zondag 22 december 2013

Brownies met sinaasappel en cranberries


Heerlijk, de kerstvakantie is begonnen! En om dat te vieren heb ik gisteren samen met mijn jongens brownies gebakken. Altijd lekker en makkelijk om te maken. Zeker met zo'n goede hulp!

In deze brownies zit sinaasappelrasp. Dat is altijd een verrukkelijke combinatie met chocolade. En dan ook nog gedroogde cranberries, die tijdens het bakken heerlijk sappig worden. Het beslag rook overheerlijk en omdat we niet konden wachten tot de brownies klaar waren hebben we alvast de kom schoongelikt. Jammie! Eenmaal gebakken smaakten de brownies hemels! Bas, die brownies normaal vaak te zoet vind, was helemaal weg van deze. De lekkerste brownies ooit!

Ze zijn echt onweerstaanbaar lekker, dus hier zijn ze al bijna op. Gestapeld in een mooie glazen pot, of in een mooi zakje met lint en een mooi etiket is dit een perfect cadeau voor de kerstdagen. Tip: bak dan twee porties zodat je ook nog wat voor thuis hebt, want ze zijn te lekker om alleen maar weg te geven. Het recept komt uit 'Brownies' van Linda Collister.

200 gram pure chocolade
200 gram ongezouten boter, in blokjes
3 grote scharreleieren
175 gram fijne kristalsuiker
Geraspte schil van 1 sinaasappel
200 gram bloem
100 gram gedroogde cranberries

Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een bakvorm van 20 x 25 cm in met boter. Dat werd bij mij heel deskundig door mijn zoontjes gedaan.

Breek de chocolade in stukjes en doe dit samen met de boter in een kom. Verwarm deze au bain Marie totdat de boter en chocolade gesmolten zijn. Roer af en toe. Haal de kom van het vuur en laat het mengsel wat afkoelen.
Klop de eieren en de suiker met een elektrische mixer tot een schuimige massa. Het moet lijken op een bleekgele mousse. Voeg de geraspte sinaasappelschil en het chocolade mengsel toe. Zeef dan de bloem boven de kom en spatel de bloem door het mengsel. Als laatste kunnen de gedroogde cranberries erbij.

Schep het beslag in de ingevette bakvorm en plaats deze in de oven. Bak de brownie gaar in ongeveer 25 minuten. Je kunt de gaarheid controleren door halverwege de rand en het midden een prikker erin te steken. Deze moet er nagenoeg schoon weer uitkomen. Laat de brownies afkoelen. Verdeel ze in 20 stukken en smullen maar!

vrijdag 20 december 2013

Amarettotaart


Inmiddels staan er al heel wat taarten op mijn blog, maar een taart gemaakt van marshmallows zat daar nog niet bij. En dat is nou precies het hoofdingrediënt van deze vulling. In melk verwarmd smelten ze en eenmaal afgekoeld wordt het door de gelatine erin een soort pudding. Verder gaat er wat oploskoffie en amarettolikeur bij. Allemaal samen leek de smaak op hopjesvla.

Nou vind ik dat erg lekker, maar een amarettotaart hoort volgens mij naar amaretto te smaken dus heb ik naar smaak nog een heleboel likeur toegevoegd. Nou ben ik sowieso niet vies van een scheut alcohol in gebak. Daarom hebben we ook een kast vol sterke drank. Niet dat we zo'n zuiplappen zijn, we drinken niet vaak en veel, maar in gebak versterkt het de smaken. En dat is wat ik wil. Gebak moet duidelijk smaken naar de ingrediënten die in het recept staan, vind ik!

In ieder geval werd dit dus uiteindelijk een taart met een stevige amarettosmaak. Samen met de bodem van amarettikoekjes en de slagroom bovenop werd het daarom ook een machtige taart. Kleine stukjes dus! Maar dan is het wel genieten! De taart komt uit 'Delicious, het bakboek'.

300 gram amaretti, gemalen
120 gram boter, gesmolten
250 ml melk
200 gram witte marsmallows
1 el oploskoffie
2 el (of meer naar smaak) amaretto
500 ml slagroom
3 eetlepels suiker
2 el geroosterd amandelschaafsel
75 gram gesmolten pure chocolade

Verwarm in een pan op laag vuur de melk met daarin de marshmallows en roer tot de marshmallows gesmolten zijn. Voeg de oploskoffie en de likeur toe en roer het mengsel glad. Laat het helemaal afkoelen. Tijdens het afkoelen scheidde dit mengsel zich bij mij in een vloeibare onderlaag en een schuimlaag daar bovenop. Ik heb het af en toe geroerd en toen het helemaal afgekoeld was, werd het uiteindelijk weer een egale massa.

Terwijl de vulling afkoelt, kan de bodem worden gemaakt. Verwarm de oven voor op 170 graden en vet een springvorm van 24 cm doorsnede in met boter. Meng de koekkruimels en de gesmolten boter door elkaar en verspreid het dan gelijkmatig uit op de bodem van de springvorm. Druk het met de achterkant van een lepel voorzichtig aan. Zet de bodem 5 tot 7 minuten in de oven tot hij goudbruin is en laat hem dan afkoelen.
Klop dan 150 ml van de slagroom stijf en spatel dit door het marshmallowmengsel. Giet dit op de bodem en zet de taart dan in de koelkast om op te stijven. Klop dan de rest van de slagroom stijf met de 3 eetlepels suiker en schep dit nonchalant op de taart. Strooi de amandelen over de taart en sprenkel de gesmolten chocolade erover. Erg lekker!

zondag 15 december 2013

Appel-kaneelmuffins met kruimels


Dit is een ik-doe-eens-even-wat-en-zie-wel-hoe-het-uitpakt-recept! Een tijdje geleden wilde ik 's avonds nog snel even wat lekkers maken. En omdat de winkels al dicht waren, moest dat met ingrediënten die ik al in huis had. Het werden deze muffins. Het is gebaseerd op een standaard cakerecept en daar heb ik allerlei lekkers aan toegevoegd. Tijdens het maken is dit recept dus tot stand gekomen. Dan is het daarna altijd even de vraag of het ook echt lekker is.

Nou kun je met deze ingrediënten de plank bijna niet mis slaan, maar het moet toch allemaal wel een beetje in balans zijn. Gelukkig pakte deze muffins prima uit! De smaak was top! En oke, ze zagen er een beetje rustiek uit…. bepaald geen patisserie. Maar voor iets dat zomaar eventjes op een avondje in elkaar is bedacht, was het meer dan oke! Mmmm-geluiden bij iedereen die er van proefde, dus ik was weer een blij mens.

2 appels , geschild en in kleine blokjes
2 theelepels kaneel
2 eetlepels krenten
1 eetlepel donkerbruine basterdsuiker

Kruimels
90 gram donkerbruine bastersuiker
100 gram bloem
70 gram boter, in blokjes
2 eetlepels koekkruiden

200 gram boter
200 gram suiker
4 eieren
200 gram zelfrijzend bakmeel

Verwarm de oven voor op 190 graden en bekleed een muffinplaat met muffinvormpjes.

Schil de appels en snijd ze in kleine blokjes. Doe ze in een kom en voeg de kaneel, krenten en donkerbruine basterdsuiker toe. Meng alles even goed door elkaar.

Doe alle ingrediënten voor de kruimels in een kom en wrijf het met je vingertoppen tot kruimels.

Doe voor het cakebeslag de boter met de suiker in een kom en mix het tot een luchtige massa. Doe hier één voor één de eieren bij. Het volgende ei pas toevoegen als het vorige helemaal is opgenomen in het beslag. Voeg als laatste het zelfrijzend bakmeel toe en mix alles tot een egaal beslag. Vul de vormpjes voor de helft met het beslag. Het mag echt niet meer zijn, want dan pas de rest er niet meer bij. Doe daar bovenop in elk vormpje een lepel van het appelmengsel. Verdeel daar de kruimels over. Zet de vormpjes in de oven en bak de muffins gaar in 20-25 minuten . Je kunt controleren of de muffins gaar zijn door er een prikker in te steken. De prikker moet er dan schoon weer uitkomen.

zondag 1 december 2013

Chocoladetaart met romige cranberryvulling

 
Cranberrytijd! In de winkel zijn de zakjes met verse cranberries alweer te vinden. Voor dit recept heb je geen verse cranberries nodig, maar cranberrycompote. Ik vond dat bij de AH, maar je kunt natuurlijk altijd zelf compote maken van verse cranberries. Verder is dit toch echt wel een recept voor deze tijd van het jaar. Lekker door de cranberries en doordat er koekkruiden in de cake verwerkt zijn. En rondom een laagje ganache. En met ganache krijg je echt alles lekker!

De taart zag er spectaculair mooi uit en smaakte heerlijk. Alleen de hoeveelheid vulling viel wat tegen. Je moet een heel potje mascarpone ervoor kopen en een heel potje cranberrycompote. Van beide gebruik je vervolgens maar de helft volgens het recept. Onzin natuurlijk! Dat zou ik de volgende keer dus anders doen. De dubbele hoeveelheid en dan 2 lagen vulling ertussen. Dan heb je echt een hemelse taart!

Ik maakte deze taart samen met een vriendin. Zij had het recept uit het Boodschappen-magazine van de Jan Linders. We hebben de taart gedeeld. En mijn helft was zo op!

Cake
8 eieren, gesplitst
200 gram suiker
50 gram gezouten boter
50 gram pure chocolade
60 gram cacaopoeder
1 eetlepel koekkruiden
100 gram bloem

Vulling
200 gram cranberrycompote
200 gram mascarpone

Ganache
200 gram slagroom
200 gram pure chocolade, gehakt

Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een springvorm van 24 cm doorsnede in met boter.

Klop de eierdooiers schuimig met 100 gram van de suiker. Klop de eiwitten in een andere kom stijf met de andere 100 gram suiker. Verwarm de boter en chocolade totdat beide gesmolten zijn. Dit gaat het beste au bain Marie, zodat het niet te heet wordt.
Zeef de bloem, cacaopoeder en koekkruiden boven het eierdooiermengsel en spatel het voorzichtig door elkaar. Spatel vervolgens ook het chocolade-botermengsel erdoor. Als laatste kan het stijfgeklopte eiwit erdoor. Eerst een lepel eiwit en vervolgens in een paar delen de rest. Probeer het steeds om te scheppen, zodat de lucht in het beslag blijft.

Giet het beslag dan in de springvorm en bak de cake gaar in 60 minuten. En laat hem daarna goed afkoelen. Maak ondertussen de vulling door de mascarpone en compote goed te vermengen. Wanneer de cake helemaal koud is kan deze 2 x horizontaal doorgesneden worden, zodat je 3 gelijke plakken krijgt. Smeer twee lagen vulling tussen de plakken.
Maak dan de ganache door de slagroom bijna aan de kook te brengen en vervolgens op de gehakte chocolade te gieten. Roer dit door elkaar totdat je een egaal mengsel hebt. Laat de ganache een tijdje afkoelen totdat het dik-vloeibaar is. Zet de taart op een pan op bakpapier en giet voorzichtig de ganache erover. De overtollige ganache loopt dan op het bakpapier. Eventueel kun je dit opscheppen en opnieuw over de taart gieten. Hoe koeler en dikker de ganache, hoe beter hij op de taart blijft liggen. Uiteindelijk ontstaat er een prachtige en goddelijk smakende laag glazuur op de taart. Goed af laten koelen en smullen maar!

maandag 25 november 2013

Brownies met specerijen en zure room


Na mijn eerdere succeservaring met brownies (zie Espressobrownies), durfde ik een nieuw recept wel weer aan! Dit werd het! Met koekkruiden, gember en een beetje zure room. Heel erg lekker! Volgens mij ook heel erg geschikt om straks te serveren bij Pakjesavond. Met warme chocomel en slagroom! Mmmmmm...

Het recept komt uit ‘Brownies’ van Linda Collister. Eigenlijk moet er chocolade met stukjes gember in verwerkt worden. Dat kon ik niet vinden, dus heb ik gewone chocolade gebruikt en 2 geraspte gemberbolletjes toegevoegd. Werkte prima! Verder heb ik iets meer specerijen toegevoegd. Ik vond de smaak anders nog net iets te gewoontjes. In het recept hieronder heb ik dat al verwerkt.

 
 
200 gram pure chocolade
100 gram ongezouten boter
4 grote scharreleieren
200 gram kristalsuiker
100 gram bloem
½ theelepel kaneelpoeder
1 theelepel gemberpoeder
2 bolletjes geraspte geconfijte gember

Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een rechthoekig bakblik van ongeveer 20 x 25 cm in met boter en bekleed de bodem met bakpapier.

Breek de chocolade in stukjes en doe deze samen met de boter in een kom. Plaats de kom boven een pan met water. De kom mag het water niet raken. Breng het water en de kook en laat de chocolade en de boter smelten terwijl je af en toe langzaam roert. Neem de kom, wanneer alles gesmolten is, weg van het kokende water en laat het mengsel enigszins afkoelen.

Breek de eieren boeven een kom en voeg de suiker toe. Klop dit met een elektrische mixer totdat een het bleek, dik mengsel is dat als een lint van de gardes loopt. Het lijkt dan op mousse. Klop hier het chocolademengsel door.

Zeef de bloem en de kruiden boven een kom en spatel dit dan door het ei/chocolademengsel. Roer er dan de zure room en de geraspte gember door. Giet het beslag in het bakblik, strijk de bovenkant glad en plaatst het in de voorverwarmde oven. Bak de brownie ongeveer 25 minuten. Of totdat een houten prikker die je halverwege het midden en rand steekt er nagenoeg schoon uitkomt. Laat de brownie afkoelen en snijd hem dan in stukken. Lekker!!!!

zondag 10 november 2013

Frambozen-chocolademoussetaart

 
Sommige taart en wachten gewoon op speciale gelegenheden om gebakken te worden. Dit is nou zo'n taart. Geen alledaagse taart, dus ook niet zomaar een taart om gewoon even te bakken. Al heel lang stond deze taart op mijn 'to bake-lijstje', maar het kwam er maar niet van.

Tot vorige week. Ook al jaren wilden we de keuken en woonkamer verven en ook dat kwam er maar niet van. Tot vorige week dus. Toen hebben we in een mega-verfmarathon alles onder handen genomen. Veel troep, verfspetters en pijnlijke spieren later, was het resultaat een prachtige, frisse woonkamer. Dat vraagt natuurlijk om taart. Deze taart! We hadden het wel verdiend.

Door de frambozenpuree in de chocolademousse is deze lekker fris. En bijzonder! We waren allemaal onder de indruk van deze taart. Ik kan me ook zo voorstellen dat het een prima taart is voor Kerst of Valentijnsdag of als dessert na een lekker diner.

Het recept is van Rudolph van Veen. De chocoladerand eromheen heb ik niet meer gemaakt. Dat was me net iets te veel gedoe na al dat geverf. Maar zonder was de taart ook al mooi. En de sesamzaadjes in de bovenste laag heb ik weggelaten. Ik zeef altijd de pitjes uit de frambozenpuree, omdat ik dat geen lekker gevoel in mijn mond vind. Daarna sesamzaadjes toevoegen, vond ik daarom geen goed idee.

Chocoladebiscuit zonder bloem
125 g pure chocolade
4 eiwitten
40 g suiker
30 g boter
1 eidooier

Chocolade-frambozenmousse
200 ml frambozenpuree (ik weeg het pas na het verwijderen van de pitjes)
200 g pure chocolade
50 g boter
185 g suiker
50 ml water
4 eiwitten
400 ml room

Frambozenspiegel
1 blaadje gelatine
100 g frambozenpuree
1 tl wit sesamzaad
50 g suiker

Chocoladerand
200 g pure chocolade

Verwarm de oven voor op 190 ºC. Vet een ronde bakvorm van 20 cm doorsnede in met boter.

Smelt de chocolade au bain-marie. Roer de boter en de eidooier door de chocolade. Klop het eiwit met de suiker tot stijve pieken. Spatel een lepel eiwit door het chocolademengsel. Schenk het chocolademengsel bij het eiwit en spatel rustig door elkaar. Schenk het beslag in een ingevette springvorm en bak de cake in circa 25 minuten gaar.

Breng de frambozenpuree aan de kook, hak de chocolade fijn en schenk de kokende puree erop. Roer de boter erdoor tot een gladde ganache.
Breng de suiker met water aan de kook tot 121 ºC. Klop het eiwit luchtig en schenk er de kokende siroop bij. Klop het eiwitschuim koud. Klop de room tot yoghurt dikte.
Meng de chocolade met het eiwit en spatel vervolgens de room erdoor. Schep de mousse in een spuitzak met een gladde spuitmond.

Gebruik een bakring bekleed met een strook bakpapier waarin je daarna de bodem legt. Of doe een strook bakpapier in de bakvorm waarin de bodem is gebakken. Spuit de mousse in de bakvorm boven op de bodem. Strijk de mousse strak af en zet de taart circa 3 uur in de vriezer.

Week de gelatine in koud water. Breng de frambozenpuree met de suiker aan de kook. Haal de pan van het vuur en los er de geweekte gelatine in op. Voeg de sesamzaadjes toe en roer goed door. Laat de gelei afkoelen tot circa 40 ºC. Giet de gelei over de taart en laat 5 minuten opstijven in de koelkast. Haal de ring van de taart en verwijder het bakpapier.

Tableer de chocolade. Smelt de chocolade au bain-marie tot 40 ºC en schenk twee derde uit op een marmeren plaat. Strijk de chocolade met een paletmes door elkaar tot hij circa 26 ºC is. Schep de afgekoelde chocolade door de resterende chocolade en meng goed en snel door elkaar. Strijk de chocolade dun uit over een strook cellofaan, trek met een vinger streepjes chocolade zodat er pieken ontstaan en zet de zachte chocolade om de koude taart. Zet de taart nog circa 2 minuten in de vriezer om de chocolade te laten opstijven. Verwijder de strook cellofaan voor het serveren van de taart.

maandag 28 oktober 2013

Pompoenmuffins


Halloween komt eraan! Lekker griezelen!!! De commercie speelt daar handig op in, want in de winkel liggen allerlei eetbare en niet-eetbare Halloweenproducten. Mijn jongens zijn daar niet geheel ongevoelig voor. Al weken verheugen ze zich op deze dag. Verkleden, knutselen, elkaar bang maken. Maar vooral Halloween-eten! Worstelend met een ‘writers-block’ vroeg ik mijn jongens eens vrij te associëren rondom Halloween om mij zodoende op ideeën te brengen voor dit stukje. En, het is waarschijnlijk niet vreemd met zo’n moeder, er kwamen allerlei suggesties rondom eten naar voren! Spinnen van Zoenen met dropveterpootjes, bloederige spinnenpap, spokenkoekjes enz.

Deze muffins horen ook in dit rijtje. In vergelijking met andere Halloweencakejes zien ze er vrij eenvoudig uit. Geen doodskopjes, spoken, bloeddoorlopen ogen of andere akelige dingen als versiering. Gewoon pompoen muffins, maar dan natuurlijk wel heel erg lekker!
Pompoen in cakejes is heerlijk, omdat pompoen van nature een ietwat zoetige smaak heeft. Versterkt door de kruiden zorgt dat voor een echte herfstige/ winterse smaak. Het recept komt uit het boek 'Muffins' van Marc Grossman.

340 gram bloem
3 tl bakpoeder
150 gram lichtbruine basterdsuiker
1 el kaneel
1 tl gemberpoeder
1/2 tl nootmuskaat
1 tl zout
80 ml karnemelk
120 ml zonnebloemolie
2 eieren
1 tl vanille-essence
400 gram pompoen (geschild, gekookt en geprakt)
100 ml kwark

Verwarm de oven voor op 210 graden en plaats in elk vakje van het muffinblik een papieren cupcake vormpje.

Roer in een mengkom de bloem, bakpoeder, basterdsuiker, kaneel, gemberpoeder en nootmuskaat met een pollepel door elkaar. Roer in een tweede kom de pompoen, karnemelk, olie, vanille en eieren door elkaar. Schep met een spatel de droge ingrediënten nu stevig door de natte ingrediënten, totdat het beslag goed vermengd is.
Vul het muffinblik voor de helft met beslag en schep daar bovenop een flinke theelepel kwark, en vul het muffinblik nu tot de rand met beslag. o Bak de muffins gaar en goudbruin in 15 tot 20 minuten. Laat de muffins de eerste 10 minuten na het bakken afkoelen in het blik, daarna kun je ze verder laten afkoelen op een rooster.

zaterdag 19 oktober 2013

Bramentaart


Nog steeds ligt de vriezer vol met bramen van de afgelopen zomer. Tijd dus voor weer een lekkere bramentaart. Deze keer wilde ik er één maken waarbij je de bramen bovenop zou zien liggen. Tijdens de vakantie in Frankrijk heb ik een overheerlijke bosbessentaart gegeten. Die bestond uit een bodem van Harde Wenerdeeg met daarop een laagje dat ik niet helemaal kon thuisbrengen, maar waar in ieder geval amandelspijs in zat. En als laatste bovenop flink wat bosbessen. Zo’n zelfde soort taart wilde ik nu maken met bramen.

Na even zoeken op internet vond ik bij Rudolph van Veen een taart waarbij hij een vulling maakte van banketbakkersroom en amandelspijs. Zo’n vulling leek me wel lekker. De taart was uiteindelijk echt overheerlijk. Zo heerlijk, dat ik het heb gepresteerd (en ik durf het bijna niet op te schrijven) om in één weekend de halve taart op te eten. Bas heeft samen met onze zoontjes en een collega van mij, de andere helft voor zijn rekening genomen. En toen de taart op was… vonden we dat helemaal niet leuk! We wilden meer!!!
Deze taart kan ik eten als ontbijt, tussendoortje, lunch en toetje! Zo lekker!

Bodem
100 gram witte basterdsuiker
200 gram roomboter
300 gram Zeeuwse bloem
½ ei
1 theelepel geraspte citroenschil
Mespunt zout
6 gram bakpoeder

Vulling
Amandelspijs
125 gram amandelen
125 gram suiker
Half ei, geklopt

Banketbakkersroom
1 vanillestokje
250ml melk
75 g suiker
2 eidooiers
1 el bloem
2 eetlepels bloem
Paneermeel

Topping
500 gram (diepvries)bramen

Begin met de amandelspijs. Dit kan zelfs al één tot twee dagen van tevoren. Doe daarvoor de amandelen en de suiker in een keukenmachine en maal ze met behulp van de pulseerstand helemaal fijn. Voeg dan beetje bij beetje wat ei toe. Stop ermee als de amandelspijs een samenhangend geheel is dat tot een bal gekneed kan worden.

Maak als tweede de banketbakkersroom. Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar. Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom. Laat het goed afkoelen.

Terwijl de banketbakkersoom afkoelt kan het deeg voor de bodem worden gemaakt. Meng daarvoor de basterdsuiker, boter en citroenrasp met het ei en het zout. Als het één geheel is kan de Zeeuwse bloem met het bakpoeder erdoor. Even goed doorkneden en dan in plastic folie minstens een uur in de koelkast laten rusten.

Verwarm dan de oven voor op 190 graden. Vet een bakvorm van 28 cm doorsnede in met boter. Rol het deeg uit to een grote lap en bekleed hier de vorm mee. Strooi wat paneermeel op de bodem. Meng de banketbakkersroom met de amandelspijs en voeg de twee eetlepels bloem toe. Verdeel dit mengsel over de bodem en leg de bramen erbovenop. Plaats de taart in de oven en bak hem in ongeveer 40-45 minuten gaar en goudbruin.

zondag 13 oktober 2013

Herfstige pruimenvlaai


Pruimen, kaneel, walnoten, lekkere kruimels……. Ruiken jullie het ook al bijna! De geur die uit de oven kwam tijdens het bakken van deze vlaai deed ons watertanden! Zo lekker! Onze pruimenboom geeft pruimen in de zomer, maar ik had het geluk een hele zak pruimen te krijgen van iemand wiens boom nu vol hing met pruimen. En na mijn eerdere succeservaring met kruimelvlaai, wilde ik met deze pruimen ook een vlaai maken. En dan met lekkere herfstsmaken.

De bodem komt uit ‘Het Limburgs vlaaienboek’ van Wil en Netty Engels. De rest heb ik er zelf bij bedacht. Een compote van pruimen, suiker en kaneel en daarop een laag kruimels met bruine suiker en walnoten! En met enige trots zeg ik dat het resultaat wel héél erg lekker was! Omdat deze pruimen tijdens het koken best zuur werden heb ik er flink wat suiker aan toegevoegd. Maar niet iedere pruimensoort wordt zo zuur. Mijn tip is om bij het maken van de compote eerst 100 gram suiker toe te voegen. Mocht het naar je smaak dan te zuur zijn, dan kan er altijd nog 50 gram bij.
Om de compote te binden heb ik 3 eetlepels maïzena gebruikt. Mijn compote was erg vloeibaar, maar dit kan per pruimensoort ook verschillen. Voeg daarom de eetlepels maïzena één voor één toe en stop eventueel wanneer de compote dik genoeg is.

We vonden deze vlaai zo lekker dat ik de dag erna nog één heb gebakken. Voor de werkgroep archeologie waar ik, net zoals de gulle geefster van de pruimen, lid van ben. Maar zeker ook zodat we zelf nog een stuk konden snoepen!

Bodem
250 gram bloem
15 gram verse gist
1 dl melk (lauw)
20 gram boter
½ ei
15 gram suiker
3 gram zout

Pruimencompote
750 gram pruimen (na ontpitten)
150 gram suiker
1 kaneelstokje
3 eetlepels maïzena
Water
Paneermeel

Kruimels
200 gram bloem
140 gram koude boter
180 gram donkerbruine basterdsuiker
100 gram walnoten, gehakt

Begin met de pruimencompote. Halveer de pruimen en doe deze in een pan met de suiker, het kaneelstokje en een klein scheutje water. Breng dit aan de kook en laat het vervolgens doorpruttelen totdat de pruimen uit elkaar zijn gekookt in kleine stukjes. Los één eetlepel maïzena op in een beetje water en voeg dit doe aan de compote. Roer het goed door en check dan de dikte van de compote. Als het nodig is nog één tot twee lepels maïzena opgelost in water toevoegen. Laat de compote vervolgens afkoelen. Haal voordat je de vulling in de vlaai doet, wel het kaneelstokje eruit.

Los voor het deeg de verse gist op in een klein deel van de lauwwarme melk. Doe de bloem in een kom en maak er een kuiltje in. Giet hierin de aangemaakte gist, de boter, de suiker en het ei. Strooi het zout langs de buitenkant van de bloem. Giet de resterende melk erbij en kneed een deeg van de ingrediënten. Laat het deeg dan afgedekt op een warme plaats rijzen tot het in volume is verdubbeld. Kneed het deeg kort en rol het dan uit tot een gelijkmatige lap. Bekleed hiermee de ingevette vlaaivorm. Prik met een vork wat gaatjes in de bodem en laat het deeg dan weer rijzen tot het mooi dik geworden is.

Doe voor de kruimels alle ingrediënten behalve de walnoten in een kom en wrijf dit met je vingertoppen tot kruimels. Meng als laatste de gehakte walnoten erdoor.

Verwarm dan de oven voor op 220 graden Strooi wat paneermeel op de deegbodem en verdeel er daarna de pruimencompote over. Strooi als laatste de kruimels erover. Bak de vlaai in de voorverwarmde oven gaar in 25 tot 30 minuten. Mijn ervaring is dat de vlaai halverwege al vrij donker wordt. Als dat het geval is kun je de oventemperatuur verlagen naar 180 graden. Laten afkoelen en smullen maar!

zaterdag 5 oktober 2013

Rozencakejes


Even een experimentje! Vorig jaar heb ik een fles rozensiroop gekocht. Het is niet ieders 'cup of tea'. Een vriendin riep ooit tijdens het proeven van een glas water met rozensiroop uit: 'Bah, het is net of ik wc-verfrisser drink!'.  Maar persoonlijk vind ik het wel lekker over ijs, een pannenkoek of in Spa Rood of Sprite.
 
Bloemensmaakjes in eten is altijd een beetje oppassen; subtiel gebruikt kan het net een beetje extra aan een gerecht of baksel geven, maar teveel en de smaak gaat overheersen en dan is het echt niet meer lekker. Lavendel heeft dat ook.
 
Na een paar eenvoudige baksels uit bakboeken wilde ik deze keer in ieder geval weer eens zelf iets uitproberen. Daarom deze cakejes met rozensiroop. En ook omdat ik al heel lang van die prachtige cakevormpjes, in de vorm van roosjes, ongebruikt in de kast had staan.
Ik heb gewoon een standaard cakejesrecept gebruikt en daarvan de helft van de suiker vervangen door amandelspijs. Verder heb ik framboosjes toegevoegd voor wat extra smaak en uiteindelijk heb ik toch wel 7 eetlepels rozensiroop toegevoegd. Die gaven de cakejes in ieder geval al een mooie roze kleur. En de smaak was prima, alles behalve wc-verfisser! Het was niet direct zo dat er een sterke rozensmaak aan de cakejes zat, maar ze smaakten wel anders… een beetje subtiel bloemig. En dat versterkte het nootachtige van de amandel weer heel erg goed. En... die amandelspijs maakt de cakejes ook weer lekker smeuïg. Manlief, eigenlijk helemaal geen liefhebber van rozensiroop, vond de cakejes heerlijk! Geslaagd experiment dus!!!
Het beslag was genoeg voor 6 rozencakejes en nog wat extra cupcakes.
 
Amandelspijs
100 gram suiker
100 gram amandelen
Half ei, losgeklopt
 
100 gram suiker
200 gram boter (op kamertemperatuur)
200 gram zelfrijzend bakmeel
4 eieren 7 eetlepels rozensiroop (bv. Go-tan)
1 doosje diepvriesframbozen (deze hoeven niet ontdooid te zijn, je gebruikt ook niet het hele doosje)
 
Begin met de amandelspijs. Doe daarvoor de suiker en de amandelen in een hakmolen en maal zo de amandelen op de pulseerstand helemaal fijn. Voeg dan het ei toe en meng alles nog even goed door elkaar. Amandelspijs is het lekkerst als het eerst even heeft kunnen rusten. Dus als je dit 1 of 2 dagen van te voren kunt maken is dat helemaal ideaal.
 
 
Verwarm dan de oven voor op 180 graden. Vet de rozenvormpjes licht in en/of doe wat cupcakepapiertjes in een muffinvorm. Doe dan de amandelspijs, suiker en boter in een kom en meng dit met een mixer totdat het een luchtig mengsel is. Voeg dan één voor één de eieren toe. Daarna kan de bloem erbij en ook dit mag weer even goed gemengd worden. Voeg als laatste de rozensiroop toe en meng dit ook weer goed door het beslag. Vul dan de rozenvormpjes tot ongeveer de helft. Ik gebruik, hiervoor altijd een ijsbollentang. Gebruik per cakekje ongeveer 5 frambozen en duw die in het deegmengsel. Doe daarna nog een klein lepeltje deeg op de frambozen. De vormpjes moeten voor ongeveer driekwart gevuld zijn. Ik heb de frambozen expres niet eerst door het deeg gemengd omdat ze snel kapot gaan en zo ook donkere vlekken in de cakejes tijdens het bakken zouden veroorzaken. Plaats de cakejes dan in de voorverwarmde oven. Ze zijn klaar na ongeveer 20 minuten. Je kunt de gaarheid controleren door er een mes of satéprikker in te steken. Deze moet er schoon uitkomen. Laat de cakejes afkoelen en smullen maar.

maandag 23 september 2013

Espressobrownies


Ik heb een beetje een haat-liefde verhouding met brownies. Ik vind ze heerlijk, maar het bakken ervan ging niet altijd naar wens. Moeilijke recepten, ingewikkelde taarten.....kom maar op, ik durf het aan en meestal gaat het prima! Maar zoiets simpels als brownies wilde maar niet lukken. Ze waren of te droog, of juist nog veel te vloeibaar in het midden, of kregen niet de juiste textuur.

Waar het dan aan lag?! Ik weet het ook niet. Maar nadat ik de afgelopen tijd veel ingewikkelde en bewerkelijke taarten heb gebakken voor onszelf of als een bestelling voor anderen, heb ik nu weer even zin in makkelijke recepten. En ook recepten die snel te maken zijn. Dus geen taarten die uit zoveel verschillende stappen bestaan, dat ik er alles bij elkaar een halve dag zoet mee ben. Tja, en dan komen toch die brownies weer om de hoek kijken. Die voldoen namelijk helemaal aan die eis. En een goede brownie is natuurlijk ook wel heel erg lekker! Toch maar weer proberen dus!

Dit recept leek me erg lekker. Het maken was inderdaad niet moeilijk..... maar toen kwam het bakken. 25 minuten in de oven volgens het recept. Ok, maar na 25 minuten hadden mijn brownies de consistentie van dikke chocoladesaus. Niet goed! En daar vervloog ook meteen mijn hoop op goede brownies alweer bijna. Dat werd dus bij de oven zitten en om de 10 minuten de gaarheid checken. Na ongeveer 55 min. zei mijn bakintuïtie dat ze goed waren. En wat bleek...... ik had de ultieme brownies gebakken!!!! Perfect van smaak en textuur waren ze. Wel gaar, maar nog een beetje vochtig en smeuïg. Oh, wat hebben we ervan genoten! Bakzelfvertrouwen weer gestegen (en het was al bepaald niet slecht)!

Het recept komt uit 'Brownies' van Linda Collister. Voor mij is dit dus de ultieme brownie.

230 gram pure chocolade, fijngehakt
115 gram ongezouten, zachte boter
300 gram suiker
5 grote scharreleieren, even losgeklopt
4 eetlepels sterke espresso
70 gram bloem
70 gram cacaopoeder

Verwarm de oven voor op 180 graden.
Vet een bakblik van 21 x25 cm in met boter en bekleed het met bakpapier. Smelt als eerste de chocolade au bain Marie. Dat betekent in een kom boven een pan heet water. De kom mag het water niet raken. Laat de gesmolten chocolade iets afkoelen. Doe ondertussen de boter en suiker in een kom en klop dit met een elektrische mixer totdat het bleek en luchtig is. Voeg hieraan dan geleidelijk de eieren en vervolgens de espresso toe, zeef dan de bloem en cacao boeven dit mengsel en spatel alles door elkaar. Als laatste kan de inmiddels ietwat afgekoelde chocolade erdoor. Je krijgt dan een dik-vloeibaar beslag.

Doe dit in de bakvorm en plaats deze in de voorverwarmde oven. Bak de brownies 25 minuten of langer (55 minuten bij mij). Je kunt de gaarheid controleren door een mes of prikker in het midden te steken. Die moet er dan nagenoeg schoon weer uitkomen. Neem het bakblik uit de oven. Bestrooi de bovenkant van de brownie met wat extra cacaopoeder. De brownies kunnen zowel lauw als koud gegeten worden. Lekker met wat slagroom bij de koffie (of thee in mijn geval)!

donderdag 12 september 2013

Bramen-kaneeltaart


Na de aardbeien, pruimen, perziken, blauwe bessen en frambozen zijn nu de bramen in onze tuin rijp. Twee soorten hebben we: grote, sappige en wat kleinere, maar wel heel zoete bramen. Die laatste zijn technisch gezien niet eens van ons, want ze komen van de buren en piepen door de klimophaag, die dienst doet als schutting, heen. Ik klaag niet hoor! Ze zijn welkom! Beide struiken geven net genoeg om er iedere dag een klein handje van te plukken en te proeven. Niet genoeg voor een taart dus. Jammer, want ik had net zo'n lekker recept voor bramentaart.

Totdat mijn moeder op een dag zo lief was om bij kennissen een middagje de bramenstruiken te plunderen (op hun eigen verzoek trouwens). Een hele emmer vol kwam ze brengen. Vervolgens kwamen diezelfde kennissen nog twee volle bakken ingevroren bramen brengen. Resultaat, een hele diepvriesla vol met bramen. En….. bramentaart!!  Héél makkelijke, maar vooral héél lekkere bramentaart!!

Het recept komt uit La Dolce Vita van Ursula Ferrigno. Een boek vol lekkere, zoete Italiaanse recepten.

140 gram gemalen amandelen
140 gram zachte boter
140 gram zelfrijzend bakmeel
140 gram suiker
1 ei
1 theelepel kaneelpoeder
2 theelepels vanille-essence
225 gram bramen
Poedersuiker + 1 theelepel kaneel voor het bestuiven

Verwarm de oven voor op 180 graden celsius.
Vet een ronde bakvorm van 23 cm doorsnede in met boter en beleg de onderkant met bakpapier. Doe alle ingrediënten behalve de bramen in een kom en meng alles met de mixer door elkaar. Doe de helft van het mengsel in de bakvorm. Dit is het enige lastige aan het hele recept, want het beslag laat zich niet zo best uitsmeren. Verdeel de bramen over het beslag en verdeel dan de rest van het beslag over de bramen. Bak de taart een uur in de voorverwarmde oven. Na het afkoelen bestuiven met kaneelpoeder en poedersuiker. En dan …. smullen maar!

donderdag 5 september 2013

Sinaasappelsoesjes met een karamellaagje


Eerder schreef ik al over mijn liefde voor de Eclair. Een Frans gebakje gemaakt van soezendeeg gevuld met, in mijn favoriete versie, koffiebanketbakkersroom. Heel fijn vond ik het dan ook toen ik van een vriendin een boekje kreeg met daarin alleen maar recepten voor Eclairs. Met alle mogelijke vullingen!!! Kijk, daar word ik nou blij van. Daar ga ik de komende tijd beslist uit bakken.
Maar eerst heb ik samen met diezelfde vriendin een heel gezellig middagje in de keuken gestaan. Omdat zij iets wilde maken met karamel erop hebben we gekozen voor soesjes gevuld met sinaasappelcreme . En daarop natuurlijk dat laagje karamel. Het recept hebben we ter plekke verzonnen. En ik moet zeggen; de soesjes werden heerlijk!!!!

Sinaasappelbanketbakkersroom
500 ml melk
Schil van een hele sinaasappel
Merg van 1 vanillestokje
150 gram suiker
2 eetlepels bloem
4 eierdooiers

Soesjesdeeg
125 gram melk
125 gram water
100 gram boter, in blokjes
½ theelepel zout
1 eetlepel fijne kristalsuiker
150 gram bloem
4 tot 5 eieren

Karamel
250 gram suiker
75 gram water

Maak als eerste de sinaasappelbanketbakkersroom.
Breng in een pan de melk met de helft van de suiker, de sinaasappelschil en het merg van een vanillestokje langzaam aan de kook. Dit mag best even duren want dan kan de smaak uit de sinaasappelschil in de melk trekken. Roer in een kom de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Haal, wanneer de melk kookt, de sinaasappelschil eruit en schenk een scheutje warme melk over het eimengsel. Roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de rest van de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar. Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen, terwijl je constant blijft roeren. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom. Laat de banketbakkersroom goed afkoelen.

Verwarm de oven voor op 200 graden.
Doe voor het soezendeeg de melk, boter, suiker in een pan met het water en het zout. Breng dit aan de kook en haal daarna de pan meteen van het vuur. Doe de bloem erbij en roer alles met een houten lepel tot een gladde massa. Zet de pan dan weer op een middelmatig vuur en roer 1 minuut onafgebroken om het deegmengsel te laten drogen. Doe daarna het deegmengsel in een kom en voeg één voor één de eieren toe. In het begin lijkt het alsof de eieren niet goed worden opgenomen, maar na even roeren, wordt het toch een egaal mengsel. Uiteindelijk moet het een gladde, glimmende massa worden.
Bekleed een bakplaat met bakpapier en spuit hierop met behulp van een spuitzak met een glad spuitmondje worstjes met een dikte van ongeveer 2 cm en een lengte van ongeveer 10 cm. Bak de eclairs dan in 25 minuten gaar in de voorverwarmde oven. Laat de soesjes dan even afkoelen.

Maak ondertussen de karamel. Doe daarvoor de suiker met het water in een pannetje breng dit aan de kook. Blijf erop letten. Als de karamel een diepe honingkleur heeft is deze goed. Zet het vuur dan ook meteen uit. Karamel die te donker wordt, smaakt bitter.
Prik de soesjes aan een vork en doop ze in de karamel. Leg ze dan met behulp van een tweede vork op een velletje bakpapier. Niet met je vingers aankomen! Karamel is ongelooflijk heet. Als de karamel is afgekoeld, kunnen de soesjes worden gevuld. Doe hiervoor de sinaasappelroom in een spuitzak met een klein, rond spuitmondje. Prik met een mes in ieder soesje een gaatje en vul hierdoor de soes met de room.
Om de soesjes helemaal mooi te maken, hebben we er nog wat sinaasappelschilletjes op gedaan. Dat zag er heel mooi uit en voegde ook nog net wat extra smaak toe!

maandag 26 augustus 2013

Limoen-aardbeientaart met pistachemacaron (versie 1)


Inmiddels zijn we al weer een paar weekjes terug van vakantie in Frankrijk. Het was er heerlijk! Mooi weer, fijne camping, mooie omgeving en natuurlijk Franse patisserie!!! Ik heb uiteraard de nodige research gedaan om deze blog te vullen met heerlijke taarten. Mijn weegschaal en ik zijn daarom op dit moment weer even geen goede vrienden, maar het was het waard.

Ik heb een heleboel inspiratie opgedaan voor nieuwe taarten. Natuurlijk gaat dat het best als je zoveel mogelijk verschillende bakkers uitprobeert om zo een goed beeld te krijgen van al het lekkers. Er waren bakkers bij waarvan ik dacht: Tja, dat kan ik zelf beter! (voelde me best wel arrogant, maar volgens Bas dacht ik het wel helemaal terecht). En dan waren er de bakkers waarvan ik dacht: Oké, dat kan ik ook. Maar er waren ook bakkers waarbij ik dacht: Hmm, dit kan ik dus nog niet….
In de dichtstbijzijnde grote stad zat zo’n bakker. Alles zag er prachtig uit en, wat ik heb geproefd, smaakte verrukkelijk. Je was een klein fortuin kwijt voor een paar gebakjes, maar dat kon mij er niet van weerhouden om vaker iets te kopen daar. De ideeën voor taarten stapelden zich op in mijn hoofd, dus eenmaal thuis ben ik meteen aan de slag gegaan.

Ik liep al langer rond met het idee om eens een taart te bakken met limoen en aardbei. Tijdens de vakantie kreeg ik het idee voor een taart van pistachemacaron met daartussen een limoen-crème chiboust . De aardbeien gingen in stukjes door de crème en als garnering er bovenop. Voor een eerste poging (uit ervaring weet ik dat een ècht goede taart niet in één keer ontstaat) was ik best tevreden. Ik twijfel nog over de crème chiboust. Dat is een combinatie van banketbakkersrrom en Italiaans schuim (kookschuim). Bas vond het erg lekker, maar ik heb toch het gevoel dat het romige van slagroom een goede tegenhanger is bij de frisse limoen en aardbeien. Vandaar dat ik de volgende keer de vulling maak van banketbakkersroom en slagroom.

De taart zag er al behoorlijk lekker uit, maar ik wil hem nog wat strakker de volgende keer. Nu liep de crème een beetje uit en dat wil ik liever niet. In het onderstaande recept heb ik daarom al een blaadje gelatine extra toegevoegd. Binnenkort de volgende versie. Deze is echter al heel erg lekker. Misschien dat iemand zich geroepen voelt om dit recept eens uit te proberen en te laten weten wat je ervan vond!

500 gram aardbeien, waarvan
- 8 hele voor bovenop
- 8 gehalveerde aardbeien voor de zijkant
- de rest in stukjes voor in de vulling

50 gram gehakte pistachenootjes

Macaronbodem
160 cl eiwit
120 gram suiker
100 gram suiker
100 fijngemalen pistachenootjes (ongezouten)
35 gram bloem
20 gram koek/cakekruimels

Crème chiboust
Banketbakkersroom
Schil van een halve limoen
500 ml melk
150 gram suiker
Merg van 1 vanillestokje
4 eierdooiers
2 eetlepels bloem

Italiaans schuim
3 eiwitten
Mespuntje zout
75 gram fijne tafelsuiker
75 gram water
225 gram kristalsuiker

Begin met het maken van de banketbakkersoom. Doe daarvoor de melk in een pan en voeg daar de helft van de suiker en de schil van een halve limoen aan toe. De schil kun je met een dunschiller in mooie repen van de limoen af halen. Breng dit langzaam aan de kook.
Doe ondertussen de eierdooiers in een kom met de overige suiker en de bloem. Klop dit met een garde even los. Wanneer de melk kookt, kun je er een beetje van bij het eierdooiermengsel gieten. Dit even goed doorroeren en vervolgens kan dit aan de melk in de pan worden toegevoegd. Breng dit aan de kook terwijl je goed blijft roeren.
Laat de banketbakkersroom ongeveer 3 minuten doorkoken, maar blijf goed roeren. Haal dan de limoenschil eruit, spoel een bord af met koud water. Droog het bord niet af en stort daarna de banketbakkersroom erop. Het koude water zorgt ervoor dat de room straks niet aan het bord blijft plakken. Dek de room af met een vel bakpapier of plastic folie. Dit zorgt ervoor dat er geen vel op komt. Laat de banketbakkersroom dan afkoelen.

Maak dan de macaronbodem. Zet de oven op 180 graden. Klop de eiwitten in een vetvrije kom schuimig. Als het eiwit begint te schuimen kan beetje bij beetje de 120 gram suiker er door gemixt worden. Klop de eiwitten tot stijve pieken. Voeg dan de 100 gram suiker en de gemalen pistachenootjes toe. Spatel het voorzichtig door de eiwitten. Spatel dan de bloem en de koekkruimels erdoor.
Teken 2 cirkels met een doorsnede van ongeveer 26 cm op bakpapier. Leg het papier op een bakplaat en spuit met behulp van een spuitzak de cirkels vol. Begin in het midden van de cirkel en werk dan in een spiraal naar de rand toe. Eventueel kun je ook gewoon met een spatel of paletmes het eiwit gelijkmatig verdelen. Bak de bodems 25 min in de voorverwarmde oven. Als ze niet op één bakplaat passen is het aan te raden de bodems één voor één te bakken. Laat ze na het bakken goed afkoelen.

De banketbakkersroom moet gemengd worden met Italiaans schuim. Dit maak je door de eiwitten met een mespuntje zout stijf te kloppen. Als de eiwitten al redelijk stijf beginnen te worden kan de 75 gram suiker er beetje bij beetje aan worden toegevoegd. Voor dit schuim is het handig om een standmixer te hebben. Terwijl het eiwit geklopt wordt, kan de 225 gram suiker met het water in een steelpannetje aan de kook worden gebracht. Laat dit doorkoken en meet de temperatuur van de suikersiroop met een suikerthermometer.
Wanneer de suikersiroop 121 graden celsius is kan deze in een dun straaltje bij de, reeds stijve, eiwitten worden gegoten. Blijf ondertussen mixen. De kom zal dan heet gaan aanvoelen. Blijf dan mixen totdat de kom en inhoud zijn afgekoeld. Dit kan wel 10 minuten duren.
Leg ondertussen 4 velletjes gelatine in koud water.
Meng vervolgens 300 gram van het afgekoelde schuim door de afgekoelde banketbakkersroom. Doe de velletjes gelatine met wat aanhangend water in een steelpannetje en verhit dit totdat de gelatine is opgelost. Meng de gelatine daarna door de vulling. Voeg als laatste de in stukjes gesneden aardbeien toe.

Dan kan de taart worden samengesteld. Leg één van de macaronbodems op een grote schaal. Plaats daarbovenop een bakring of de rand van een ronde bakvorm van ongeveer 22 cm doorsnede. Doe een strook bakpapier in de ring zodat je deze later makkelijk kunt verwijderen. Stort de crème chiboust in de ring en zet dit koud weg zodat de vulling kanopstijven. Gebruik een restje vulling om kleine toefjes te maken op de tweede macaron. Plaats op ieder toefje een aardbei en strooi er wat gehakte pistachenootjes over. Wanneer de vulling goed stijf is kan de ring en het bakpapier verwijderd worden. Plaats dan de bovenkant op de vulling en maak de taart af door de gehalveerde aardbeien tegen de rand van de vulling aan te zetten.

maandag 29 juli 2013

Abrikozen-kruimelvlaai



Bij het schrijven van dit stukje, voel ik toch enige schaamte. Dit is namelijk mijn eerste vlaai en als Limburgse is dat toch wel moeilijk te verantwoorden. Waarom heb ik dan nooit eerder vlaai gebakken? Tja, vlaai leek me geen uitdaging…. deeg, met wat kant en klare vulling en hoppa, klaar! Ik bak liever iets aparts of ingewikkelds. Verder hadden we in het dorp een hele goede bakker, daar haalden we de vlaai.

Toch is het er uiteindelijk wel van gekomen en wel om twee redenen.

Reden 1: Mischien hebben jullie de afgelopen tijd het programma 'Heel Holland Bakt' gekeken. Het had maar een haar gescheeld of ik had daaraan meegedaan.
Al vijf seizoenen lang riep ik tijdens het kijken van de Engelse versie: 'Als dit ooit in Nederland komt, geef ik me op!'  Toen het eenmaal zover was, heb ik dat dus ook gedaan. Dat opgeven ging middels een inschrijfformulier waarbij je onder andere aan moest geven hoeveel ervaring je had met het bakken van een aantal dingen. Bij cake, veel ervaring. Toetjes, ook veel. Taart, heel veel! Vlaai,…. geen, helemaal nooit gebakken. Oeps!
Gelukkig mocht ik ondanks mijn gebrek aan vlaai-bak-ervaring toch op casting in Hilversum komen. Eerst werden twee door mij gebakken taarten geproefd. Daarna moest ik op gesprek komen bij mensen van de redactie. En wat riepen die als eerste toen ik binnen kwam: 'Ha, daar hebben we de Limburgse die nog nooit een vlaai gebakken heeft!' Ja, inderdaad! Ik schaamde me toch wel enigszins.
Toch was het een leuk gesprek en blijkbaar vielen mijn baksels ook in de smaak, want enige dagen later werd ik uitgenodigd voor de volgende castingronde. En dat was ook meteen de eindronde. Van de 20 mensen die daarvoor werden uitgenodigd, zouden er 10 overblijven voor het programma. Heel spannend!
De laatste casting vond plaats bij het bedrijf van Robèrt van Beckhoven. Onder het toeziend oog van Robèrt en Janny (de jury van het programma) moest er een hartig brood en éclairs worden gebakken. Ook draaiden de camera’s al mee om te kijken hoe je daarmee omging en hoe je daar op over kwam. Ik heb genoten van de ochtend. Hoe spannend, nieuwe en druk het ook was, ik vond het geweldig! Ik zag het heel erg zitten om mee te doen aan het programma. Helaas kreeg ik de week erna het bericht dat ik net buiten de selectie voor het programma was gevallen. En dan ook maar echt net, ik was op de reserveplek gezet. Als er iemand van de eerste tien kandidaten voortijdig zou uitvallen, mocht ik toch meedoen. Een dubbel gevoel; trots dat ik zover was gekomen, maar ook heel erg teleurgesteld dat ik net niet bij de laatste tien zat. Jammer genoeg is er niemand uitgevallen, dus heb ik niet mee kunnen doen. Het was wel een geweldige ervaring en helemaal leuk was het pakketje dat ik enige weken geleden kreeg. Daarin zaten twee schorten met daarop 'Heel Holland Bakt' en mijn naam. Omdat ik reservekandidaat was! Door 'Heel Holland Bakt' heb ik nog meer zin gekregen om veel te bakken, dingen uit te proberen en te verbeteren. Maar laat nou ook net dat ene zinnetje: 'Ha, daar hebben we de Limburgse die nog nooit een vlaai gebakken heeft!' door mijn hoofd blijven spoken…..

Reden 2: Mijn man vraagt al zeker een jaar om een zelfgebakken vlaai. En uiteindelijk moet je gewoon doen wat je man wil (zegt hij, en af en toe moet je hem in de waan laten dat het zo is), dus ben ik overstag gegaan en heb ik deze vlaai gebakken.
En als je als Limburgse dan vlaai gaat bakken, moet je een recept gebruiken uit een boek van Wil en Netty Engels, dé namen op het gebied van authentiek Limburgse vlaai. Want je wil dan natuurlijk ook een echte, goede vlaai. Dus niet die vreselijke dingen die je bij MultiVlaai kunt kopen. Voor de niet-Limburgse lezers van mijn blog: dat mag geen vlaai heten! Ik heb dus een echte vlaai gebakken, en geloof het of niet, ik heb de smaak te pakken! Vlaai bakken is leuk! Manlief was gelukkig en ik werd ook helemaal blij toen die warme, geurige vlaai uit de oven kwam!

Deeg:
250 gram bloem
15 gram verse gist
1 dl melk (lauw)
20 gram boter
½ ei
15 gram suiker
3 gram zout

Vulling:
500 gram abrikozenpulp (verkrijgbaar bij bijv. de Avéve of Boerenbond)
Paneermeel

Kruimels:
200 gram bloem
130 gram suiker
130 gram boter (in kleine blokjes gesneden)

Verwarm de oven voor op 220 graden. Vet een vlaaivorm in met boter.

Los voor het deeg de verse gist op in een klein deel van de lauwwarme melk. Doe de bloem in een kom en maak er een kuiltje in. Giet hierin de aangemaakte gist, de boter, de suiker en het ei. Strooi het zout langs de buitenkant van de bloem. Giet de resterende melk erbij en kneed een deeg van de ingrediënten. Laat het deeg dan afgedekt op een warme plaats rijzen tot het in volume is verdubbeld. Kneed het deeg kort en rol het dan uit tot een gelijkmatige lap. Bekleed hiermee de ingevette vlaaivorm. Prik met een vork wat gaatjes in de bodem en laat het deeg dan weer rijzen tot het mooi dik geworden is.


Maak ondertussen de kruimels. Doe daarvoor de bloem met de suiker en de boter in een kom. Wrijf dit met je vingers tot kruimels. Niet kneden, alleen wrijven.

Als het deeg voor de bodem mooi dik is, kan de vulling erin. Begin met een laagje paneermeel, zodat de bodem niet te vochtig wordt. Verdeel de abrikozenpulp erover. Als laatste kunnen de kruimels erop.
Bak de vlaai 25 tot 30 minuten in de voorverwarmde oven. Bij mij werd de vlaai erg snel donker. Daarom heb ik halverwege de baktijd de temperatuur iets lager gezet. Houd de vlaai dus een beetje in de gaten.

woensdag 3 juli 2013

Citroenkoekjes met witte chocolade


Jaren geleden heb ik van een tante een recept voor koekjes gekregen. En dat bleek een gouden recept! Zo'n recept dat je koestert omdat het gewoon heerlijke (en heel veel) koekjes oplevert. Koekjes die eenmaal uit de oven, zo onweerstaanbaar ruiken en uitzien dat er tijdens het afkoelen al flink van wordt gesnoept.
Het recept is prima en leent zich ook ervoor om extra smaken eraan toe te voegen. In dit geval citroen en witte chocola. Normaal gesproken vind ik dat geen super combinatie, maar hier werkt het. Uit dit recept krijg je makkelijk 60 koekjes. Daarom vries ik vaak de helft van het deeg in. Handig om achter de hand te hebben. Ongeveer drie kwartier laten ontdooien, in plakjes snijden en bakken maar.

500 gram zelfrijzend bakmeel (vervang eventueel de helft hiervan door Zeeuwse bloem)
250 gram witte basterdsuiker
250 gram roomboter
1 pakje vanillesuiker
1 ei
Een scheutje melk
Rasp van 3 citroenen
200 gram witte chocolade, fijngehakt

Doe alle ingrediënten, behalve de chocolade en de melk, in een kom kneed ze met je handen of de deeghaken van de mixer tot een samenhangend deeg. De melk gebruik je als het deeg te droog is. Gewoon zoveel melk toevoegen als het deeg nodig heeft, maar het mag niet plakkerig worden.
Kneed als laatste de fijngehakte chocola erdoor.

Verdeel het deeg in twee porties. Probeer de eerste deegportie te rollen tot een dikke rol van ongeveer 5 cm doorsnede. Gebruik dan een bakpapier om de deegrol mooi op te rollen. Wikkel de deegrol daarvoor in het papier, pak de uiteinden van het papier vast en draai het op alsof je een enorme toffee hebt. Doe dit ook bij de tweede deegportie en laat het deeg dan zeker een uur opstijven in de koelkast.

Verwam dan de oven voor op 180 graden en bekleed een ovenplaat met bakpapier. Haal de deegrol uit de koelkast en snijd de rol in plakjes van 5 mm dikte. Leg de plakjes op de bakplaat. Laat wat ruimte vrij tussen de koekjes. Er gaan er 16 op één bakplaat. Doe de koekjes in de voorverwarmde oven en bak ze goudbruin in ongeveer 13-14 minuten. Meestal ga ik na 12 minuten bakken even bij de oven zitten om de koekjes in de gaten te houden. Zie ik dat de koekjes al erg bruin zijn, dan haal ik ze eruit. Zijn ze te bleek, dan laat ik ze gewoon nog iets langer in de oven. Even af laten koelen op een rooster en smullen maar.

maandag 24 juni 2013

Passievruchtenmousse


Sinds afgelopen week heb ik een KITCHEN AID standmixer! Maandenlang heb ik jaloers gekeken naar allerlei koks en bakkers op tv die een Kitchen Aid gebruikten, maar nu hoeft dat dan niet meer, want ik heb er zelf een. En wat is het een beauty! En handig! Ik ben er helemaal blij mee. Zeker ook omdat ik hem heb gekocht met de eerste opbrengsten van Taart en Zoet! De afgelopen maanden heb ik al aardig wat bestellingen gehad, dus kon ik mezelf trakteren op iets leuks!

Dit weekend heb ik de Kitchen Aid meteen ingewijd door deze mousse te maken. Eerder maakte ik ook wel een mousse volgens dit recept en dan was het wat bewerkelijk. Je moet eiwitten stijf kloppen, suikersiroop van 121 graden maken en dit, terwijl je de eiwitten blijft kloppen, in een dun straaltje bij de eiwitten doen. Vervolgens moet je dan nog eens 10 minuten door blijven mixen. Met de Kitchen Aid was het prima te doen. Terwijl ik de suikersiroop maakte, klopte de mixer de eiwitten stijf. Daarna de siroop erbij en verder doet de Kitchen Aid de rest. Ideaal!!! Hemelse, frisse mousse als resultaat.

Voor 8 porties
200 ml slagroom
70 gram eiwit
Snufje zout
2 blaadjes gelatine
100 gram suiker
40 gram water
100 gram passievruchtenpuree (het gepureerde en gezeefde binnenste van de passievrucht)

Klop de slagroom lobbig en zet deze even koud weg. Week de blaadjes gelatine in koud water.

Doe de eiwitten in een kom met een snufje zout en mix ze totdat het eiwit stijf is. Gebruik een steelpannetje om het water en de suiker in te verhitten. Met een suikerthermometer of voedingsthermometer kun je de temperatuur van de siroop in de gaten houden. Wanneer deze 121 graden is, is de siroop goed. Schenk deze dan in een dun straaltje bij het eiwit, en blijf ondertussen mixen. De kom zal dan warm aan gaan voelen, want door de warmte van de siroop wordt het eiwit gaar. Blijf mixen totdat de kom weer is afgekoeld en het eiwit ‘taai’ geworden is. Dit duurt ongeveer 10 minuten.



Knijp dan de blaadjes gelatine uit en verwarm ze met een beetje van de passievruchtenpuree in een steelpannetje totdat de gelatine is opgelost. Verhit het daarna niet verder, want dan verliest de gelatine zijn kracht. Schenk dit gelatinemengsel bij de rest van de passievruchtenpuree en meng het even goed door elkaar. Spatel de puree door het eiwitmengsel. Zorg dat alles goed is gemengd en spatel dan de slagroom erdoor. Verdeel de mousse over 8 glaasjes en laat het opstijven in de koelkast. Ik serveer er meestal citroenkoekjes bij (recept daarvan volgt nog). Jammie!

zondag 16 juni 2013

Vanille-limoencheesecake met gemarineerde aardbeien


De eerste aardbeien in de tuin zijn rijp!!! En wat zijn die lekker! Vol van smaak en lekker zoet. Heel anders dan sommige aardbeien uit de winkel. Die smaken vaak alleen maar zuur en waterig.
Nu het aardbeienseizoen is begonnen, is het natuurlijk tijd voor taart met aardbeien. Deze keer heb ik gekozen voor een cheesecake met gemarineerde aardbeien. Zelfs als je van die ietwat zure en waterige gevalletjes uit de winkel hebt, krijg je ze op deze manier nog lekker. De aardbeien worden gemarineerd in een sausje van gepureerde aardbeien met wat poedersuiker en limoensap. Ik heb zelfs een beetje valsgespeeld en voor de saus diepvriesaardbeien gebruikt. Ging prima!

Begin op tijd met deze taart. De baktijd is bijna twee uur en daarna moet de taart ook nog eens goed afkoelen en koud worden in de koelkast. Oh ja, het recept heb ik zelf uitgedokterd. De laatste tijd vind ik het steeds leuker om zelf een taart te bedenken. Ik was eigenlijk wel blij met resultaat!

Bodem
175 gram gemalen koekjes, waarvan je 50 gram apart moet houden
60 gram boter
2 eetlepels fijngemalen hazelnoten
Snuf zout

Vulling
500 gram mascarpone
225 gram crème fraîche
3 eieren
120 gram suiker
Merg van 1 vanillestokje
Rasp van 1 limoen

Gemarineerde aardbeien
250 gram aardbeien, in stukjes gesneden
250 gram aardbeien
Sap van 1 limoen
40 gram poedersuiker, of meer naar smaak (hangt af van de smaak van de aardbeien)

Verwarm de oven voor op 200 graden. Vet een springvorm van 20 cm doorsnede in met boter en bedek de bodem met een velletje bakpapier.
Gebruik van 125 gram van de fijngemalen koekjes. Voeg daaraan de fijngemalen hazelnoten en de snuf zout toe. Smelt de boter in een pannetje en meng deze door het koekjesmengsel. Stort dit mengsel in de springvorm en druk het aan met de bolle kant van een lepel. Bak de bodem 10 minuten in de voorverwarmde oven.
Draai dan de temperatuur van de oven terug naar 140 graden.

Maak ondertussen de vulling. Mix hiervoor de mascarpone en crème fraîche in een grote kom door elkaar. Voeg dan de suiker, limoenrasp en het merg van het vanillestokje toe. Mix er dan één voor één de eieren door. Zorg ervoor dat alles goed gemengd is.

Verdeel dan de overgebleven 50 gram gemalen koekjes over de bodem. Deze kruimels absorberen het vocht dat uit de vulling komt. Doe de vulling in de vorm en zet de taart in de oven. Ik heb de taart ongeveer 1 uur en 50 minuten in de oven gehad. Toen was de vulling gestold maar nog wel een beetje wiebelig. Tijdens de afkoelen werd de structuur vaster. Laat de taart goed afkoelen en laat hem daarna koud worden in de koelkast.

Pureer 250 gram aardbeien en voeg poedersuiker en limoensap toe. Doe de in stukjes gesneden aardbeien in een kom en verdeel er de saus over. Laat dit zeker een uur marineren. Snijd de taart voor het serveren in stukken een geef bij ieder stuk flink wat gemarineerde aardbeien en saus!

maandag 10 juni 2013

Kokos-limoen cupcakes met meringuetopping


Eindelijk zomer! Het leek er even niet meer van te komen, maar gelukkig hebben we nu toch kunnen genieten van een paar zonnige dagen. De winterjas is verruild voor een jurk en slippers. En vanuit de ligstoel in de tuin zie ik langzaam tussen al het weelderige groen, prachtige bloemen verschijnen.
Daar past natuurlijk een zomers cupcakeje bij. Met kokos en limoen dus!

Het recept voor deze cupcakes komt uit 'Delicious, Het Bakboek'. Weer zo’n leuk recept dat ik al heel lang eens wilde maken. Maar ik vond het zo'n zomers cakeje dat ik wilde wachten tot het lekker weer was. Tja, dat werd lang wachten! Maar het was het wachten wel meer dan waard. Jammie, wat een lekker gebakje! Vooral het schuim bovenop was verrukkelijk!
Van het eiwitschuim was nog genoeg over om wat toefjes op een bakplaat te doen. Na ongeveer 2 uurtjes bakken op 100 graden, waren dat heerlijke schuimpjes!

12 stuks
160 gram gezeefde bloem
3 theelepels bakpoeder
155 gram witte basterdsuiker
65 gram zachte boter
2 eieren
125 ml kokosmelk
Sap en rasp van 1 limoen
65 gram geraspte kokos
Snuf zout

Meringue
2 eiwitten
Sap en rasp van 1 limoen
125 gram fijne suiker

Verwarm de oven op 170 graden. Bekleed een muffinvorm met 12 papieren vormpjes.

Doe bloem, bakpoeder, basterdsuiker, zout en boter in een kom en mix op lage snelheid totdat het de structuur van grof zand heeft, dit duurt 5-10 minuten. Voeg de eieren toe en mix goed. Voeg al mixend de kokosmelk, het limoensap en de limoenrasp toe en zet als alles goed is opgenomen de mixer even op de hoogste snelheid . Spatel er dan de geraspte kokos door. Vul de vormpjes voor ongeveer 2/3 met beslag en bak ze in 20-25 minuten stevig en gaar. De cakejes veren dan een beetje terug als je erop duwt. Haal ze uit de oven en laat ze even afkoelen.

Klop voor de meringue de eiwitten en 1 eetlepel van het limoensap in een wijde schone kom net stijf. Zet de kom dan op een pan met kokend water. Het water mag de kom niet raken. Ga verder met mixen en voeg ondertussen in delen de suiker toe. Blijf mixen tot je een stijve, glanzende meringue hebt. Mix tot slot de limoenrasp erdoor. Verhoog dan de oventemperatuur naar 185 graden. Spuit of schep eiwitschuim op elk cakeje en plaatst de cakejes weer in de oven. Ze zijn klaar als de meringue net een beetje gekleurd is!

vrijdag 31 mei 2013

Appelstroopcake


Dit is een cake die je in geen enkel bakboek zult tegenkomen. Het is namelijk een eigen recept. En dan niet van mij, maar van 'Meneer Taart en Zoet', mijn man Bas. Bas kan heerlijk koken! En ik ben daardoor ook wel een beetje verwend, want hij kookt vijf dagen per week. Maar zo af en toe heeft hij ook zin en inspiratie om iets te bakken. Zo heeft hij ooit ook deze cake bedacht. En lekker dat-ie is! Ik heb er nog appeltjes en rozijnen aan toegevoegd. Daar is Bas niet helemaal happy mee, want hij wil zijn cake puur naar stroop laten smaken. Maar ik vind de frisse smaak van de appeltjes een mooie tegenhanger van de sterke stroopsmaak.

Ik vind dat we uiteindelijk toch maar even een mega-lekkere cake hebben bedacht! De stroop zorgt ervoor dat de cake niet droog is, maar lekker smeuïg. De cake is na een dag op z'n lekkerst. Maar probeer er maar eens vanaf te blijven zo lang. Ons lukt dat nooit!

150 gram roomboter
300 gram rinse appelstroop (uit een blikje, Timson)
150 gram donkerbruine basterdsuiker
6 eieren
300 gram zelfrijzend bakmeel
150 gram appelblokjes (ongeveer 3 appels)
75 gram rozijnen

Verwarm de oven op 180 graden.
Meng in een kom de boter, de suiker en de appelstroop tot een egale massa. Blijf even mixen totdat de boter zacht en smeuig is geworden Mix er dan  één voor één de eieren door. Zeef de bloem en spatel deze voorzichtig in drie delen erdoor. Dan kunnen de appelstukjes en rozijnen worden toegevoegd. Om ervoor te zorgen dat die tijdens het bakken niet naar de bodem zakken, kun je die eerst even door een beetje bloem halen.
Vervolgens kan de tulbandvorm gevuld worden en kan de cake in de voorverwarmde oven 60 -70 minuten gebakken worden. Controleer de gaarheid door een mes of sateprikker in de cake te steken.
Als deze er schoon uitkomt is de cake gaar.
De geur die dan van de cake afkomt is onweerstaanbaar!

zaterdag 25 mei 2013

Abrikozen-karnemelkcake


Makkelijk, makkelijker, makkelijkst…….goddelijk! Zelden zo'n makkelijke cake met zo'n verrukkelijke smaak gemaakt. Vol van smaak en smeuig doordat er veel amandelmeel in zit. Oké, het is handig als je amandelmeel hebt, dan hoef je geen amandelen meer te malen. Maar zelfs als je dat nog moet doen, is deze cake héél erg goed te doen. Alles bij elkaar in de kom, even mixen, in de vorm, dan abrikozen, honing en amandelen erop en bakken maar!

Het recept komt uit 'Delicious, het bakboek'. Een erg fijn boek met leuke recepten en mooie foto's. De honingroom voor erop heb ik niet gemaakt. Zonder smaakte deze cake al heerlijk. Binnenkort eens met room proberen!

Cake
200 gram zelfrijzend bakmeel
150 gram amandelmeel (te verkrijgen via www.de-zuidmolen.nl)
200 gram fijne suiker
175 gram zachte boter
150 ml karnemelk
3 grote eieren, even losgeklopt
1 theelepel vanille-extract
Fijngeraspte schil van 1 citroen
6 rijpe abrikozen, gehalveerd, pit verwijderd (of uitgelekte abrikozen uit blik)
2 ½ eetlepel honing
50 gram geschaafde amandelen

Honingroom
150 ml slagroom
140 g Griekse yoghurt
5 ½ eetlepel honing

Verwarm de oven voor op 180 graden.
Vet een rechthoekige bakvorm van ongeveer 23 x 30 cm in met boter en bekleed de bodem met een stuk bakpapier. Meng dan het bakmeel, amandelmeel en de suiker in een keukenmachine. Voeg de boter, karnemelk, eieren, vanille en citroenrasp toe en laat de machine even kort draaien totdat alles net gemengd is. Bij gebrek aan keukenmachine heb ik gewoon alles in een kom gedaan en vervolgens even met de mixer bewerkt.
Doe dan het beslag in een vorm en strijk het glad. Leg de abrikozen erop met de bolle kant naar boven op het beslag en druk ze er een beetje in. Besprenkel het dan met de honing en strooi de amandelen erop. Bak de cake 40 minuten of totdat een prikker er schoon uitkomt. Laat de cake dan afkoelen.
Klop voor de honingroom de slagroom lobbig en klop de yoghurt en honing erdoor. Zet tot gebruik in de koelkast. Snijd de cake in stukken en serveer met de honingroom.

vrijdag 17 mei 2013

Chocolademuffins met kersen en chocoladecrème


Al twee weken lag er een bakje met chocolade-botercrème in de diepvries te wachten tot ik een goede gelegenheid had om er iets mee te maken. Die gelegenheid diende zich aan toen een collega gezellig op bezoek kwam. Meteen een excuus om iets lekkers te bedenken met de botercrème! 
Het werden deze muffins. Ze zijn een beetje brownie-achtig; kleverig, vol van smaak en met een krokant korstje. De kersen erin maken het helemaal smeuig en sappig. Eigenlijk zijn ze zonder botercrème al lekker genoeg, maar het toefje chocolade-botercrème er bovenop geeft het net nog wat extra’s!

Chocoladebotercrème
banketbakkersroom:
   1 vanillestokje
   250ml melk
   75 g suiker
   2 eidooiers
   1 el bloem
250 gram roomboter
30 gram poedersuiker     
100 gram pure chocolade, gesmolten

Muffins
170 gram boter
140 gram pure chocolade
100 gram donkerbruine basterdsuiker
150 gram suiker
4 eieren
1 eetlepel cacaopoeder
110 gram bloem
300 gram kersen, goed uitgelekt

Voor de chocoladebotercrème: Maak eerst de banketbakkersroom voor de botercrème. Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar. Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom.

Wanneer de banketbakkersroom afgekoeld is kan er botercrème mee gemaakt worden. Klop daarvoor de poedersuiker en de roomboter goed los met een mixer. Meng dan 250 gram banketbakkersroom erdoor en blijf mixen totdat er een romige, egale massa is ontstaan. Gebruik 300 gram van deze botercrème om er chocoladecrème van te maken. Smelt de pure chocolade au bain Marie. Laat de chocolade iets afkoelen en giet het dan in een dan in een straaltje op de botercrème, terwijl je alles met de mixer blijft kloppen totdat het goed gemengd is.

Voor de muffins: Doe muffinpapiertjes in een vorm voor 12 muffins. Verwarm de oven voor op 180 graden. Doe de boter en chocolade in een kom. Plaats de kom boven een pan met water, de kom mag het water niet raken. Zet de pan op het vuur en laat de boter en chocolade smelten. Doe dit mengsel dan in een kom en mix er de suikers door. Doe er dan één voor één de eieren bij. Als die goed zijn opgenomen, kunnen de bloem en de cacaopoeder erbij. Als laatste moeten de kersen er door geroerd worden. Vul de vormpjes, plaats de muffinplaat in de oven en bak de muffins 30-35 minuten in de voorverwarmde oven. Je kunt controleren of de muffins gaar zijn door er een satéprikker in te steken. De satéprikker moet er bijna schoon uitkomen.
Doe de botercrème in een spuitzak met een geribbeld spuitmondje en spuit mooie toefjes op de muffins. Smullen maar!

zondag 12 mei 2013

kokospannenkoekjes met passievruchtsiroop en banaan


Moederdag! Dat betekent natuurlijk dat Hanneke niet zelf hoeft te bakken (ook al zou ze wel willen!). Vandaag stond meneer Taart-en-Zoet al vroeg in de keuken, geholpen door de kleine mannen, om een echt moederdagontbijt klaar te maken. Aangezien ik meer van het koken dan van het bakken ben (dat is Hanneke's terrein) was het nog niet zo heel makkelijk (en daarbij was het ook nog vroeg hè), maar het recept was van Bill "eeuwige big smile" Granger uit zijn boek Enjoy!, en als die man het kan, waarom ik dan niet? Vraag vooral niet hoe de keuken er na afloop uitzag, maar het resultaat was echt superlekker, en ik kan me zo voorstellen dat het niet de laatste keer is dat ik deze pannenkoekjes heb  moeten maken. Geen probleem!

Pannenkoekjes
215 gram bloem
1 tl bakpoeder
1 eetlepel suiker
65 gram gedroogde kokos
snufje zout
4 eieren, gesplitst
250 ml melk
250 ml kokosmelk
50 gram ongezouten boter, gesmolten

voor erbij
6 bananen, in de lengte gehalveerd

passievruchtsiroop
115 gram suiker
60 passievruchtenpulp

Meng bloem, bakpoeder, suiker, gedroogde kokos, zout door elkaar. Meng in een andere kom de eierdooiers, melk, kokosmelk door elkaar, en voeg dit dan samen met de gesmolten boter bij de droge ingrediënten en meng het elkaar. Klop de eiwitten in een schone, vetvrije kom tot stijve pieken, en meng het in twee porties door het beslag, tot er weer een een egaal beslag ontstaat.

Bak ze in een grote koekenpan op matig vuur; klein beetje boter in de pan, dan drie kleine porties beslag. Bak ze drie minuten aan de ene kant, dan nog een minuutje aan de andere kant. Houd ze warm in de oven (120 graden), of dek ze af met een wat folie, totdat alle pannenkoekjes gebakken zijn.

Voor de siroop: roer de suiker, pulp en 125 ml water in een steelpannetje door elkaar op een matig vuur en breng aan de kook. Schep eventueel schuim van de oppervlakte. Zet het vuur laag en laat tien minuten pruttelen. Haal de pan van het vuur en laat iets afkoelen (maar niet teveel want de siroop is warm het lekkerst).

Serveer de pannenkoekjes in stapeltjes van drie of vier, met een gehalveerde banaan en flink wat passievruchtsiroop. Heerlijk!

donderdag 9 mei 2013

Spritsen


Spritsen, te vinden in elk schap van elke supermarkt. Ik was er nooit bijzonder dol op. Wel lekker, maar niet bijzonder. Totdat ik ze zelf maakte naar recept van Cees Holtkamp. Oh, wat zijn zelfgemaakte spritsen lekker!!! Verslavend lekker, ik heb ze in korte tijd al twee keer gemaakt. Ook omdat ik het zo’n heerlijk koekje vind om te maken. Het deeg is een wrijfdeeg, dat betekent dat je met je handpalm over het deeg moet wrijven. Je smeert het als het ware uit over een klein stukje aanrecht. Net zolang tot het deeg aanzienlijk lichter van kleur geworden is. Je handen zitten dan onder het deeg, maar ik vind het een ontzettend leuk werkje om te doen.

Dit is nou echt een koekje dat bewijst dat zelfgemaakt veel lekkerder (en leuker) is! Op dit filmpje kun je zien hoe Cees Holtkamp de spritsen maakt. Het recept dat eronder staat is nogal royaal. Ik heb de hoeveelheden gehalveerd. Ook omdat Holtkamp in het filmpje zelf ook maar de helft gebruikt. Alle filmpjes op foodtube van Cees Holtkamp zijn trouwens geweldig! Ik ben fan van die man! Als je graag bakt, mag zijn boek 'De Banketbakker' gewoon niet in je keuken ontbreken.

1/2 losgeklopt ei
190 gram zachte boter
100 gram witte basterdsuiker
3 gram zout
10 gram vanillesuiker
125 gram gezeefde patentbloem
125 gram gezeefde Zeeuwse bloem*

*Zeeuwse Bloem is te verkrijgen via www.de-zuidmolen.nl. Met gewone bloem lukt het ook, maar Zeeuwse bloem geeft en net iets brosser koekje.

Roer ei en boter romig op je werkblad. Meng er dan de basterdsuiker door samen met het zout en de vanillesuiker. Als dit een gladde massa is kunnen de beide soorten bloem erdoor gekneed worden. Wrijf het deeg op een met bloem bestoven werkblad met de handpalmen goed door tot het soepel en glad is. Doe het deeg in een spuitzak met een grote gekartelde spuitmond en spuit in een lange zigzagvorm op een beboterde bakplaat. Je kunt ook meteen losse spritsen spuiten. Aan mijn spuittechnieken moet nog gewerkt worden, dus mij lukte het beter om steeds losse koekjes te spuiten. De tweede keer werden ze al veel mooier dan de eerste keer, dus deze koekjes moet je gewoon vaak maken om ze helemaal perfect van vorm te krijgen. Vind ik geen probleem! Bak de spritsen ongeveer 15 minuten in een voorverwarmde oven van 175 graden. Ze moeten goudbruin zijn. Als je ze in één grote zigzagvorm hebt gespoten, moet je wel meteen in stukken snijden. Lekker bij de thee of koffie!

vrijdag 26 april 2013

Broodjes met amandel en frambozen


Iedereen heeft zo z’n favoriete ingrediënten voor een taart. Ingrediënten waarvan je weet dat je baksel daarmee wel lekker moet worden. Of ingrediënten waarvan je weet dat ze goed met elkaar combineren. Als je naar de tags op mijn blog kijkt, valt natuurlijk meteen op dat ik een behoorlijke liefhebber van chocola ben. Maar ook citroen, frambozen en amandelen behoren tot mijn favorieten. Toen ik dit recept in Delicious Magazine zag, wist ik dan ook meteen dat ik dit wel eens heel erg lekker zou kunnen vinden. Tijd om ze te bakken dus!

Zeker omdat de foto in het tijdschrift er wel héél aantrekkelijk uitzag. Het was dus wel even schrikken toen mijn broodjes helemaal niet zo mooi uit de oven kwamen. De vulling van amandelspijs en frambozen was gedeeltelijk uit de broodjes gelopen en was door het bakken veranderd in een bruine smurrie. Ai, zo had ik het me niet voorgesteld. Ik wilde de broodjes zoals ze er in de Delicious uitzagen. Om in te bijten zo lekker, niet met bruine prut!
Toen ik de broodjes daarna op een bord legde, bleek dat de smurrie op het bakpapier achterbleef en dat de broodjes er daardoor best heel aardig uitzagen. En met wat glazuur erover, zagen ze er ook werkelijk uit om in te bijten. Dat hebben we dus gedaan en de broodjes waren jammie! Ondanks het lekken, nog steeds royaal voorzien van vulling. Weer een recept dat ik vaker ga maken!

Dit recept is goed voor 12 broodjes. Ik heb het recept een heel klein beetje aangepast. In het oorspronkelijke recept moeten 2 eetlepels custardpoeder, maar ik vond dat ik daardoor heel erg droog en weinig elastisch deeg kreeg. Daarom gebruik ik liever wat echte vanille om de smaak van het deeg te versterken. De vulling moet worden bestrooid met kaneel en rietsuiker. Dit heb ik weggelaten, omdat ik na deze lange winter even geen zin meer had in kaneel. Ik heb er, voor een wat frissere smaak, wat meer citroen in gedaan.

Brooddeeg
500 gram bloem
1 zakje gedroogde gist (7gram)
1 ei
225 ml melk
75 gram boter (op kamertemperatuur)
¾ theelepel zout
merg van 1 vanillestokje

Vulling
250 gram amandelspijs + 1 ei*
250 gram frambozen (diepvries)
1 theelepel geraspte citroenschil
1 ½ theelepel kaneel
2 eetlepels rietsuiker

*Ik heb de amandelspijs zelf gemaakt door 125 gram suiker en 125 gram amandelen samen fijn te malen. Dan 1 ei en de citroenrasp erdoor doen. Je hoeft dan geen extra ei meer te gebruiken.

Garnering
75 gram poedersuiker
Opgevangen sap van de frambozen
Wat citroensap
2 eetlepels amandelschaafsel (even geroosterd in de pan)

Laat de frambozen in een zeef ontdooien en vang het sap op in een kom.
Doe de ingrediënten voor het deeg in een kom. Begin met het meel, maak een kuiltje in het midden en doe daar de rest van de ingrediënten in. Behalve het zout, doe dat aan de kant op het meel. Zout vermindert de werking van gist, dus mag niet direct op  gist worden gedaan. Kneed dan met je handen of met een mixer met deeghaken van de ingrediënten een soepel deeg. Vorm hiervan een bal en laat deze in een kom, afgedekt met plastic folie, op een warme plek een uur staan. Druk het deeg dan plat, kneed het nog een beetje door. Leg het deeg op een met bloem bestoven werkblad en rol het uit tot een lap van ongeveer 25 x 35 cm.

Als je kant en klare amandelspijs gebruikt, moet je deze even vermengen met een ei en de citroenrasp. De zelfgemaakte amandelspijs is waarschijnlijk smeerbaar genoeg. Als dit niet het geval is, kun je altijd nog wat ei of een klein beetje water toevoegen. Bedek de deeglap met de amandelspijs en verdeel de frambozen erover. Bewaar het sap dat uit de frambozen is gelekt. Verdeel er dan de rietsuiker en kaneel over en rol de lap losjes op. Doe op de rand een klein beetje water zodat de rand goed plakt.


Snijd de rol dan in 12 gelijke plakken en leg deze op een met bakpapier beklede bakplaat. Je kunt de broodjes dicht tegen elkaar aan leggen. Door het uiteinde van het broodje tegen een ander broodje aan te leggen voorkom je dat het uiteinde van de spiraal los gaat. Laat de broodjes nog eens 45 minuten rijzen.
Verwarm ondertussen de oven voor op 200 graden. Bak dan de broodjes dan gaar en goudbruin in ongeveer 20-25 minuten.

Terwijl de broodjes bakken kan het glazuur worden gemaakt. Verwarm daarvoor het frambozensap in een pannetje en laat het inkoken tot er nog ongveer 2 royale eetlepels. Roer dit door de poedersuiker. Als het mengsel te dik wordt, kun je er wat citroensap aan toevoegen. Ik heb dit gedaan en dat zorgde ook voor een extra frisse smaak.
Laat de broodjes na het bakken iets afkoelen en verdeel er dan de glazuur over. In het originele recept  moet je er dan nog wat geroosterd amandelschaafsel op doen, maar ik vond de broodjes zo al mooi genoeg!

zondag 21 april 2013

Dulce de leche-cake met ananas


Het lijkt me geweldig om ooit een bakboek uit te brengen met eigen recepten. Deze cake komt er dan zeker in. Dit is een heerlijk, malse cake. De ananas zorgt voor een fris accent en de dulce de leche erin én erop is verrukkelijk! Mijn man Bas is een echte cakeliefhebber en vond deze cake onweerstaanbaar! (en zijn collega's ook).

Dulce de leche maak je door een blikje gecondenseerde melk 3 uur lang in een pan met water te koken. Let er wel op dat het blikje steeds onder water staat, anders kan het ontploffen.

250 gr zelfrijzend bakmeel
150 gr boter
150 gr lichtbruine basterdsuiker
4 eieren
200 gr dulce de leche voor het beslag
200 gram dulce de leche voor de garnering
250 gr ananas, in kleine blokjes (vers of goede kwaliteit uit blik)

Verwarm de oven voor op 180 graden en beboter een vierkante vorm of een springvorm van +/- 20 cm doorsnede.
Mix in een kom de boter, dulce de leche en suiker tot een luchtige massa. Doe er dan één voor één de eieren door. Het volgende ei pas toevoegen als het vorige volledig is opgenomen. Zeef de bloem en voeg deze in 3 delen toe. Spatel als laatste de ananasstukjes door het beslag. Doe het beslag in de bakvorm en bak de cake in 45 minuten gaar. Controleer of de cake gaar is, door een mes erin te prikken. Wanneer het mes schoon eruit komt is de cake gaar.

Laat de cake afkoelen en smeer met behulp van een paletmes of een lepel een laagje dulce de leche op de cake.

zondag 14 april 2013

Appel-bramentaart met walnootkruimels


Vandaag eindelijk genoten van heerlijk lenteweer! Wat heeft de winter vreselijk lang geduurd. Normaal begin ik rond april te denken aan baksels met zomerfruit, citroen en andere frisse smaken, maar bij het weer van de afgelopen weken paste maar één taart; appeltaart!
Vorige week heb ik deze appeltaart gebakken. Met (diepvries)bramen in plaats van rozijnen en kruimels bovenop. Wat was dit een fijne taart! In de eerste plaats was het maken van deze taart al een genot. Makkelijk te maken en uit te rollen deeg, lekker veel vulling erin en dan die kruimels bovenop. Het is geen taart die eruit hoeft te zien als een kunstwerkje, maar op de één of andere manier vond ik deze taart er toch heel mooi uitzien. Met zo’n mooie rand en dan die prachtige, goudbruine kruimels erop. En lekker dat hij was!!! Ik werd echt heel erg blij van deze taart.

Het basisrecept is van Cees Holtkamp. De bramen en kruimels bovenop, heb ik er zelf bij verzonnen. Het recept geeft aan dat je Zeeuwse bloem moet gebruiken. Ik heb dat laatst via www.de-zuidmolen.nl gekocht. Met gewone bloem lukt het ook, maar door de Zeeuwse bloem wordt de bodem lekker bros.

Bodem
100 gram witte basterdsuiker
200 gram roomboter
300 gram Zeeuwse bloem
½ ei
1 theelepel geraspte citroenschil
Mespunt zout
6 gram bakpoeder

Vulling
1 kg appels (geschild en in blokjes)
250 gram bramen
100 gram suiker
½ theelepel kaneel
1 flinke eetlepel maïzena
150 gram koekkruimels

Kruimels
100 gram gehakte walnoten
175 gram lichtbruine basterdsuiker
75 gram bloem
75 gram boter

Meng voor het deeg de basterdsuiker, boter, citroenrasp met het ei en het zout. Als het één geheel is kan de Zeeuwse bloem met het bakpoeder erdoor. Even goed doorkneden en dan in plastic folie minstens een uur in de koelkast laten rusten.

Maak ondertussen de kruimels voor bovenop de taart. Doe daarvoor de boter, lichtbruine basterdsuiker, bloem en walnoten in een kom en wrijf dit met de vingertoppen tot grove kruimels.

Schil dan de appels, verwijder het klokhuis en snijd de appels in blokjes. Doe de blokjes in een kom en voeg de bramen toe. Doe de suiker, kaneel en maïzena bij het fruit en meng alles goed door elkaar.

Verwarm de oven dan voor op 200 graden. Vet een springvorm van 24 cm doorsnede in met boter. Rol het deeg tot een lap van ongeveer ½ cm dikte. Bekleed hiermee de bodem en de rand van het bakblik. Strooi de koekkruimels op de deegbodem. Deze absorberen straks het vocht dat uit het fruit komt. Doe het fruit in de vorm en druk het goed aan. Verdeel dan de kruimels over de bovenkant. Bak de taart vervolgens in ongeveer 50 minuten gaar.

vrijdag 5 april 2013

Warme chocoladerisotto

 
De lente wil maar niet komen. Het weer blijft maar koud en guur! Daarom dit toetje; warm, smeuïg en vol chocolade! Daardoor erg machtig, dus serveer het in kleine kommetjes of kopjes. De echte liefhebber (zoals ik) kan altijd nog twee porties nemen.
Het recept komt uit 'Chocolade, zoete en hartige recepten' van Joanna Farrow. Het is goed voor 4 personen, maar dan heb je best royale porties. Ik heb dit recept eerder ook gebruikt voor meer personen. Een klein kommetje risotto in combinatie met wat verse aardbeien doet het heel erg goed als toetje, weet ik uit ervaring!

4,5 dl melk
15 gram suiker
125 gram risottorijst
4 eetlepels koffielikeur
150 gram pure chocolade, grof gehakt
15 gram koffieboontjes, fijn gehakt
Crème fraîche voor erbij

Breng de melk met de suiker in een steelpan tegen de kook aan. Strooi dan de rijst erbij en zet het vuur wat lager. Kook de risotto op laag vuur in ongeveer 15 minuten gaar en romig. Roer ondertussen af en toe in de pan. Als de risotto te droog wordt, kun je een scheutje melk toevoegen Roer de likeur en de helft van de chocolade door de risotto. Als dit opgenomen is kan de rest van de chocolade erbij. Snel doorroeren en dan meteen serveren. Het liefst in voorverwarmde kommetjes. Strooi de gehakte koffieboontjes over de risotto en doe er een lepel crème fraîche bovenop! Zalig!