maandag 29 juli 2013

Abrikozen-kruimelvlaai



Bij het schrijven van dit stukje, voel ik toch enige schaamte. Dit is namelijk mijn eerste vlaai en als Limburgse is dat toch wel moeilijk te verantwoorden. Waarom heb ik dan nooit eerder vlaai gebakken? Tja, vlaai leek me geen uitdaging…. deeg, met wat kant en klare vulling en hoppa, klaar! Ik bak liever iets aparts of ingewikkelds. Verder hadden we in het dorp een hele goede bakker, daar haalden we de vlaai.

Toch is het er uiteindelijk wel van gekomen en wel om twee redenen.

Reden 1: Mischien hebben jullie de afgelopen tijd het programma 'Heel Holland Bakt' gekeken. Het had maar een haar gescheeld of ik had daaraan meegedaan.
Al vijf seizoenen lang riep ik tijdens het kijken van de Engelse versie: 'Als dit ooit in Nederland komt, geef ik me op!'  Toen het eenmaal zover was, heb ik dat dus ook gedaan. Dat opgeven ging middels een inschrijfformulier waarbij je onder andere aan moest geven hoeveel ervaring je had met het bakken van een aantal dingen. Bij cake, veel ervaring. Toetjes, ook veel. Taart, heel veel! Vlaai,…. geen, helemaal nooit gebakken. Oeps!
Gelukkig mocht ik ondanks mijn gebrek aan vlaai-bak-ervaring toch op casting in Hilversum komen. Eerst werden twee door mij gebakken taarten geproefd. Daarna moest ik op gesprek komen bij mensen van de redactie. En wat riepen die als eerste toen ik binnen kwam: 'Ha, daar hebben we de Limburgse die nog nooit een vlaai gebakken heeft!' Ja, inderdaad! Ik schaamde me toch wel enigszins.
Toch was het een leuk gesprek en blijkbaar vielen mijn baksels ook in de smaak, want enige dagen later werd ik uitgenodigd voor de volgende castingronde. En dat was ook meteen de eindronde. Van de 20 mensen die daarvoor werden uitgenodigd, zouden er 10 overblijven voor het programma. Heel spannend!
De laatste casting vond plaats bij het bedrijf van Robèrt van Beckhoven. Onder het toeziend oog van Robèrt en Janny (de jury van het programma) moest er een hartig brood en éclairs worden gebakken. Ook draaiden de camera’s al mee om te kijken hoe je daarmee omging en hoe je daar op over kwam. Ik heb genoten van de ochtend. Hoe spannend, nieuwe en druk het ook was, ik vond het geweldig! Ik zag het heel erg zitten om mee te doen aan het programma. Helaas kreeg ik de week erna het bericht dat ik net buiten de selectie voor het programma was gevallen. En dan ook maar echt net, ik was op de reserveplek gezet. Als er iemand van de eerste tien kandidaten voortijdig zou uitvallen, mocht ik toch meedoen. Een dubbel gevoel; trots dat ik zover was gekomen, maar ook heel erg teleurgesteld dat ik net niet bij de laatste tien zat. Jammer genoeg is er niemand uitgevallen, dus heb ik niet mee kunnen doen. Het was wel een geweldige ervaring en helemaal leuk was het pakketje dat ik enige weken geleden kreeg. Daarin zaten twee schorten met daarop 'Heel Holland Bakt' en mijn naam. Omdat ik reservekandidaat was! Door 'Heel Holland Bakt' heb ik nog meer zin gekregen om veel te bakken, dingen uit te proberen en te verbeteren. Maar laat nou ook net dat ene zinnetje: 'Ha, daar hebben we de Limburgse die nog nooit een vlaai gebakken heeft!' door mijn hoofd blijven spoken…..

Reden 2: Mijn man vraagt al zeker een jaar om een zelfgebakken vlaai. En uiteindelijk moet je gewoon doen wat je man wil (zegt hij, en af en toe moet je hem in de waan laten dat het zo is), dus ben ik overstag gegaan en heb ik deze vlaai gebakken.
En als je als Limburgse dan vlaai gaat bakken, moet je een recept gebruiken uit een boek van Wil en Netty Engels, dé namen op het gebied van authentiek Limburgse vlaai. Want je wil dan natuurlijk ook een echte, goede vlaai. Dus niet die vreselijke dingen die je bij MultiVlaai kunt kopen. Voor de niet-Limburgse lezers van mijn blog: dat mag geen vlaai heten! Ik heb dus een echte vlaai gebakken, en geloof het of niet, ik heb de smaak te pakken! Vlaai bakken is leuk! Manlief was gelukkig en ik werd ook helemaal blij toen die warme, geurige vlaai uit de oven kwam!

Deeg:
250 gram bloem
15 gram verse gist
1 dl melk (lauw)
20 gram boter
½ ei
15 gram suiker
3 gram zout

Vulling:
500 gram abrikozenpulp (verkrijgbaar bij bijv. de Avéve of Boerenbond)
Paneermeel

Kruimels:
200 gram bloem
130 gram suiker
130 gram boter (in kleine blokjes gesneden)

Verwarm de oven voor op 220 graden. Vet een vlaaivorm in met boter.

Los voor het deeg de verse gist op in een klein deel van de lauwwarme melk. Doe de bloem in een kom en maak er een kuiltje in. Giet hierin de aangemaakte gist, de boter, de suiker en het ei. Strooi het zout langs de buitenkant van de bloem. Giet de resterende melk erbij en kneed een deeg van de ingrediënten. Laat het deeg dan afgedekt op een warme plaats rijzen tot het in volume is verdubbeld. Kneed het deeg kort en rol het dan uit tot een gelijkmatige lap. Bekleed hiermee de ingevette vlaaivorm. Prik met een vork wat gaatjes in de bodem en laat het deeg dan weer rijzen tot het mooi dik geworden is.


Maak ondertussen de kruimels. Doe daarvoor de bloem met de suiker en de boter in een kom. Wrijf dit met je vingers tot kruimels. Niet kneden, alleen wrijven.

Als het deeg voor de bodem mooi dik is, kan de vulling erin. Begin met een laagje paneermeel, zodat de bodem niet te vochtig wordt. Verdeel de abrikozenpulp erover. Als laatste kunnen de kruimels erop.
Bak de vlaai 25 tot 30 minuten in de voorverwarmde oven. Bij mij werd de vlaai erg snel donker. Daarom heb ik halverwege de baktijd de temperatuur iets lager gezet. Houd de vlaai dus een beetje in de gaten.

woensdag 3 juli 2013

Citroenkoekjes met witte chocolade


Jaren geleden heb ik van een tante een recept voor koekjes gekregen. En dat bleek een gouden recept! Zo'n recept dat je koestert omdat het gewoon heerlijke (en heel veel) koekjes oplevert. Koekjes die eenmaal uit de oven, zo onweerstaanbaar ruiken en uitzien dat er tijdens het afkoelen al flink van wordt gesnoept.
Het recept is prima en leent zich ook ervoor om extra smaken eraan toe te voegen. In dit geval citroen en witte chocola. Normaal gesproken vind ik dat geen super combinatie, maar hier werkt het. Uit dit recept krijg je makkelijk 60 koekjes. Daarom vries ik vaak de helft van het deeg in. Handig om achter de hand te hebben. Ongeveer drie kwartier laten ontdooien, in plakjes snijden en bakken maar.

500 gram zelfrijzend bakmeel (vervang eventueel de helft hiervan door Zeeuwse bloem)
250 gram witte basterdsuiker
250 gram roomboter
1 pakje vanillesuiker
1 ei
Een scheutje melk
Rasp van 3 citroenen
200 gram witte chocolade, fijngehakt

Doe alle ingrediënten, behalve de chocolade en de melk, in een kom kneed ze met je handen of de deeghaken van de mixer tot een samenhangend deeg. De melk gebruik je als het deeg te droog is. Gewoon zoveel melk toevoegen als het deeg nodig heeft, maar het mag niet plakkerig worden.
Kneed als laatste de fijngehakte chocola erdoor.

Verdeel het deeg in twee porties. Probeer de eerste deegportie te rollen tot een dikke rol van ongeveer 5 cm doorsnede. Gebruik dan een bakpapier om de deegrol mooi op te rollen. Wikkel de deegrol daarvoor in het papier, pak de uiteinden van het papier vast en draai het op alsof je een enorme toffee hebt. Doe dit ook bij de tweede deegportie en laat het deeg dan zeker een uur opstijven in de koelkast.

Verwam dan de oven voor op 180 graden en bekleed een ovenplaat met bakpapier. Haal de deegrol uit de koelkast en snijd de rol in plakjes van 5 mm dikte. Leg de plakjes op de bakplaat. Laat wat ruimte vrij tussen de koekjes. Er gaan er 16 op één bakplaat. Doe de koekjes in de voorverwarmde oven en bak ze goudbruin in ongeveer 13-14 minuten. Meestal ga ik na 12 minuten bakken even bij de oven zitten om de koekjes in de gaten te houden. Zie ik dat de koekjes al erg bruin zijn, dan haal ik ze eruit. Zijn ze te bleek, dan laat ik ze gewoon nog iets langer in de oven. Even af laten koelen op een rooster en smullen maar.