om te hebben. Bijvoorbeeld wanneer je deze taart nog eens wilt maken of voor de ananascake met Dulce de Leche of de karahazel taart van mijn blog.

Verwarm de oven voor op 180 graden en vet een bakvorm van 24 cm doorsnede in met boter. Leg een royaal vel bakpapier op de bodem van de bakvorm. Zet de ring erop en sluit de vorm.
Smelt de boter in een steelpan. Maal in een keukenmachine de koekjes fijn en meng de boter door de kruimels. Schep de kruimelmassa in de bakvorm en druk het met de bolle kant een lepel tot een gladde bodem. Zet de vorm even in de koelkast.

Smelt de chocolade au bain Marie. Zorg dat de kom het water niet raakt. Neem de gesmolten chocolade van het vuur en laat 5 minuten afkoelen.
Klop ondertussen de roomkaas, met de crème fraîche en de suiker in een keukenmachine tot een romige massa. Klop één voor één de eieren erdoor. Spatel de gesmolten chocolade erdoor en schenk het op de koekbodem.

Bak de cheescake in een voorverwarmde oven in ongeveer 1 uur gaar. De bovenkant moet stevig aanvoelen. Laat de taart in de vorm helemaal afkoelen tot kamertemperatuur. Daarna een uurtje in de koelkast; dat zorgt voor een knapperige bodem en een intensere smaak. Schep de karamel uit het blikje en roer het even door zodat de karamel wat zachter en ook beter smeerbaar wordt. Verdeelde karamel over de bovenkant van de taart en bestrooi met het zeezout. Je weet niet wat je proeft, zo lekker!!!!

zaterdag 15 februari 2014

Rijstevlaai


Een herfstige pruimenvlaai en een abrikozen-kruimelvlaai. Het aandeel vlaaien is op deze blog niet zo hoog. Best wel schandalig vindt mijn man. Als Limburgse zou ik dit overheerlijke gebak volgens hem meer mogen promoten. En maken! Al geruime tijd vraagt hij om een rijstevlaai. Dat is ook erg lekker, vooral met slagroom en chocoladevlokken. Afgelopen week was Bas jarig en dat was een mooi moment om eindelijk eens aan zijn verzoek te voldoen. Mijn eerste rijstevlaai dus.

Rijstevlaai moet lekker smeuïg zijn, met een vulling die net niet loopt als je de vlaai aansnijdt. Bij mij was de vulling net iets te droog. Volgende keer moet ik de rijstepap wat vloeibaarder laten. De oven temperatuur kan ook meespelen. Het recept geeft aan dat de vlaai gebakken moet worden op 220 graden. Eerdere ervaring met vlaai bakken wees uit dat dit veel te hoog is. De randen van de vlaaien werden al snel veel te donker. Daarom heb ik nu 200 graden als temperatuur aangehouden, maar ook nu was de vlaai na 25 minuten aan de donkere kant. Volgende keer probeer ik op 190 graden.
Misschien dus net iets minder smeuïg dan zou moeten, maar nog steeds erg lekker!!! Het recept komt uit ‘Limburgs Vlaaienboek’ van Wil en Netty Engels-Geurts.

Deeg
250 gram bloem
15 gram verse gist of 3 gram gedroogde gist
1 dl lauwwarme melk
20 gram boter
½ ei
15 gram suiker
3 gram zout

Vulling
1 liter melk
100 gram pap- of risottorijst
130 gram suiker
10 gram bloem of custardpoeder
3 eieren

Garnering (optioneel)
250 ml slagroom
Pure chocoladevlokken

Breng voor de vulling de melk met de rijst en 100 gram suiker al roerend aan de kook. Wanneer de melk kookt kan het vuur laag en mag de rijst met het deksel op de pan in een uur tijd gaar koken. Roer wel af en toe. Controleer na een uur of de rijst gaar is. Als de rijstepap nog niet voldoende gebonden is, dat wil zeggen dat er nog ongebonden melk over is, moet je volgens het recept de bloem of custard aanmaken met wat koude melk en dan aan de rijstepap toevoegen en dit nog even laten doorkoken. Pas er wel voor op dat de pap niet te stijf wordt. Dit gebeurde bij mij en daardoor was de vulling uiteindelijk niet zo smeuïg als ik graag had gewild. De pap mag volgens mij best nog een klein beetje vloeibaar zijn. Laat de vulling dan afkoelen.

Verwarm voor het deeg de melk en de gist totdat het lauwwarm is. Doe de bloem in een kom en maak een kuiltje in het midden. Doe hierin de rest van de ingrediënten, behalve het zout. Strooi dit op de bloem. Zout vermindert namelijk de werking van het gist. Voeg de melk toe aan de ingrediënten in het kuiltje en meng alles door elkaar. Neem steeds een beetje bloem mee totdat het een egale deegmassa is geworden. Kneed het deeg nog even door en laat het in de kom met een doek erover rijzen totdat het deeg in volume is verdubbeld.
Rol het deeg uit tot een egale lap en bekleed hier een ingevette vlaaivorm mee. Prik de deegbodem in met een vork en laat het deeg dan rijzen totdat het dik en gezwollen is.

Verwarm ondertussen de oven voor op 190/200 graden.
Splits de eieren en voeg de resterende 30 gram suiker toe aan de eierdooiers. Klop dit met een garde luchtig. Meng de eierdooiers dan door de rijstepap. Klop in een andere, schone kom de eiwitten stijf. Voeg de helft van de eiwitten toe aan de rijstepap. Spatel het voorzichtig door elkaar zodat de lucht uit de eiwitten niet verloren gaat.
Verdeel de helft van de rijstepap over de deegbodem. Voeg dan de resterende helft van het eiwitschuim toe aan de overgebleven rijstepap en verdeel dit dan ook over de vlaai.

Doe de vlaai in de voorverwarmde oven en bak hem in 25 tot 30 minuten gaar en goudbruin. Probeer de vlaai na het bakken zo snel mogelijk uit de vorm te laten. Laat hem helemaal afkoelen. Rijstevlaai kan zowel zonder of met slagroom gegeten worden. Bas eet de vlaai het liefst naturel. Ik vind rijstevlaai niet af zonder slagroom en chocoladevlokken. Hoe dan ook; Limburgse rijstevlaai is heerlijk! Daar kan geen Multivlaai tegenop!

zondag 9 februari 2014

Koffiebavaroistaart


Nadat ik al enthousiast was geraakt door 'Rudolp's Cupcakes' en ook al die lekkere 'Biscuitrol met blauwe bessen' van Rudolph's Bakery maakte, kijk ik weer vaker op de website van 24Kitchen om inspiratie op te doen. En inspiratie vind ik er genoeg. Zo zag ik er een Frappucinotaart staan. Leek me lekker, alleen bestond de vulling uit koffieparfait. Nou is dat op zich lekker, maar ondanks de hoge temperaturen deze winter, had ik nog geen zin in ijstaart. Wel in een taart met koffiesmaak.

Een koffiebavarois leek me een prima vervanging voor de parfait. De bodem heb ik wel gewoon gemaakt zoals in het recept van Rudolph. De bavarois heb ik naar eigen recept en smaak gemaakt. Dat is altijd een beetje een gok, want je weet nooit helemaal hoe het uitpakt, maar de taart was hemels. De bodem is vast van structuur en de bavarois heerlijk luchtig. Het paste prima bij elkaar. Ik voel een nieuwe 'Taart van Hanneke' in de maak!
Ik ga er nog wat dingetjes aan toevoegen, zoals een laagje chocola met hazelnootpraliné op de bodem en wat dikke chocoladevlokken en hazelnootpaliné er bovenop en dan is het echt een topper. Maar zoals de taart nu is, is het ook al goed. Een deel van de taart heb ik meegenomen naar mijn werk en mijn collega's hebben hem helemaal goedgekeurd.

Hazelnoot-financiersbodem
65 g boter
60 g hazelnoten
100 g poedersuiker
65 g bloem
3 eiwitten
1 el abrikozenjam
1 el hazelnootlikeur

Koffiebavarois
300 ml sterke koffie
200 ml water
4 eierdooiers
2 eetlepels bloem
150 gram suiker
250 ml slagroom
6 blaadjes gelatine

Garnering
150 ml slagroom
15 gram suiker
Pure chocolade, geraspt

Begin voor de koffiebavarois met het maken van koffiebanketbakkersroom. Doe hiervoor de koffie en de melk in een pan. Voeg hier de helft van de suiker aan toe en verwarm dit op middelmatig vuur tot het tegen de kook aan zit. Doe de andere helft van de suiker met de bloem en de eierdooiers in een kom en klop alles met een garde even goed door elkaar. Wanneer het mengsel in de pan tegen de kook aanzit, kan er een beetje van bij het eierdooiermengsel worden gegoten. Roer dit met de garde meteen goed door elkaar. Vervolgens kan het eierdooiermengsel worden toegevoegd aan de melk en koffie in de pan. Roer alles weer goed oor elkaar en breng het aan de kook. Laat het mengsel al roerend ongeveer 3 minuten doorkoken. Zo wordt de bloem erin gaar en ontstaat er banketbakkersroom. Spel een groot bord om met koud water en droog het niet af. Stort er dan de banketbakkersroom op en bedek de room dan met een velletje bakpapier op plastic folie. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom. Laat het vervolgens helemaal afkoelen.

Verwarm voor de bodem de oven voor op 180 ºC.
Smelt de boter in de pan tot hij lichtbruin van kleur wordt en naar nootjes ruikt. Dit heet een beurre noisette. Maal de hazelnoten met de poedersuiker en de bloem tot een fijn poeder. Roer in een kom de eiwitten een klein beetje los met de abrikozenjam en de likeur. Meng het noten-bloem-suikermengsel erdoor.Voeg de lauwe beurre noisette toe en meng alles goed door elkaar.
Bestrijk een bakblik van 24 cm doorsnede in met boter en bekleed met bakpapier. Schenk het beslag erin. Bak de bodem in de oven in circa 20 minuten goudbruin en gaar. Laat de bodem daarna goed afkoelen

Wanneer de banketbakkersroom is afgekoeld kan er bavarois van gemaakt worden.
Knip een strook bakpapier om de rand van het bakblik mee te bekleden. Plak het bakpapier vast door wat boter aan de binnenkant van de rand van het bakblik te smeren. Klop dan de slagroom tot yoghurtdikte. Week ondertussen de velletjes gelatine in koud water. De velletjes moeten helemaal zacht worden.
Meng de slagroom en de banketbakkersroom met een spatel voorzichtig door elkaar. Doe de velletjes gelatine met een klein beetje water in een pannetje en verwarm op laag vuur tot de gelatine is opgelost. Laat de gelatine niet koken, want dan verliest het zijn kracht. Spatel de opgeloste gelatine door de bavarois. Stort het mengsel in het bakblik en laat het zeker 3 uur opstijven. Klop voor de garnering de slagroom met de suiker stijf en puit hiervan mooie toefjes op de taart. Nog wat geraspte chocolade erover en klaar is de taart!

vrijdag 31 januari 2014

Biscuitrol met blauwe bessen


Afgelopen weekend heeft Bryn, mijn oudste zoon, zijn B-diploma gehaald. Reden dus voor een feestje! En bij een feestje hoort gebak! Bryn mocht kiezen en dat was best een lastige opdracht. Aangezien hier wekelijks wel iets nieuws wordt gebakken, heeft hij al heel wat mogen proeven. En hij vindt bijna alles lekker! Hij zal dan ook niet vragen om zomaar cake of slagroomtaart, hij heeft specifieke wensen. En deze keer vroeg hij om Toska’s. Kan ik me voorstellen, want die zijn ook erg lekker! Maar ook erg machtig en zoet, daarom heb ik ook nog wat anders erbij gemaakt. Deze biscuitrol. Lekker fris! En niet moeilijk om te maken. Zo’n biscuitrol ziet er ook meteen goed uit! Om in te bijten, dus dat hebben we dan ook gedaan.

Het recept is van Rudolph van Veen. Op www.24kitchen.nl kun je het filmpje van het maken van deze rol bekijken. Ik heb in plaats van verse bessen, ingevroren bessen gebruikt en dat smaakte ook prima. De vulling kreeg er ook nog eens een prachtige paarse kleur van!

Biscuit
5 eieren
300 g suiker
125 g bloem
2 el poedersuiker

Vulling
3 tl poedersuiker
300 g roomkaas (ik heb gekozen voor mascarpone)
100 ml slagroom
250 g blauwe bessen

Garnering
200 ml slagroom
50 g suiker
2 el poedersuiker
50 g blauwe bessen

Verwarm de oven voor op 190 graden.
Vet een ovenbakplaat in met boter en leg er nog een velletje bakpapier op. Splits de eieren. Roer de eidooiers met de helft van de suiker au bain-marie schuimig en lobbig. Klop de eiwitten met de rest van de suiker stijf in een vetvrije mengkom. Spatel een lepel eiwitschuim door de eidooiermassa en spatel vervolgens de bloem door. Spatel dit mengsel door de rest van het eiwit. Volgens Rudolph moet je dan dit mengsel met behulp van een spuitzak in tegen elkaar aan liggende strepen op de bakplaat spuiten. Dat vond ik te veel gedoe dus ik heb alles gewoon over de bakplaat verdeeld met mijn paletmes. Dat werkte ook prima. Mijn bakplaten zijn wel een stuk minder groot dan die van Rudolph. Dat resulteerde in een wat dikkere biscuit en uiteindelijk ook rol, maar verder was het geen probleem. Bak het biscuit in 12 minuten goudbruin en gaar. Laat het biscuit afkoelen en bestuif met poedersuiker.

Voor de vulling: meng de poedersuiker, roomkaas en slagroom tot een smeerbare crème en meng de bessen erdoor. Strijk de roomkaascrème uit over het biscuit en rol de biscuitplak op.

Voor de garnering: Klop de slagroom met de suiker stijf en schep in een spuitzak met een gekartelde spuitmond. Spuit een beetje slagroom aan de randen van de rol om de rol aan elkaar te plakken. Spuit toefjes slagroom langs de biscuitrol en bestrooi met poedersuiker. Versier met de blauwe bessen.

maandag 27 januari 2014

Bananen-cupcake met chocoladecreme


Begin 2013 was ik zo’n beetje verslaafd aan 'Rudolph's Bakery' op 24Kitchen. Iedere dag probeerde ik te kijken. Wat een heerlijke recepten kwamen daar voorbij. En ook allerlei verschillende technieken en bereidingsvormen. Eindelijk een goed bakprogramma op tv! Rudolph van Veen legde alles enthousiast en in bloemrijke bewoordingen uit. Een takje gezelligheid, eerst even familie maken, oh wat een feest, lekker genieten, lekker door elkaar mengen, kijk hoe feestelijk….. het kwam allemaal voorbij.
Heel vaak, iets te vaak! Ik begon het een beetje irritant te vinden. Zeker als Rudolph het weer eens had over 'lekker snoepen', maar vervolgens nooit eens zijn vingers aflikte als daar wat crème, chocolade of iets anders lekkers op zat. Kijk, dat snap ik niet! Als ik deeg, crème, beslag, ganache of wat dan ook maak, kan ik het niet laten om te proeven en de lepels, mijn vingers of de kom af of uit te likken. Vreselijk fout natuurlijk, maar oh zo lekker! Rudolph doet dat allemaal niet en daar kan ik niks mee. Iemand die constant vertelt hoe heerlijk alles is, mag op zijn minst zijn vingers af en toe wel eens aflikken daar iets op gekomen is.

Kortom, ik werd een beetje Rudolph-moe en ging steeds minder vaak kijken. En toen bijna helemaal niet meer. En waar ik in eerder veel van zijn recepten bakte, begon ik die nu uit andere boeken te halen. Of zelf te bedenken, want eerlijk is eerlijk, ik heb wel ontzettend veel geleerd van het bekijken van zijn Bakery. Toen ik laatst bij een vriendin was die 'Rudolph's Cupcakes Compleet' had, was ik dan ook niet zo geneigd om daar in te kijken. Maar na even aandringen ging ik toch overstag. Alle cupcakes zagen er heerlijk uit en de recepten waren soms best anders en origineel. Ik ging er spontaan van watertanden en kreeg meteen zin om er iets uit te bakken.

Dus kon ik niet anders; ik heb het boek zelf ook gekocht. Bas, mijn man, mocht als eerste een cupcake uitkiezen. Hij koos deze cupcake. Origineel moet deze cupcake afgewerkt worden met vanillebotercrème en chocoladeganache. Nou houd ik persoonlijk niet zo van vanillebotercrème dus heb ik chocoladecrème gebruikt, en de ganache daarom weggelaten. Het resultaat was een smakelijk uitziend gebakje, dat wel met een vorkje gegeten moet worden. Dit krijg je op fatsoenlijke wijze niet zonder kruimelen of knoeien in je mond. De smaak was prima, maar door de botercreme viel de bananensmaak wat weg. Wil je gewoon echt bananensmaak, dan raad ik je de bananenmuffin aan die ik eerder al eens plaatste. Die eet ook makkelijker weg zo uit de hand. Wil je iets 'feestelijkers' om maar met de woorden van Rudolph te spreken, dan is dit een goede keus!

Cake
140 gr bloem
50 gr cacaopoeder
7 gr bakpoeder
230 gr suiker
Mespunt zout
2 eieren
130 gram banananpuree of bananensap
180 ml zonnebloemolie
Merg van 1 vanillestokje of 1 eetlepel natuurlijk vanille-extract
130 gram banaan in stukjes gesneden

Chocoladebotercrème
banketbakkersroom:
1 vanillestokje
250ml melk
75 g suiker
2 eidooiers
1 el bloem

250 gram roomboter
30 gram poedersuiker
150 gram pure chocolade, gesmolten

Garnering
1 banaan

Voor de chocoladebotercrème: Maak eerst de banketbakkersroom voor de botercrème. Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar. Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen. Blijf ondertussen goed roeren. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom.

Wanneer de banketbakkersroom afgekoeld is kan er botercrème mee gemaakt worden. Klop daarvoor de poedersuiker en de roomboter goed los met een mixer. Meng dan de banketbakkersroom erdoor en blijf mixen totdat er een romige, egale massa is ontstaan. Smelt de pure chocolade au bain Marie. Laat de chocolade iets afkoelen en giet het dan in een dan in een dun straaltje op de botercrème, terwijl je alles met de mixer blijft kloppen totdat het goed gemengd is.

Voor de cupcakes: Verwarm de oven voor op 180 graden. Zet cupcakevormpjes in een cupcaketray. Zeef de bloem, de cacaopoeder en de bakpoeder boven een kom. Meng met een garde de suiker en het zout erdoor. Mix in een andere kom de eieren, de bananenpuree, de zonnebloemolie en de vanille. Voeg beide mengsels bij elkaar en mix ze op lage snelheid tot een glad beslag. Mix het beslag vervolgens nog 10 seconden op de hoogste stand.
Voeg dan de stukjes banaan toe. Vul de vormpjes voor driekwart met het beslag. Bak de cupcakes in de voorverwarmde oven in 20 tot 25 minuten gaar. Laat de cakejes afkoelen alvorens ze te garneren. Snijd voor de garnering de banaan in dunne plakjes. Beleg ieder cakeje met drie plakjes banaan. Doe de chocoladecrème in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje en spuit een mooie rozet op het cakeje. Smullen maar!

zondag 19 januari 2014

Penseetaart


Deze taart heb ik eigenlijk al een hele tijd geleden gebakken en gefotografeerd. Op één of andere manier is hij nog steeds niet op mijn blog verschenen. Raar eigenlijk, want het is een heerlijke taart. Soms heb ik periodes dat ik zoveel bak dat ik het niet allemaal tegelijk kan plaatsen. Dan komt de taart 'in de wachtrij'.

Bij het doornemen van mijn foto's kwam ik hem weer tegen en bedacht me dat het hoog tijd werd om deze eens te plaatsen. In 'De Banketbakker' van Cees Holtkamp staat een recept voor penseetaart. Met amandelspijs, lekker! Ik heb alleen flink wat meer citroenrasp toegevoegd aan de amandelspijs, omdat ik eerder bij iemand anders een heerlijk smakende penseetaart heb geproefd met heel veel citroen. Verder had ik nog wat abrikozenpuree over en die heb ik er ook bij gedaan. Staat niet in het originele recept, maar smaakte prima! Machtige taart, dus kleine stukjes serveren!

Zeeuwse bloem is bijvoorbeeld verkrijgbaar via www.de-zuidmolen.nl. Met gewone bloem lukt het ook, het deeg is dan alleen iets minder bros.

Deeg
100 gram witte basterdsuiker
200 gram roomboter
300 gram Zeeuwse bloem
½ ei
1 theelepel geraspte citroenschil
Mespunt zout
6 gram bakpoeder

Amandelspijs
175 gram amandelen
175 gram suiker
Half ei, geklutst
Rasp van 2 citroenen

500 gram abrikozenpuree

Glazuur
250 gram poedersuiker
water

Begin met de amandelspijs. Dit kan zelfs al één tot twee dagen van tevoren. Doe daarvoor de amandelen en de suiker in een keukenmachine en maal ze met behulp van de pulseerstand helemaal fijn. Voeg dan beetje bij beetje wat ei toe en de citroenrasp toe. Stop ermee als de amandelspijs een samenhangend geheel is dat tot een bal gekneed kan worden.
Meng voor het deeg de basterdsuiker, boter en citroenrasp met het ei en het zout. Als het één geheel is kan de Zeeuwse bloem met het bakpoeder erdoor. Even goed doorkneden en dan in plastic folie minstens een uur in de koelkast laten rusten.

Verwarm de oven voor op 190 graden.
Rol na een uur het deeg uit to een lap van 2 mm dik. Bekleed een ingevette vlaaivorm van 24 cm doorsnede en 2 ½ cm hoog met het deeg. Verdeel de amandelspijs over de bodem en smeer daar bovenop de abrikozenpuree. Houd alleen nog een klein beetje abrikozenpuree over om later de bovenkant mee te bestrijken.
Maak van het overgebleven deeg weer een bal en rol dit uit tot een lap van 2 mm dikte. Leg deze lap als deksel over de taart en snijd de randen eraf. Bak de taart dan 30 minuten in de voorverwarmde oven.

Laat de taart goed afkoelen. Verhit de overgebleven abrikozenpuree en strijk hiermee de bovenkant van de taart in. Doe vervolgens de poedersuiker in een kommetje en voeg 50 gram water toe. Roer dit tot een gladde massa en verdeel het glazuur over de taart. Laat het glazuur uitharden en snijd de taart dan pas aan. Heerlijk!

donderdag 9 januari 2014

Brutti-ma-buoni


Lelijk-maar-lekker!

Och, zo lelijk vind ik ze nog niet. En lekker….. dat zijn ze zeker. En ook nog eens heel makkelijk te maken. Eigenlijk kun je dit ook vreselijk-foute-koekjes noemen. Ze zijn zo gemaakt (daarna wel een nachtje drogen in de oven) en ze happen heerlijk weg. Veel te heerlijk! Eén is niet genoeg, je blijft er van eten. En als ze op zijn, denk je: ach, een nieuwe lading is zo gemaakt! Gelukkig krijg je uit dit recept rond de 30 koekjes. Heel fijn om te delen, of er zelf flink van te snoepen.
Het recept komt uit 'Delicious, Hét Bakboek'.

100 gram hazelnoten
50 gram pure chocolade, heel fijn gehakt
2 eiwitten
110 gram fijne suiker

Maak dit recept een dag voordat je de koekjes wilt serveren.

Verwarm de oven voor op 180 graden en bekleed 2 bakplaten met bakpapier.

Verdeel de hazelnoten over een derde bakplaat en rooster ze ongeveer 6-8 minuten in de voorverwarmde oven. Dit zorgt voor een extra lekkere smaak. Je kunt dit ook doen door de noten in een koekenpan zonder olie of boter te verwarmen totdat ze lichtbruin zijn en heerlijk beginnen te ruiken. Maal de hazelnoten dan fijn in een keukenmachine. Doe dit op de pulseerstand en maak ze niet te fijn. Doe de gehakte hazelnoten dan bij de fijngehakte chocolade.

Klop in een schone, vetvrije kom de eiwitten met een snufje zout en een klein beetje van de suiker tot stijve pieken. Voeg dan geleidelijk de rest van de suiker toe, terwijl je blijft mixen. Blijf mixen totdat het schuim dik en glanzend is. Spatel er dan voorzichtig de noten en chocolade door. Schep met een dessertlepel hoopjes van het mengsel op de bakplaten met voldoende ruimte tussen de koekjes. Zet ze in de voorverwarmde oven en draai deze vervolgens uit. Laat de koekjes zonder de deur te openen een nacht in de oven staan. De koekjes zullen de volgende ochtend droog en knapperig zijn.