donderdag 30 augustus 2012

Madeleines



De afgelopen tijd heb ik veel bewerkelijke taarten gemaakt. Hoogste tijd voor iets simpels, maar dan uiteraard wel lekker. Madeleines voldoen helemaal aan die eis! Ze smaken prima, zien er goed uit en zijn makkelijk te maken. Mits je tenminste een Madeleine-bakplaat hebt.

Ik moet bekennen dat ik dit recept meestal verdubbel. Madeleines zijn van het type hap-slik-weg, dus je kunt er nooit te veel van hebben. Het recept komt uit het boek 'Rick Stein’s French Odyssey'. Ik heb een ander boek vol met Madeleine-recepten, maar gebruik dit recept toch het meest. Misschien ook wel omdat we een paar jaar geleden erg genoten hebben van het BBC-programma met dezelfde titel als het boek; Rick Stein die over een kanaal in Zuid-Frankrijk vaart en ondertussen de meest heerlijke dingen kookt en bakt. De combinatie natuur, cultuur en culinaire heerlijkheden maakte dit tot een geweldig programma. Je kreeg er spontaan zin van om je koffers te pakken en af te reizen naar Frankrijk om hetzelfde te gaan doen.

3 eieren
100 gram fijne suiker
Rasp van 1 citroen
100 gram bloem + extra voor het bestuiven van de bakvorm
1 theelepel bakpoeder
100 gram gesmolten boter
1 eetlepel honing

Vet een Madeleinebakvorm in met boter. Bestuif de vorm dan met bloem en klop het teveel aan bloem eruit. Verwarm de oven voor op 190 graden. Doe de eieren en suiker in een kom en mis met een mixer op de hoogste stand tot het mengsel dik en bleekgeel is. Voeg dan de citroenrasp toe. Spatel vervolgens de bloem vermengd met bakpoeder er voorzichtig door. Als laatste kunnen de gesmolten boter en de honing erdoor.

Laat het mengsel 15 minuten afkoelen en dik worden in de koelkast. Vul dan de vormpjes. Maak ze niet te vol, want de Madeleines rijzen flink tijdens het bakken.


Bak de Madeleines 10 minuten in de voorverwarmde oven tot ze mooi goudgeel zijn. Laat de Madeleines goed afkoelen in de vorm voordat je ze eruit haalt, anders komen ze niet goed los. Het recept is genoeg voor 2 bakplaten. Terwijl de eerste lading Madeleines bakt en afkoelt, kun je het overige beslag prima in de koelkast bewaren.

maandag 20 augustus 2012

Hannozertaart


Huh, wat?! Hannozertaart? Ja, Hannozertaart. Bedacht door mijn oudste zoon Bryn. Ieder weekend helpt hij mij samen met zijn broertje Nils met het bakken van de heerlijkste taarten. Regelmatig geeft hij aan welke taarten favoriet zijn en hij mag ook wel eens verzoekje indienen. Ongeveer een jaar geleden diende hij voor het eerst een verzoek in voor een Hannozertaart. “Huh, Hannozertaart? Wat mag dat dan wel wezen”, was mijn reactie. Vervolgens somde hij de ingrediënten op voor deze taart en beweerde dit zelf bedacht te hebben. We hebben er eens hard om gelachen en wat anders gebakken, maar Bryn bleef geregeld vragen om een Hannozertaart. Als ingrediënten kwamen chocolade,amandelen, abrikozen, cacao en suiker steeds terug.

Afgelopen weekend wilde ik eigenlijk een kersenpithiviér maken, maar Bryn vond dat hij lang genoeg op een Hannozertaart had moeten wachten. Hij vond het echt tijd worden dat ik er een ging bakken. Dit is het resultaat geworden. Het was heerlijk! Bryn was tevreden en trots op zijn zelfbedachte taart!
Bij de taart op de foto heb ik amandelen verwerkt in het beslag. De volgende keer doe ik dat niet. Ik gebruik dan alleen bloem in het beslag en gebruik geschaafde amandelen om de zijkant mee te garneren. Bij het recept hieronder heb ik dat al aangepast. Ik heb zelf abrikozenjam gemaakt, maar je kunt natuurlijk ook goede abrikozenjam kopen en dat gebruiken.

We hebben Nils (3 jaar) ook eens gevraagd om een taart te bedenken. Hij verzon toen het volgende recept voor een 'Hondjestaart': "Je vangt een hondje! Met een lasso! Het moet wel een klein hondje zijn. Dat stop je in de oven en klaar is de hondjestaart!" Aangezien we geen gedoe willen met de dierenbescherming, hebben we hem dat maar uit zijn hoofd gepraat. Nu vraagt hij heel beschaafd om een aardbeientaart.

Cake
4 eieren, gesplitst
Mespuntje zout
115 gram fijne suiker
65 gram zelfrijzend bakmeel
40 gram cacao
2 eetlepels gesmolten boter
1 theelepel bakpoeder

Abrikozenjam
125 gram gedroogde abrikozen
125 ml water
75 gram geleisuiker
75 gram kristalsuiker

Chocoladebotercrème
Banketbakkersroom 
1 vanillestokje
500 ml melk
150 gram suiker
4 eidooiers
2 el bloem

250 gram roomboter
30 gram poedersuiker
100 gram pure chocolade, gesmolten

Garnering
100 gram geschaafde amandelen

Voor de cake:
Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een bakblik van 22 cm doorsnede in met boter en bedek de bodem met bakpapier. Mix in een kom de eierdooiers eetlepels gesmolten boter door elkaar. Doe in eiwitten in een vetvrije kom en voeg het mespuntje zout toe. Mix de eiwitten tot er stijve pieken ontstaan. Voeg dan de suiker toe, 2 eetlepels tegelijk. Spatel dan voorzichtig en beetje bij beetje het zelfrijzend bakmeel en de cacao door het eiwit. Probeer niet te roeren, maar echt om te scheppen. Zo blijft het mengsel luchtig. Wanneer de bloem en de cacao zijn opgenomen, kan het eierdooiermengsel worden toegevoegd. Probeer dit ook om te scheppen. Wanneer alles mooi vermengd is, kan het beslag in de bakvorm worden gestort worden. Plaats de cake in de oven en bak hem gaar in ongeveer 30 minuten. Je kunt de gaarheid controleren door een satéprikker of mes in het midden van de cake te steken. De cake is gaar als de prikker of het mes er schoon uitkomt. Laat de cake vervolgens afkoelen.

Voor de abrikozenjam:
Wel de abrikozen een uur lang in het water. Voeg dan de geleisuiker en de suiker toe. Breng het geheel aan de kook en laat 3 minuten doorkoken en pureer het daarna tot een jam. Laat de jam goed afkoelen.

Voor de chocoladebotercrème:
Maak eerst de banketbakkersroom voor de botercrème. Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar. Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom.
Wanneer de banketbakkersroom afgekoeld is kan er botercrème mee gemaakt worden. Klop daarvoor de poedersuiker en de roomboter goed los met een mixer. Meng dan 250 gram banketbakkersroom erdoor en blijf mixen totdat er een romige, egale massa is ontstaan. Gebruik 300 gram van deze botercrème om er chocoladecrème van te maken. Smelt de pure chocolade au bain Marie. Laat de chocolade iets afkoelen en giet het dan in een dan in een straaltje op de botercrème, terwijl je alles met de mixer blijft kloppen totdat het goed gemengd is.

Het samenstellen:
Snijd de cake doormidden en spreid een dikke laag abrikozenjam uit op de onderste laag. Plaats de bovenste cakelaag weer terug hierop. Bedek de zijkanten en de bovenkant van de taart met botercrème. Gebruik een spuitzak met een kartelmondje om de bovenkant van de taart te versieren.

De garnering (niet op de foto te zien): 
Leg de geschaafde amandelen op een bakplaat en plaats ze in een voorverwarmde oven van 150 graden. De amandelen zijn klaar als ze lichtbruin zijn. Bedek de zijkanten met de amandelen.

maandag 13 augustus 2012

Fraisier



Het is zomer en daar horen natuurlijk aardbeien bij. Er zijn ontelbare recepten met aardbeien, maar dit recept uit het boek van Cees Holtkamp sprak me erg aan. Zo’n mooi pattiserie-achtig taartje. Voor dit recept moet je een grote plak biscuit maken, banketbakkersroom en botercrème. Van alles blijft er wat over, dus dat was snoepen tijdens het bakken. Of je moet meer zelfbeheersing hebben dan ik en mijn gezin. Een klein restje botercrème hebben we de dag erna op pannenkoeken gesmeerd en dat was heerlijk!

Deze taart smaakt het best als je hem voor het serveren een half uurtje op kamertemperatuur laat komen. De botercrème wordt dan wat zachter en daardoor lekkerder.

Biscuit
3 eiwitten
Snufje zout
100 gram fijne suiker
5 eierdooiers, losgeklopt
80 gram bloem
20 gram maïzena

Botercrème
Banketbakkersroom 
1 vanillestokje
500 ml melk
150 g suiker
4 eidooiers
2 el bloem

250 gram roomboter
30 gram poedersuiker

500 gram aardbeien, schoongemaakt

Maak eerst de banketbakkersroom voor de botercrème. Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar. Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom.

Verwarm voor de biscuit de oven voor op 200 graden. Klop de eiwitten met het zout stijf. Voeg geleidelijk de suiker toe. Spatel dan de losgeklopte eierdooiers erdoor en daarna de bloem en maïzena. Bekleed een bakplaat met bakpapier. Strijk het beslag 1 cm dik uit op het bakpakpapier. Er moeten 2 cirkels van 20 doorsnede uitgestoken kunnen worden. Bak het deeg 8 minuten in de voorverwarmde oven en laat afkoelen.

Wanneer de banketbakkersroom klaar is kan er botercrème mee gemaakt worden. Klop daarvoor de poedersuiker en de roomboter goed los met een mixer. Meng dan 250 gram banketbakkersroom erdoor en blijf mixen totdat er een romige, egale massa is ontstaan.

Als de biscuit afgekoeld is, de botercrème klaar is en de aardbeien schoongemaakt en gehalveerd zijn, kan de taart samengesteld worden. Plaats een ring (bijvoorbeeld de bovenste helft van een springvorm) op de biscuitplak en steek de bodem van de taart uit. Leg de bodem op een bord. Steek dan ook de bovenkant uit en bewaar deze nog even. Vet de ring in en bekleed deze met een laagje bakpapier. Plaats de ring op het bord rondom de bodem. Verdeel een klein beetje botercrème over de bodem en plaats dan de mooiste en grootste aardbeien langs de binnenkant van de ring. De rest van de aardbeien kan verdeeld worden over de bodem. Plaats ze wel netjes rechtop. Spuit dan nog een laagje botercrème op de aardbeien, dek dit af met de andere plak biscuit en druk alles licht aan. Smeer de bovenkant in met een dun laagje botercrème en zet de taart dan in de koelkast.

Voor het opdienen een half uurtje op kamertemperatuur laten komen. Dan de ring verwijderen en de taart bestuiven met poedersuiker. Aardbeitje erop, klaar!

maandag 6 augustus 2012

Chocoladerol met Amarena-kersen


Afgelopen weekend heb ik voor een feestje van mijn ouders vier taarten gebakken. Het was even wat werk, maar het resultaat mocht er zijn! De taarten zagen er vreselijk lekker uit en smaakten heerlijk. Mijn familie weet over het algemeen goed raad met gebak en ook van deze taarten werd gesmuld. Topfavoriet was de chocoladerol met Amarena-kersen. Amarena-kersen vind je bij de groothandel of bij goede delicatessenwinkels. Ze zijn schrikbarend duur, maar zó verschrikkelijk lekker! Met kersen uit een pot krijg je echt niet hetzelfde resultaat, dus probeer aan Amarena-kersen te komen.

Ik heb geprobeerd om er een luxe uitziend gebak van te maken en ik denk dat dit zeker gelukt is.

Cake
4 eieren
100 gram fijne suiker
65 gram zelfrijzend bakmeel
40 gram cacaopoeder

Vulling en garnering
1 blikje Amarena-kersen (500 gram)
500 ml slagroom
4 eetlepels suiker
(eventueel 2 eetlepels Kirsch)
100 gram pure chocolade

Verwarm de oven tot 200 graden.
Vet een bakvorm van 33x23 cm in met boter en bekleed met bakpapier. Het is handig als het bakpapier wat uitsteekt over de rand. Zo is het na het bakken makkelijk om de deeglap uit de vorm te halen.

Mix de eieren en de suiker in een grote kom totdat het mengel flink in volume is toegenomen en een bleekgele kleur heeft. Het moet een schuimig mengsel worden. Spatel er vervolgens voorzichtig de bloem en cacaopoeder door en schenk het mengsel daarna in het bakblik. Zorg ervoor dat het goed wordt verdeeld.

Bak het beslag in de oven in 10 minuten gaar. Het deeg begint dan aan de zijkanten los te komen van de rand. Leg terwijl het deeg bakt een stuk bakpapier klaar dat iets groter is dan de deeglap. Bestrooi het bakpapier met wat fijne suiker. Haal de cake uit de oven, til hem op aan het uitstekende bakpapier en leg de cake ondersteboven op het besuikerde bakpapier. Pel daarna het bakpapier van de cake af. De onderkant is dan de bovenkant geworden. Om goed te kunnen rollen, moet je met een mes de korte kant van het deeg insnijden. Wel opletten dat je niet door het deeg heen snijdt.

Rol dan de cake op met het bakpapier ertussen. Beginnend bij de kant waar je de insnijding hebt gemaakt. Door de insnijding kun je het deeg daar een beetje dubbelklappen waardoor je een goed begin hebt voor de rol. Laat de rol op deze manier afkoelen.


Laat ondertussen de kersen uitlekken, maar bewaar de siroop. Houdt ongeveer 12 kersen over voor de garnering en halveer de rest van de kersen. Voeg de 4 eetlepels suiker toe aan de slagroom en klop deze stijf. Rol dan de afgekoelde cake voorzichtig weer uit. Gebruik 100 ml van de siroop (eventueel vermengd met 2 eetlepels Kirsch) om de cake mee in te strijken. Dit gaat het beste met een kwastje. Het lijkt veel, maar de siroop komt de smaak beslist ten goede.

Spatel vervolgens de helft van de slagroom over de cake en verdeel de gehalveerde kersen erover. Hierna kun je de cake voorzichtig weer oprollen. Doe dit niet te strak, want dan duw je de heerlijke vulling eruit. Spatel vervolgens met paletmes of pannenlikker de rest van de slagroom over de rol. Het hoeft niet gladgestreken te worden en het mag lekker royaal erop zitten. Houdt nog een klein beetje slagroom achter voor de garnering. Rasp de pure chocolade over de rol. Spuit daarna toefjes slagroom in een rij bovenop de rol en leg op ieder toefje een kers. Ik snijd altijd de zijkanten van de rol af, omdat het mooier uitziet (en omdat ik dan even voor kan proeven!!!). Smullen maar!

woensdag 1 augustus 2012

Frisse Sinaasappeltaart


Deze taart wilde ik al heel erg lang een keer maken. Het recept is een combinatie van een bodem uit 'Best Ever Baking' en mousse uit 'De Banketbakker' van Cees Holtkamp met daarop een gelei. De zachte cakebodem was heerlijk bij de frisse, romige mousse. De taart zag er prachtig uit. Echt een mooie, zomerse taart!

Bodem
4 eieren, gesplitst
Rasp van 1 citroen
Mespuntje zout
115 gram fijne suiker
85 gram zelfrijzend bakmeel

Mousse
5 blaadjes gelatine
400 ml vers geperst sinaasappelsap
Sap van 1 citroen
125 gram suiker
500 gram slagroom, lobbig geklopt

Gelei
100 ml sinaasappelsap
2 eetlepels suiker
2 blaadjes gelatine

Verwarm voor de bodem de oven voor op 200 graden.

Mix in een kom de eierdooiers en de citroenrasp door elkaar. Doe de eiwitten in een vetvrije kom en voeg het mespuntje zout toe. Mix de eiwitten tot er stijve pieken ontstaan. Voeg dan de suiker toe, twee eetlepels tegelijk. Spatel dan voorzichtig het zelfrijzend bakmeel door het eiwit. Probeer niet te roeren, maar echt om te scheppen. Zo blijft het mengsel luchtig. Wanneer de bloem is opgenomen, kan het eierdooiermengsel worden toegevoegd. Probeer dit ook om te scheppen.

Wanneer alles goed gemengd is kan het beslag worden uitgestreken op een, met bakpapier beklede, bakplaat. De laag beslag moet ongeveer 1 cm zijn. Bak de bodem in 8 minuten gaar en laat vervolgens afkoelen. Gebruik dan de bodem of de rand van een ronde bakvorm van 26 cm doorsnede om de bodem uit te steken.

Bekleed de bodem en de zijkanten van de bakvorm met bakpapier. Leg de cakebodem erin. Week voor de mousse de gelatine in 80 ml sinaasappel sap. Verhit vervolgens de sinaasappelsap, maar niet laten koken! De werking van gelatine vermindert boven 60 graden. Wanneer de gelatine is opgelost kan de rest van de sinaasappelsap, de citroensap en de suiker erdoor. Laat dit afkoelen.

Klop ondertussen de slagroom lobbig. Spatel de slagroom door het afgekoelde sap en schenk dit mengsel op de cakebodem. De mousse moet minimaal 3 uur opstijven.

De gelei wordt gemaakt door 100 ml sinaasappelsap met daarin 2 blaadjes gelatine langzaam te verwarmen totdat de gelatine is opgelost. Laat het mengsel afkoelen en schenk het daarna over de taart. Dit laagje stijft vrij snel op in de koelkast. Daarna voorzichtig de bakvorm en het bakpapier verwijderen. En klaar is de heerlijke, frisse taart!