dinsdag 28 februari 2017

Carrotcake met roomkaastopping


"Zit hier wortel in? Oh echt, het smaakt toch wel lekker!"
En dat hoorde ik niet alleen van mijn kinderen, maar ook van volwassenen. Blijkbaar vinden de meeste mensen het idee van wortels in een taart te ver gaan. Maar eenmaal geproefd, kunnen ze niet anders dan toegeven dat het erg lekker is. Maken dus!

Dit recept komt uit Rutger Bakt. Aan de topping heb ik sinaasappelsap en rasp toegevoegd. Vind ik lekkerder, net iets frisser!

Cake
185 ml zonnebloemolie
280 gram bruine basterdsuiker
½ theelepel zout
Rasp van 1 sinaasappel
3 eieren
300 gram bloem
5 theelepels bakpoeder
2 theelepels kaneel
1 theelepel speculaaskruiden
300 gram wortel, schoongemaakt en geraspt
100 gram blanke rozijnen
100 gram walnoten gehakt

Topping
300 gram roomkaas
150 gram poedersuiker
Rasp van een halve sinaasappel
2 eetlepels sinaasappelsap

Verwarm de oven voor op 180 graden celsius.
Vet een ronde vorm van 24 cm in met boter of olie en bekleed de bodem met een velletje bakpapier. Doe de zonnebloemolie, suiker, het zout en de sinaasappelrasp in een kom en klop dit gedurende 3 minuten. Doe de eieren er terwijl je mixt er één voor één bij. Stop met mixen als alles gemengd is. Doe in een andere kom de bloem, bakpoeder, kaneel en speculaaskruiden en roer het door elkaar. Spatel deze droge ingrediënten vervolgens door het oliemengsel. Spatel de geraspte wortel door het beslag. Meng als laatste de rozijnen en gehakte walnoten door het beslag. Schep alles over in een bakvorm en bak de cake gaar in 55 tot 60 minuten. Laat de cake afkoelen in de vorm.

Klop intussen de roomkaas met de peodersuiker, de sinaasappelrasp en het sinaasappelsap luchtig op. Strijk het roomkaasglazuur over de afgekoelde taart. Aanvallen maar!

woensdag 8 februari 2017

Chocoladecake met sinaasappel en zwarte pruimen


Eén keer per twee weken staat mijn dinsdagavond in het teken van archeologie. Heerlijk een avondje Romeinse scherven puzzelen, kennis opdoen en me verwonderen over het feit dat ik iets in handen heb dat gewoon 2000 jaar geleden door iemand gebruikt is. In de pauze zorg ik voor altijd voor iets lekkers. Deze keer was mijn week alleen zo vol met allemaal leuke en verplichte activiteiten dat ik compleet vergeten was naar de winkel te gaan voor ingrediënten voor een baksel. Gelukkig heb ik altijd wel basisingrediënten zoals boter, suiker, eieren en meel in de kast. Met nog wat anders lekkers dat we toevallig nog hadden liggen, kon ik deze cake bedenken. Over het algemeen lukt het altijd wel om iets lekkers in elkaar te draaien dan. Deze cake was echter niet gewoon lekker, maar superlekker! Mijn kinderen moesten even overgehaald worden, vanwege de pruimen, maar gingen voor de bijl. En ook bij de archeologiewerkgroep waren er genoeg mensen die nog wel een tweede stuk lusten. Het is een heerlijk smeuïge, fruitige cake, die lekker weghapt. Voor herhaling vatbaar!

200 gram gedroogde zwarte pruimen
100 ml zwarte thee (of een lekkere port of zo)
200 gram pure chocolade
200 ml melk
250 gram donkere basterdsuiker
150 gram zachte boter
3 eieren, geklopt
250 gram zelfrijzend bakmeel
Rasp van een halve sinaasappel

Verwarm de pruimen met de thee in een steelpannetje. Doe dit totdat het begint te borrelen. Haal dan het pannetje van het vuur en laat de pruimen minstens vier uur, maar liever een hele nacht wellen. Snijd de pruimen vervolgens in kleine stukjes.
Verwarm de oven voor op 160 graden. Vet een cakeblik in met boter en bekleed het met bakpapier. Verhit de chocolade met de melk in een pannetje totdat de chocolade is gesmolten. Laat het vervolgens iets afkoelen.
Klop met een mixer de boter, suiker en sinaasappelrasp luchtig en romig. Klop geleidelijk de eieren erdoor. Spatel dan het zelfrijzend bakmeel erdoor. Roer vervolgens het chocolademengsel en de gewelde pruimen door het deeg.

Doe het deeg in en cakeblik en bak de cake gaar in ongeveer 70 minuten. De cake is gaar wanneer je een satéprikker erin steekt en deze er weer schoon uithaalt. Even laten afkoelen en genieten maar. 

zondag 22 januari 2017

Cupcakes met karamel


Mijn zonen keken de afgelopen vakantie naar de ‘Cupcakecup’ bij Zapp op NPO3. Daarin gaan kinderen de strijd tegen elkaar aan in het maken van de mooiste en lekkerste cupcakes. Mijn kinderen wilden daarna ook aan de bak. Kan ook niet anders met zo’n moeder, natuurlijk! De oudste wilde per sé cupcakes met karamel, dus dat is het geworden. Karamel erin en karamelbotercrème erop. Althans, bij een aantal. Want een deel van de cupcake is door mijn zonen op vakkundige wijze versierd met aardig wat marsepein. Die ze er bij het eten van de cupcakes er dan weer af haalden omdat ze dat helemaal niet lusten. We hebben het wel heel gezellig gehad en de cupcakes waren heerlijk!

Cupcakes
250 gram boter
250 gram suiker
Snuf zout
5 eieren
250 gram zelfrijzend bakmeel
100 gram zachte karamels (gewoon uit de winkel), in kleine blokjes gesneden.

Topping
Karamel:
150 gram suiker
75 gram slagroom
50 gram boter
Snufje zout
Botercréme (met banketbakkersroom):
250 gram melk
2 eierdooiers
75 gram suiker
1 eetlepel bloem
250 gram zachte boter.

Start met de banketbakkersroom. Verwarm daarvoor de melk met de helft van de suiker. Doe de rest van de suiker in een kom met de eierdooiers, de bloem en een klein scheutje melk. Meng alles door elkaar. Wanneer de melk bijna kookt mag een scheut van de warme melk bij het eierdooiermengsel. Meng alles goed door elkaar en doe dit bij de rest van de warme melk in de pan. Breng dit onder voortdurend roeren aan de kook. Roer als er bellen ontstaan nog een minuutje door en stort de pudding dan op een koud bord. Leg er een velletje plasticfolie op om velvorming van de pudding te voorkomen en laat afkoelen tot kamertemperatuur.

Verwarm de oven voor op 180 graden. Doe voor de cakejes de boter, met de suiker en de snuf zout in een kom en mix alles tot een gladde, zachte massa. Voeg dan één voor één de eieren toe en daarna in een keer alle bloem. Mix kort totdat het een glad deeg is en spatel dan de stukjes karamel erdoor. Verdeel het beslag over met papier beklede vormpjes en bak de cakejes gaar in ongeveer 20 minuten. Laat ze goed afkoelen.

Maak ondertussen de karamel. Doe daarvoor de suiker in een pan met een dikke bodem en verhit dit totdat de suiker is opgelost een donkere honingkleur heeft gekregen. Doe dan beetje bij beetje de slagroom erbij terwijl je goed roert. Vervolgens mag de boter erbij. Blijf roeren totdat deze is opgelost en laat de karamel afkoelen.

Doe voor de karamelbotercrème de boter in de mixer en mix deze luchtig in ongveer 10 minuten. Voeg dan de banketbakkersroom toe en mix alles weer goed door elkaar. Voeg dan de helft van de karamel toe. Om deze goed te laten opgaan in de botercrème moet je alles op hoge snelheid een tijdje goed door elkaar mixen. Doe dan de botercreme in een spuitzak met een gekarteld spuitmondje en spuit op elke cupcake een soort nestjes van botercrème.
Doe de rest van de karamel in een ander spuitzakje zonder mondje en knip een gat in de punt, zodat je kunt spuiten. Spuit in elke nestje een beetje karamel. Ik heb een mesje gebruikt om de karamel af te snijden als het nestje gevuld was. Doordat de karamel was afgekoeld, kwam het als een soort dik worstje eruit en kon ik er geen toefjes van maken. Met de bolle kant van een warm lepeltje, heb ik de karamel vervolgens in model geduwd. En toen zagen de cupcakes er opeens heel presentabel en vooral lekker uit. En ze smaakten ook nog eens zo.

zaterdag 7 januari 2017

Peren-chocoladetaart met marsepein


Peer en chocola is altijd een lekkere combinatie. Geen bakboek of er staat wel een variant van een peren-chocoladetaart in. En terecht. Ik ben van plan om de komende tijd eens wat verschillende peren-chocoladetaarten te bakken om zo te ontdekken welke het lekkerst is. Dit recept komt uit het Deense tijdschrift ‘Spis Bedre’, wat volgens mij ‘Eet Beter’ betekent. In de bodem èn de vulling zit marsepein. Je kunt de marsepein gewoon kopen, maar zelf maken is ook niet moeilijk. Maal daarvoor 200 gram blanke amandelen en 250 gram suiker samen met een paar druppels water in een keukenmachine fijn tot een glad, kneedbaar geheel. Laat dit twee dagen in de koelkast op smaak komen voordat je het verder gaat verwerken.

Door de toevoeging van marsepein vond ik dit een heerlijke taart. De vulling was aan de zachte kant. Gebruik daarom niet te harde peren, zodat ze lekker zacht worden tijdens het bakken en zo goed bij de vulling passen.

Bodem:
200 gram bloem
25 gram suiker
125 gram marsepein
2 eetlepels cacao
150 gram koude boter
1 eierdooier

Vulling
4-5 peren
100 gram boter
100 gram suiker
100 gram marsepein
100 gram pure chocolade
3 eieren

Meng voor de bodem meel, suiker, geraspte marsepein en cacao door elkaar. Voeg dan de boter toe en mix totdat het de structuur heeft van grove broodkruimels. Voeg dan de eierdooier toe en kneed totdat het een samenhangend deeg is. Laat dit ongeveer een half uurtje rusten in de koelkast. Rol dan het deeg uit tot een lap en bekleed een ingevette taartvorm van 26cm doorsnede met het deeg. Zet de bodem nog even weg in de koelkast.
Verwarm de oven alvast voor op 200 graden. Schil de peren, halveer ze en verwijder het klokhuis. Smelt de chocolade au bain-marie en laat deze een klein beetje afkoelen. Meng de boter, suiker, en marsepein door elkaar tot een smeuïg geheel. Voeg de gesmolten chocolade toe en daarna één voor één de eieren. Verdeel dit mengsel over de taartbodem en druk daar de peren in.

Plaats de taart in de oven en bak hem in 35 minuten gaar. Bestrooi met wat poedersuiker. De taart is zowel lauw als koud erg lekker, zeker met een beetje slagroom.

maandag 19 december 2016

Cranberry-bakewell taart


Kerst komt eraan en daar horen cranberries bij. Wat kunnen die zuur zijn! Dan is het fijn om ze te verwerken in een taart die verder lekker zoet is. Dit recept is van Jamie Oliver. Ooit bakte ik al zijn pruimen-bakewell taart. Heel erg lekker. Ik was er niet zo zeker van of deze taart kon tippen aan die pruimentaart. Maar jawel, ook deze taart is verukkelijk! Ik denk erover om hem volgende week, als het echt kerstmis is, weer te bakken. Dat zegt genoeg, denk ik!

Bodem
500 gram bloem
250 gram koude boter
150 gram poedersuiker
2 eieren
Scheutje melk
Mespuntje zout

Cranberryjam
375 gram cranberries
1 sinaasappel, rasp en sap
150 gram suiker
1 steranijs
1/2 theelepel gemalen kaneel

Frangipane
1 vanillestokje 
300 gram gemalen amandelen
2 flinke eetlepels bloem
300 gram suiker
250 gram boter op kamertemperatuur
2 grote eieren
1 flinke scheut Cointreau

Glazuur
Sap van een halve sinaasappel
100 gram poedersuiker

Begin met de jam. Doe hiervoor alle ingrediënten in een pan en breng dit aan de kook. Voor de frangipane gebruik je het merg van één vanillestokje. Het leeg geschraapte stokje gooi ik ook in de pan voor de jam; het geeft een extra lekker smaakje. Breng alles aan de kook en laat het daarna door pruttelen totdat de cranberries uit elkaar gevallen zijn en het jam geworden is. Laat de jam daarna afkoelen.

De bodem: Meng daarvoor in een kom de boter met de suiker, de bloem en het snufje zout met een mixer totdat het mengsel lijkt op grove broodkruimels. Voeg de eieren toe en een beetje melk. Net genoeg om het tot een samenhangend deeg te maken. Rol het deeg uit tot een plak en bekleed hiermee een bakvorm van 28 cm. Jamie geeft aan één van 23 cm, maar ik snap werkelijk niet hoe hij alles in die vorm gepropt krijt. Een vorm van 28 is maar net groot genoeg voor alle vulling. Van het deeg heb je ook nog over. Dit kun je in de vriezer zeker 3 maanden bewaren of gebruiken met een andere vulling. Zet de bodem even een kwartiertje in de vriezer. Dat voorkomt dat hij straks gaat inzakken tijdens het bakken. Verwarm ondertussen de oven voor op 180 graden. Haal de bodem uit de oven en leg er een vel bakpapier in. Vul de bodem met rijst, gedroogde erwten of gedroogde bonen. Deze steunvulling zorgt ervoor dat de taart zijn vorm behoudt tijdens het bakken. Zet de bodem in de voorverwarmde oven en bak hem 10 minuten. Verwijder dan de steunvulling en het bakpapier en bak de bodem nog eens 15 minuten. Haal de bodem uit de oven en laat hem iets afkoelen.

Maak ondertussen de frangipane door alle ingrediënten in een kom door elkaar mixen totdat het smeuïg is. Verdeel de jam over de bodem en daarna de frangipane. Zet de taart weer n de oven en bak hem gaar in 55 minuten. Laat hem afkoelen. Maak van de poedersuiker en het sinaasappelsap een galzuur door steeds een beete sinaasappelsap toe te voegen. Net zolang totdat het een dik, glad papje is. Verdeel dit over de taart. Aansnijden en genieten maar!

maandag 21 november 2016

Scones met lemoncurd en room


Ze mogen niet ontbreken bij een echte Engelse High Tea, en terecht. Wat zijn ze lekker! Het zijn een soort kleine, zoete broodjes. Makkelijk te maken en zo klaar. In Engeland worden ze traditioneel gegeten met jam en Clotted Cream, een dikke, ingekookte room. Die is hier wat moeilijk te verkrijgen dus daarom gebruik ik gewoon slagroom. Je kunt ook mascarpone gebruiken. Even goed losroeren en eventueel wat poedersuiker naar smaak toevoegen.

Ik ben dol op lemoncurd. Ik kan dat zo uit de pot oplepelen. In het verleden kocht ik nog wel eens een pot in de winkel, maar sinds ik zelf lemoncurd kan maken, gruw ik van de nepsmaak van de winkellemoncurd. Zelf maken is niet moeilijk. Het vraagt alleen een klein beetje geduld aangezien je zo’n 15-20 minuten moet roeren. Maar dan word je beloond met een goddelijk goedje. In een schone pot is het ongeopend een paar maanden houdbaar in de koelkast. Eenmaal geopend, moet het binnen 1 tot 2 weken op. Dat is hier geen probleem, want lemoncurd maakt alles lekker. Denk aan cake, koekjes of vers fruit. Een dot van dit gele goedje erop en je weet niet wat je proeft. Daarom lepel ik het hier op scones met wat slagroom. Om je vingers bij af te likken!

Het recept voor de scones is mijn eigen recept. De lemoncurd komt uit ‘Delicious, het Bakboek’.

Scones
225 gram bloem
30 gram suiker
3 theelepels bakpoeder
Mespunt zout
100 gram boter, in kleine blokjes
125 ml melk

Lemoncurd
Rasp en sap van 2 biologische citroenen
3 eieren
100 gram boter in stukjes
200 gram suiker

250 ml slagroom
3 eetlepels suiker

Begin met de lemoncurd want die moet afkoelen. Meng in een ruime kom alle ingrediënten door elkaar en plaats de kom boven een pan met kokend water. De bodem van de kom mag het water niet raken. Klop het mengsel met een garde gedurende ongeveer 20 minuten, zodat het bindt. Ik haal de lemoncurd altijd nog even door een zeef omdat er soms wat stukjes gestold ei in zitten. Laat het dan iets afkoelen en schenk het in een goed schoongemaakte pot. Laat verder afkoelen met de deksel op de pot.

Verwarm voor de scones de oven voor op 220 graden en bekleed een bakplaat met bakpapier. Doe alle ingrediënten behalve de melk in en kom en mix totdat het mengsel op grove broodkruimels lijkt. Voeg dan de melk toe en kneed het nog even door. Het is een vrij nat deeg, maar dat hoort zo. Bestuif je aanrecht royaal met boem en kneed daarop het deeg nog even door, totdat het niet meer zo plakt. Rol het daarna uit tot een lap van ongeveer 1 cm dikte. Steek hier rondjes uit met een doorsnede van ongeveer 5 cm. Leg de rondjes op een bakplaat en bak ze in 12 minuten goudbruin.

Klop de slagroom op met de suiker. Snijd de scones doormidden en serveer ze met een flinke lik lemoncurd en een dot slagroom. Smullen maar!

woensdag 9 november 2016

Deens gebak met abrikoosjes

 
Dat kan toch niet! Dat ze bij Heel Holland Bakt Deens gebak maken en dat ik dat nog nooit heb gedaan. En dat terwijl wij thuis helemaal Scandinavië-verslaafd zijn op dit moment.
Scandi-mania mag je het wel noemen als je het liefst je huis vol zou zetten met (duur) Scandinavisch design. Op vakantie bent geweest in Zweden en Denemarken.  Op  Netflix alle Scandi-series kijkt. Als je op Facebook zoveel Deense, Zweedse en Noorse pagina’s hebt geliked dat er per een waar bombardement aan Scandinavische interieurs en recepten voorbij ziet   komen. Met de bijbehorende teksten die ik probeer te lezen, wat inmiddels aardig lukt.
Laatst stond er in de krant een verhaal over een jongen die na een hersenschudding door een klap op zijn hoofd vloeiend Spaans sprak. Zou dat bij mij gebeuren dan sprak ik daarna vloeiend Scandi, zo’n mengeling van Deens, Zweeds en Noors.
Kortom, het is eigenlijk een schande dat ik nog nooit Deens gebak had gemaakt. Wel genoeg gegeten op vakantie overigens. Dat dan weer wel.
Maar er moest gebakken worden dus! Deens deeg is een soort bladerdeeg, maar dan met gist erin verwerkt. Heel erg lekker, maar wel wat bewerkelijk. Het is belangrijk dat je het deeg en de boter echt heel erg koud verwerkt. Zo blijven er mooie laagjes boter tussen het deeg. Wanneer de boter te warm wordt raakt het vermengd met het deeg en ontstaan er tijdens het bakken geen laagjes. Ik heb de gebakjes simpel gehouden met banketbakkersroom en een abrikoos.  Je kunt er eindeloos mee variëren, maar voor de eerste keer vond ik dit wel prima! Heerlijk ’s avonds op de bank met een kopje thee tijdens het kijken van onze favoriete Scandi-serie op Netflix van dit moment; Dag, een Noorse komedie met  cynische, zwarte humor. Een aanrader!
Deeg
500 gram bloem
1 zakje gedroogde gist
25 gram roomboter
15 gram suiker
1 ei
250 ml ijskoud water
10 gram zout
225 gram koude boter
Banketbakkersroom
500 ml melk
4 eierdooiers
150 gram suiker
1 vanillestokje
2 eetlepels bloem
 
1 blikje abrikozen
Begin met de boter. Gebruik een pakje boter en haal daar een klein plakje van 25 gram af. Dit gaat door het deeg. Neem de  225 gram boter uit de verpakking en leg het tussen 2 velletjes bakpapier en rol met een deegroller over de boter totdat je een plak boter hebt van 15 x 25 cm.
De boter moet ijskoud zijn. Ik leg hem daarom tot gebruik in de vriezer. Maar houd wel in de gaten dat de boter niet bevriest.
Daarna moet het deeg gemaakt worden doe daarvoor alle ingrediënten behalve het zout in een kom en meng alles door elkaar. Vervolgens mag ook het zout erbij. Zout vermindert de werking van gist, dus vandaar dat het er niet meteen in het begin erbij wordt gedaan.
Kneed vervolgens met je handen of met de deeghaak van de mixer totdat er een soepel deeg is ontstaan. Dit duurt ongeveer 5 minuten.
Leg het deeg vervolgens in de koelkast zodat het weer goed koud wordt.
 
Wanneer het deeg koud is kan het worden uitgerold tot een plak van 15 x 40 cm.
Pak dan de koude plak boter en leg deze op het deeg.  De plak boter zal dan ongeveer 2/3 van het deeg beslaan. Zorg ervoor dat de boter boven zit en het onderste  deel van het deeg geen boter heeft.  Vouw dan het stuk deeg waar geen boter op zit over de helft van de boter heen. Vouw vervolgens het bovenste stuk deeg met boter daar weer overheen. Je hebt dan drie lagen deeg met daartussen boter. De vouwnaden liggen horizontaal.
Leg het deeg daarna in de koelkast zodat het weer helemaal koud wordt.
Maak ondertussen de banketbakkersroom.
Halveer daarvoor het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng in een pan de melk met het vanillemerg en de helft van de suiker aan de kook. Roer de eidooiers met de rest van de suiker los en roer de bloem erdoor. Schenk een scheutje warme melk over het eimengsel en roer het met een garde meteen goed door elkaar. Schenk dit mengsel terug in de pan bij de melk en roer ook nu alles meteen weer goed door elkaar.  Breng de banketbakkersroom aan de kook en laat op laag vuur circa 3 minuten garen.  Blijf ondertussen goed roeren. Stort de banketbakkersroom dan uit op een, met koud water afgespoeld en niet afgedroogd, plat bord en bedek met plasticfolie of een velletje bakpapier. Dit voorkomt velvorming op de banketbakkersroom.
Haal dan het deeg weer uit de koelkast. Leg het met de vouwnaad verticaal neer en rol het deeg weer uit tot een lap van ongeveer 15 bij 40 cm. Vouw het onderste deel (1/3) weer naar boven en het bovenste deel daar weer overheen zodat je weer drie lagen deeg hebt met een horizontale vouwnaad.
Leg het deeg weer weg in de koelkast.
Haal het na een half uurtje uit de koelkast, draai het weer een kwartslag zodat de vouwnaad verticaal ligt en herhaal bovenstaande procedure.
Leg het deeg weer weg in de koelkast en herhaal dan het uitrollen en vouwen nog twee keer waarbij je het tussendoor steeds weer laat afkoelen in de koelkast.
Het is een heel proces en ik vond het ook best lastig om al die handelingen voor me te zien, maar even zoeken op youtube deed wonderen. Als je zoekt op ‘danish pastry’ kom je meer dan genoeg filmpjes tegen waarbij de techniek van het vouwen en uitrollen uitgelegd wordt.
Na de laatste keer terug koelen kan het deeg worden uitgerold tot en lap van ongeveer 1cm dikte. Snijd uit de lap vierkantjes van 10 x 10 cm.
In dit filmpje  https://www.youtube.com/watch?v=a54Bc2Mbx0A zie je hoe je daarvan leuke vormen kunt maken.
Leg de vormpjes op een met bakpapier beklede bakplaat en laat ze op een warme plek nog 30 minuten rijzen.
Verwarm ondertussen de oven voor op 200 graden.
Doe op elke vormpje een flinke lepel banketbakkersroom en een abrikoosje. Kluts een eitje en bestrijk de deegrandjes met dit eimengsel voor een mooie glans.
Bak de vormpjes dan goudbruin in 20 minuten.
Lekker dat ze dan zijn!