maandag 28 oktober 2013

Pompoenmuffins


Halloween komt eraan! Lekker griezelen!!! De commercie speelt daar handig op in, want in de winkel liggen allerlei eetbare en niet-eetbare Halloweenproducten. Mijn jongens zijn daar niet geheel ongevoelig voor. Al weken verheugen ze zich op deze dag. Verkleden, knutselen, elkaar bang maken. Maar vooral Halloween-eten! Worstelend met een ‘writers-block’ vroeg ik mijn jongens eens vrij te associëren rondom Halloween om mij zodoende op ideeën te brengen voor dit stukje. En, het is waarschijnlijk niet vreemd met zo’n moeder, er kwamen allerlei suggesties rondom eten naar voren! Spinnen van Zoenen met dropveterpootjes, bloederige spinnenpap, spokenkoekjes enz.

Deze muffins horen ook in dit rijtje. In vergelijking met andere Halloweencakejes zien ze er vrij eenvoudig uit. Geen doodskopjes, spoken, bloeddoorlopen ogen of andere akelige dingen als versiering. Gewoon pompoen muffins, maar dan natuurlijk wel heel erg lekker!
Pompoen in cakejes is heerlijk, omdat pompoen van nature een ietwat zoetige smaak heeft. Versterkt door de kruiden zorgt dat voor een echte herfstige/ winterse smaak. Het recept komt uit het boek 'Muffins' van Marc Grossman.

340 gram bloem
3 tl bakpoeder
150 gram lichtbruine basterdsuiker
1 el kaneel
1 tl gemberpoeder
1/2 tl nootmuskaat
1 tl zout
80 ml karnemelk
120 ml zonnebloemolie
2 eieren
1 tl vanille-essence
400 gram pompoen (geschild, gekookt en geprakt)
100 ml kwark

Verwarm de oven voor op 210 graden en plaats in elk vakje van het muffinblik een papieren cupcake vormpje.

Roer in een mengkom de bloem, bakpoeder, basterdsuiker, kaneel, gemberpoeder en nootmuskaat met een pollepel door elkaar. Roer in een tweede kom de pompoen, karnemelk, olie, vanille en eieren door elkaar. Schep met een spatel de droge ingrediënten nu stevig door de natte ingrediënten, totdat het beslag goed vermengd is.
Vul het muffinblik voor de helft met beslag en schep daar bovenop een flinke theelepel kwark, en vul het muffinblik nu tot de rand met beslag. o Bak de muffins gaar en goudbruin in 15 tot 20 minuten. Laat de muffins de eerste 10 minuten na het bakken afkoelen in het blik, daarna kun je ze verder laten afkoelen op een rooster.

zaterdag 19 oktober 2013

Bramentaart


Nog steeds ligt de vriezer vol met bramen van de afgelopen zomer. Tijd dus voor weer een lekkere bramentaart. Deze keer wilde ik er één maken waarbij je de bramen bovenop zou zien liggen. Tijdens de vakantie in Frankrijk heb ik een overheerlijke bosbessentaart gegeten. Die bestond uit een bodem van Harde Wenerdeeg met daarop een laagje dat ik niet helemaal kon thuisbrengen, maar waar in ieder geval amandelspijs in zat. En als laatste bovenop flink wat bosbessen. Zo’n zelfde soort taart wilde ik nu maken met bramen.

Na even zoeken op internet vond ik bij Rudolph van Veen een taart waarbij hij een vulling maakte van banketbakkersroom en amandelspijs. Zo’n vulling leek me wel lekker. De taart was uiteindelijk echt overheerlijk. Zo heerlijk, dat ik het heb gepresteerd (en ik durf het bijna niet op te schrijven) om in één weekend de halve taart op te eten. Bas heeft samen met onze zoontjes en een collega van mij, de andere helft voor zijn rekening genomen. En toen de taart op was… vonden we dat helemaal niet leuk! We wilden meer!!!
Deze taart kan ik eten als ontbijt, tussendoortje, lunch en toetje! Zo lekker!

Bodem
100 gram witte basterdsuiker
200 gram roomboter
300 gram Zeeuwse bloem
½ ei
1 theelepel geraspte citroenschil
Mespunt zout
6 gram bakpoeder

Vulling
Amandelspijs
125 gram amandelen
125 gram suiker
Half ei, geklopt

Banketbakkersroom
1 vanillestokje
250ml melk
75 g suiker
2 eidooiers
1 el bloem
2 eetlepels bloem
Paneermeel

Topping
500 gram (diepvries)bramen

Begin met de amandelspijs. Dit kan zelfs al één tot twee dagen van tevoren. Doe daarvoor de amandelen en de suiker in een keukenmachine en maal ze met behulp van de pulseerstand helemaal fijn. Voeg dan beetje bij beetje wat ei toe. Stop ermee als de amandelspijs een samenhangend geheel is dat tot een bal gekneed kan worden.

Maak als tweede de banketbakkersroom. Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar. Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom. Laat het goed afkoelen.

Terwijl de banketbakkersoom afkoelt kan het deeg voor de bodem worden gemaakt. Meng daarvoor de basterdsuiker, boter en citroenrasp met het ei en het zout. Als het één geheel is kan de Zeeuwse bloem met het bakpoeder erdoor. Even goed doorkneden en dan in plastic folie minstens een uur in de koelkast laten rusten.

Verwarm dan de oven voor op 190 graden. Vet een bakvorm van 28 cm doorsnede in met boter. Rol het deeg uit to een grote lap en bekleed hier de vorm mee. Strooi wat paneermeel op de bodem. Meng de banketbakkersroom met de amandelspijs en voeg de twee eetlepels bloem toe. Verdeel dit mengsel over de bodem en leg de bramen erbovenop. Plaats de taart in de oven en bak hem in ongeveer 40-45 minuten gaar en goudbruin.

zondag 13 oktober 2013

Herfstige pruimenvlaai


Pruimen, kaneel, walnoten, lekkere kruimels……. Ruiken jullie het ook al bijna! De geur die uit de oven kwam tijdens het bakken van deze vlaai deed ons watertanden! Zo lekker! Onze pruimenboom geeft pruimen in de zomer, maar ik had het geluk een hele zak pruimen te krijgen van iemand wiens boom nu vol hing met pruimen. En na mijn eerdere succeservaring met kruimelvlaai, wilde ik met deze pruimen ook een vlaai maken. En dan met lekkere herfstsmaken.

De bodem komt uit ‘Het Limburgs vlaaienboek’ van Wil en Netty Engels. De rest heb ik er zelf bij bedacht. Een compote van pruimen, suiker en kaneel en daarop een laag kruimels met bruine suiker en walnoten! En met enige trots zeg ik dat het resultaat wel héél erg lekker was! Omdat deze pruimen tijdens het koken best zuur werden heb ik er flink wat suiker aan toegevoegd. Maar niet iedere pruimensoort wordt zo zuur. Mijn tip is om bij het maken van de compote eerst 100 gram suiker toe te voegen. Mocht het naar je smaak dan te zuur zijn, dan kan er altijd nog 50 gram bij.
Om de compote te binden heb ik 3 eetlepels maïzena gebruikt. Mijn compote was erg vloeibaar, maar dit kan per pruimensoort ook verschillen. Voeg daarom de eetlepels maïzena één voor één toe en stop eventueel wanneer de compote dik genoeg is.

We vonden deze vlaai zo lekker dat ik de dag erna nog één heb gebakken. Voor de werkgroep archeologie waar ik, net zoals de gulle geefster van de pruimen, lid van ben. Maar zeker ook zodat we zelf nog een stuk konden snoepen!

Bodem
250 gram bloem
15 gram verse gist
1 dl melk (lauw)
20 gram boter
½ ei
15 gram suiker
3 gram zout

Pruimencompote
750 gram pruimen (na ontpitten)
150 gram suiker
1 kaneelstokje
3 eetlepels maïzena
Water
Paneermeel

Kruimels
200 gram bloem
140 gram koude boter
180 gram donkerbruine basterdsuiker
100 gram walnoten, gehakt

Begin met de pruimencompote. Halveer de pruimen en doe deze in een pan met de suiker, het kaneelstokje en een klein scheutje water. Breng dit aan de kook en laat het vervolgens doorpruttelen totdat de pruimen uit elkaar zijn gekookt in kleine stukjes. Los één eetlepel maïzena op in een beetje water en voeg dit doe aan de compote. Roer het goed door en check dan de dikte van de compote. Als het nodig is nog één tot twee lepels maïzena opgelost in water toevoegen. Laat de compote vervolgens afkoelen. Haal voordat je de vulling in de vlaai doet, wel het kaneelstokje eruit.

Los voor het deeg de verse gist op in een klein deel van de lauwwarme melk. Doe de bloem in een kom en maak er een kuiltje in. Giet hierin de aangemaakte gist, de boter, de suiker en het ei. Strooi het zout langs de buitenkant van de bloem. Giet de resterende melk erbij en kneed een deeg van de ingrediënten. Laat het deeg dan afgedekt op een warme plaats rijzen tot het in volume is verdubbeld. Kneed het deeg kort en rol het dan uit tot een gelijkmatige lap. Bekleed hiermee de ingevette vlaaivorm. Prik met een vork wat gaatjes in de bodem en laat het deeg dan weer rijzen tot het mooi dik geworden is.

Doe voor de kruimels alle ingrediënten behalve de walnoten in een kom en wrijf dit met je vingertoppen tot kruimels. Meng als laatste de gehakte walnoten erdoor.

Verwarm dan de oven voor op 220 graden Strooi wat paneermeel op de deegbodem en verdeel er daarna de pruimencompote over. Strooi als laatste de kruimels erover. Bak de vlaai in de voorverwarmde oven gaar in 25 tot 30 minuten. Mijn ervaring is dat de vlaai halverwege al vrij donker wordt. Als dat het geval is kun je de oventemperatuur verlagen naar 180 graden. Laten afkoelen en smullen maar!

zaterdag 5 oktober 2013

Rozencakejes


Even een experimentje! Vorig jaar heb ik een fles rozensiroop gekocht. Het is niet ieders 'cup of tea'. Een vriendin riep ooit tijdens het proeven van een glas water met rozensiroop uit: 'Bah, het is net of ik wc-verfrisser drink!'.  Maar persoonlijk vind ik het wel lekker over ijs, een pannenkoek of in Spa Rood of Sprite.
 
Bloemensmaakjes in eten is altijd een beetje oppassen; subtiel gebruikt kan het net een beetje extra aan een gerecht of baksel geven, maar teveel en de smaak gaat overheersen en dan is het echt niet meer lekker. Lavendel heeft dat ook.
 
Na een paar eenvoudige baksels uit bakboeken wilde ik deze keer in ieder geval weer eens zelf iets uitproberen. Daarom deze cakejes met rozensiroop. En ook omdat ik al heel lang van die prachtige cakevormpjes, in de vorm van roosjes, ongebruikt in de kast had staan.
Ik heb gewoon een standaard cakejesrecept gebruikt en daarvan de helft van de suiker vervangen door amandelspijs. Verder heb ik framboosjes toegevoegd voor wat extra smaak en uiteindelijk heb ik toch wel 7 eetlepels rozensiroop toegevoegd. Die gaven de cakejes in ieder geval al een mooie roze kleur. En de smaak was prima, alles behalve wc-verfisser! Het was niet direct zo dat er een sterke rozensmaak aan de cakejes zat, maar ze smaakten wel anders… een beetje subtiel bloemig. En dat versterkte het nootachtige van de amandel weer heel erg goed. En... die amandelspijs maakt de cakejes ook weer lekker smeuïg. Manlief, eigenlijk helemaal geen liefhebber van rozensiroop, vond de cakejes heerlijk! Geslaagd experiment dus!!!
Het beslag was genoeg voor 6 rozencakejes en nog wat extra cupcakes.
 
Amandelspijs
100 gram suiker
100 gram amandelen
Half ei, losgeklopt
 
100 gram suiker
200 gram boter (op kamertemperatuur)
200 gram zelfrijzend bakmeel
4 eieren 7 eetlepels rozensiroop (bv. Go-tan)
1 doosje diepvriesframbozen (deze hoeven niet ontdooid te zijn, je gebruikt ook niet het hele doosje)
 
Begin met de amandelspijs. Doe daarvoor de suiker en de amandelen in een hakmolen en maal zo de amandelen op de pulseerstand helemaal fijn. Voeg dan het ei toe en meng alles nog even goed door elkaar. Amandelspijs is het lekkerst als het eerst even heeft kunnen rusten. Dus als je dit 1 of 2 dagen van te voren kunt maken is dat helemaal ideaal.
 
 
Verwarm dan de oven voor op 180 graden. Vet de rozenvormpjes licht in en/of doe wat cupcakepapiertjes in een muffinvorm. Doe dan de amandelspijs, suiker en boter in een kom en meng dit met een mixer totdat het een luchtig mengsel is. Voeg dan één voor één de eieren toe. Daarna kan de bloem erbij en ook dit mag weer even goed gemengd worden. Voeg als laatste de rozensiroop toe en meng dit ook weer goed door het beslag. Vul dan de rozenvormpjes tot ongeveer de helft. Ik gebruik, hiervoor altijd een ijsbollentang. Gebruik per cakekje ongeveer 5 frambozen en duw die in het deegmengsel. Doe daarna nog een klein lepeltje deeg op de frambozen. De vormpjes moeten voor ongeveer driekwart gevuld zijn. Ik heb de frambozen expres niet eerst door het deeg gemengd omdat ze snel kapot gaan en zo ook donkere vlekken in de cakejes tijdens het bakken zouden veroorzaken. Plaats de cakejes dan in de voorverwarmde oven. Ze zijn klaar na ongeveer 20 minuten. Je kunt de gaarheid controleren door er een mes of satéprikker in te steken. Deze moet er schoon uitkomen. Laat de cakejes afkoelen en smullen maar.